Post

Post

Hayden White

In het mooie artikel over de historicus Hayden White (De Groene Amsterdammer, 28 oktober) staat de volgende zin: «Ik geloof dat religie mensen berooft van alles wat hun leven menselijk maakt: vrijheid, verantwoordelijkheid, individualiteit.» Het woord religie moet volgens mij zijn: godsdienst. Religie en godsdienst zijn geen synoniemen. Je bent allemaal ergens in de ziel religieus (Carl Jung) en dat kan heel goed zonder godsdienst. Godsdienst werkt zelfs als een rookgordijn voor je van nature aanwezige religieuze gevoelens. Ik denk dat White dit allemaal ook zo bedoelt. Ik ben 82 en mijn ouders dankbaar dat ze mij nooit hebben gehersenspoeld met een godsdienst.

SIMON DEKKER, Huizen

Berbers

Het essay van Mohammed Benzakour over de Berbers en Arabieren behoort precies tot het soort proza dat ik graag lees in De Groene Amsterdammer (4 november): scherp, geëngageerd, boeiend en verhelderend. Bovendien: schokkend om te lezen over onversneden racisme, ditmaal niet jegens maar tussen Marokkanen.

Omdat we in multicultureel Nederland naarstig op zoek zijn naar zogenaamde rolmodellen (nu worden zelfs gekleurde PSV-voetballertjes ingezet om de integratie te bevorderen), zou het een idee zijn als Benzakour eens een gedragen essay wijdt aan die mij nochtans tamelijk onbekende maar intrigerende en kennelijk legendarische figuur Abdelkrim? Zijn heroïsche rol en betekenis voor de Rif, voor de dekolonisatie van Marokkanen, (in)direct, voor de identiteit van Berbers is te belangwekkend om verder onaangeroerd te laten liggen.

ROELAND VERMEER, Eindhoven

Spelling

Het artikel over de behoudende amateur-filoloog Evert van Dieren (1861-1940) leert ons dat een vernieuwde spelling ook vroeger op hardnekkige tegenstand stuitte. Jammer is wel dat Jaap Bos (De Groene Amsterdammer, 4 november) het nodig vindt deze figuur als een deerniswekkende onbenul voor te stellen. Als verantwoording voor de postume pek- en verenbehandeling komt hij met de verder niet bewezen redenering dat alleen de kaste van professionele taalkundigen invloed kan hebben op onze taal. Als dat al zo is, hoop ik wel dat hij niet dagelijks deel uitmaakt van deze illustere beroepsgroep, daarvoor is zijn gebruik van ons idioom mij te vooruitstrevend.

Naast een verwarrende interpunctie vallen de hoogst persoonlijke wijzigingen in aloude metaforen op. Een paar voorbeelden. «De hervormers lopen tegen een lawine van protest op.» Een tragisch, maar door de tegenstanders ongetwijfeld met tevreden instemming begroet, geval van literaire zelfdoding. Eerder heeft hij het over «de leunstoelonderzoeker», later wordt het slachtoffer betiteld als de «Amsterdamse huis-, tuin en keukenarts» een combinatie van bezigheden die tijdrovend moet zijn geweest, maar bij deze genadeloze criticus op geen enkele vorm van consideratie mag rekenen.

Aan het einde de conclusie die voor ingewijden ongetwijfeld helder als glas is maar de leek in verwarring zal achterlaten. Hij luidt als volgt: «Als was het om te onderstrepen dat verzet tegen de spellingshervorming in feite een contradictie is.» Vul nu in voor contradictie: «tegenspraak».

Als u het begrijpt hoort u bij de groep Jaap Bos. Gefeliciteerd.

BAUKE VAN DER MEER, huis-, tuin en taaldilettant, Amsterdam