Post

Post

Vredesmissie

Er is al veel kritiek binnengekomen op de columns van Opheffer, maar is het niet gewoon een kwestie van een te groot verschil in kwaliteit tussen de achterpagina en de rest van het blad? Ik lees het blad gewoon van voor naar achter. Daardoor blijft de pagina van Opheffer, ook bij nagenoeg alle andere onderwerpen, een flauwe mosterd na de maaltijd (ondanks, of misschien juist dankzij, het vaak demagogische karakter van zijn argumentatie). Een hele achterpagina voor Menno Hurenkamp is wellicht een waardiger afsluiting?

ERIC VAN STRAATEN, Haarlem

Audi & Monteverdi

In tegenstelling tot wat Manuel Brug («Regie als decoratie», De Groene Amsterdammer, 2 juni ) beweert was Pierre Audi niet de eerste, na Zürich, die Monteverdi’s opera’s bracht. Al in januari 1974 bracht de Nederlandse Operastichting de «Monteverdi-weken», een Monteverdi-cyclus waarin Gustav Leonhardt en Nicolaus Harnoncourt elkaar afwisselden als dirigenten en leiders. Kunstenaars als Ton Koopman, Frans Brüggen, René Jacobs, Alan Curtis en zangers als Benita Valente, Philip Langridge, Alexander Oliver, Paul Esswood, James Bowman, Mark Deller traden op, naast veel eersteklas Nederlandse en Belgische zangers.

Op de laatste dag kwam Claus Helmut Dresen, intendant van de opera in Zürich, naar Amsterdam. Ik at met hem na de voorstelling en hij vroeg of wij als Nederlandse Operastichting er bezwaar tegen hadden dat hij ook een dergelijke cyclus in Zürich zou0 doen. Hij zou alleen Harnoncourt gebruiken. Dresen stak de loftrompet over ons avontuur, omdat wij zoveel kunstenaars van verschillende signatuur gebruikt hadden. Hij vertelde me ook dat hij alles met het operaorkest van Zürich moest doen, terwijl wij de beschikking hadden over Concentus Musicus (Harnoncourt) en het Leonhardt Consort. Ik ben verbaasd dat Manuel Brug dit allemaal niet schijnt te weten. Het trok veel internationale belangstelling; Dresen erkende dat wij de pioniers waren!

NANDO SCHELLEN, Flagstaff,

Arizona