Post

Post

Vliegende dolfijnen

René Zwaap schrijft over de ecologische ramp die dreigt op de Bijagós-eilanden van Guinee-Bissau (De Groene Amsterdammer, 2 juni), en noemt allerlei zeldzame en exotische beesten die gevaar lopen door de oliewinning. «Zoutwaternijlpaarden»: tja, dat zijn waarschijnlijk nijlpaarden die af en toe in zee zwemmen. «De kroonkraanarend»: bedoeld wordt vast en zeker de kroonkraanvogel, want een kroonkraanarend bestaat niet. Dan de vogels die neerstrijken op de eilanden: grutto, tureluur, tuimelaar, dwergstern, bontbekplevier, kanoet, krombekstrandloper. Een tuimelaar? Dat is een dolfijnensoort. Verder wordt gerept van de groene zeeschildpad, die nog steeds op Bijagós zou «broeden». Ziet u hem al op zijn nest zitten? Zeeschildpadden leggen eieren in een kuil en kruipen dan de zee weer in.

Zwaap is ongetwijfeld begaan met het lot van de dieren in het West-Afrikaanse land, maar hij wist niet waarover hij schreef.

PAUL DE VRIES, Amsterdam

Opheffer

In De Groene Amsterdammer van 26 mei trekt Theodor Holman – terecht – het boetekleed aan, maakt excuses, strooit as over zijn hoofd et cetera. De reacties in de brievenrubriek – Opheffer 1-2-3-4 – zijn niet mals. Een lezer schrijft zelfs: «Als Opheffer opgeheven wordt kunt u mij weer als abonnee noteren.»

Als tegenwicht: wanneer De Groene bij mij in de bus valt begin ik achterin: wat brengt de nieuwe Opheffer; daarná komt de rest. Kortom, zonder Opheffer voor mij geen Groene.

WIL KREUWELS, Geldrop