Post

Post

Caravaggio
Dat is dus weer Holland op zijn smalst. «Volgens mij zijn het gewoon mooie schilderijen die absoluut de moeite van het bekijken waard zijn», schrijft iemand uit Heiloo (De Groene Amsterdammer, 3 maart). De schrijver heeft het aardige stuk van Bert Treffers over de tentoonstelling Rembrandt & Caravaggio (De Groene Amsterdammer, 24 februari) uitgemaakt voor een «uitgelezen staaltje van elitaire intellectuele hoogmoed». Tja, als mooie plaatjes kijken je hoogste doel is bij het bezoeken van een museum, dan is alles wat iemand over de meta-kwaliteiten (oei, wat elitair-intellectueel!) van bepaalde kunst beweert al snel een uiting van hoogmoed. Het idee dat grote kunst altijd veel verder gaat dan wat het oog in directe zin registreert, bezorgt menigeen in de Hollandse binnenkamertjes nog steeds onprettige kriebels. Het zal door het Hollandse gebrek aan culturele vorming komen, een gebrek waardoor mensen zich niet realiseren dat zelfs de grottekeningen van Lascaux al meer over de geest van de makers vertellen dan het naakte feit dat zij heel aardig in staat waren dieren te tekenen.

En die meneer uit Amsterdam, die zo gebiologeerd wordt door het vermeende gehuil van Bert Treffers, realiseert zich kennelijk niet dat sommige kunst tot tranen toe (ont)roert en je alleen daarom al kan noodzaken scherp stelling te nemen tegen ideeën die op een oneigenlijke manier met die kunst aan de haal gaan, ideeën die niet zelden al bij de affichering van dergelijke kunst zeer pregnant naar voren komen.

Maar ja, ook dat zijn details waarvoor een zekere culturele ontvankelijkheid vereist is.

MICK VAN SCHOONEVELD, Amsterdam

Opheffer
Sinds enige jaren ben ik een fan van Opheffer. Dat kwam zo. Ooit zag ik een leuk televisiepraatprogramma (helaas van korte levensduur) waarin een vriendelijke wat warrige man rondliep. Kort daarna schafte ik een autoradio aan en ging verlangend uitkijken naar de vrijdagmiddag op 747. Tot slot ontdekte ik de rubriek «Opheffer» in De Groene Amsterdammer. Ik werd hier getroffen door een man die allemaal foute emoties over vrouwen uitsprak. Ik heb zitten genieten en Opheffer is sindsdien het eerste wat ik lees als De Groene in de bus komt. Vlak daarna bleek dat het in deze drie zaken om dezelfde persoon ging. Ik was verkocht.

Kritiek op Opheffer is veelvuldig. De laatste ging over racisme. Hem werd aangeraden op blote knieën een bedevaart naar Santiago de Compostela te kruipen.

Het vermogen tot racisme en tot discrimineren zit helaas in ieder mens. We proberen er van alles tegen te doen. Bijvoorbeeld verbieden. Maar verbieden is lastig in een democratie. Dan maken we regels, over beledigen, mag het wel, mag het niet, enzovoort. Een andere stap: de politici scheppen sociale omstandigheden waarin mensen zich minder discriminerend en racistisch zullen gedragen.

Een stap verder is: durven kijken naar je eigen incorrectheid. Het vermogen tot zelfreflectie is ook eigen aan de mens. Het kan mijns inziens niet genoeg worden aangesproken, omdat er zonder zelfkennis (van een individu of een groep) nooit iets kan veranderen. Opheffer durft naar zichzelf te kijken, en durft ook minder fraaie kanten van zichzelf te zien. Hij durft ons er zelfs deelgenoot van te maken. Ook van de modderige weg die zelfreflectie met zich meebrengt. Misschien loopt deze weg zelfs wel parallel aan die naar Santiago de Compostela.

Ik ben het met veel van Opheffers conclusies absoluut oneens. Maar voor mij is Opheffer een integer en moedig mens.

JET VERSLUIS, Heesselt