Post

Post

Januskop (1)

Het artikel De Januskop van de godsdienst (De Groene Amsterdammer, 16 december 2005) eindigt in een voor mij onjuiste vergelijking en conclusie. Ook op de Vlaamse televisie geeft men als advies vooral eigen gevoel en intuïtie te volgen, terwijl België altijd een katholiek land is geweest.

Als verklaring geloof ik eerder dat onze cultuur niet alleen post-christelijk is maar ook post-positivistisch. Voor persoonlijke zin geving en positieve lot-acceptatie zijn er steeds meer mensen die geloven in iets wat je het beste kunt aanduiden met occult- spiritueel. Deze stroming is de laatste kwart eeuw steeds sterker geworden. Let bijvoorbeeld op het succes van een uitgever als Ankh-Hermes en het huidige tv-succes van het medium Char.

BRAM VELTUM, Purmerend

Januskop (2)

Is een essay een stuk waarin men ongefundeerde stellingen kan poneren en hier vervolgens vergaande conclusies aan kan verbinden? Als dit waar is dan was De Januskop van de godsdienst van Ger Groot inderdaad een essay.

Hij begint met de constatering dat religie tegen de verwachting in nog steeds alomtegenwoordig is. Wij dachten dat onze cultuur bepaald werd door Verlichting en Romantiek, maar vergaten dat deze stromingen geworteld waren in een oeroud religieus erfgoed, aldus Ger Groot. Daar is iets voor te zeggen, hoewel ik het eerder als een zich afzetten tegen zou beschouwen. Maar dan: het «algemeen gangbare wetenschaps begrip» zou behelzen dat door middel van onderzoek een waarheid opgespoord zou kunnen worden die onafhankelijk van ons bestaat. Hierna is het makkelijk inkoppen: de wetenschap is blijkbaar net zo religieus als de godsdienst.

Toevallig ben ik zelf wetenschapper, en ik kan u berichten dat «de» wetenschap helemaal niet op zoek is naar een ultieme waarheid. Een wetenschapper probeert slechts verklaringen te vinden voor de feiten die hij aantreft, en wel zodanig dat een ander dit proces kan controleren en eventueel aanvallen of verbeteren. Godsdienst werkt geheel anders: in het verleden hebben bepaalde personen behept met een grote overtuigingskracht mededelingen gedaan betreffende het bestaan van God of goden, het ontstaan van de wereld, hoe men moet leven en zo nog het een en ander. Het feit dat zij het zo zagen was afdoende, soms diende een cirkelredenering als extra bewijs. Enkele van deze profeten worden tot de dag van vandaag geloofd en vereerd, een feit dat de wetenschapper constateert en wellicht zal trachten te verklaren door de hypothese dat het een ernstig geval is van wishful thinking.

Ik protesteer met klem tegen de debatteertruc van gelovige intellectuelen om de wetenschap te rubriceren als een andere vorm van geloof. Indien een wetenschapper als Stephen Hawking het heeft over een theory of everything dan is dat een soort werk titel, het wil niet zeggen dat zoiets het doel is van de wetenschap en al helemaal niet dat wetenschap dus ook een soort godsdienst is.

Het door Ger Groot aangesneden thema was interessant. Helaas bleek halverwege dat verder lezen wegens de bovengenoemde foute stelling niet veel zin had.

W. BOEKE, Amsterdam