Post

Post

Tolerantie
Naar aanleiding van het artikel van Rob Hartmans (in De Groene Amsterdammer van 1 oktober) een aanvulling. Spinoza is zeer beslist voorstander van «zero tolerance» van overheidswege. De staat heeft volledige bevoegdheid over alles wat uitwendig waarneembaar gedrag is, ongeacht de titels of geboden van hogerhand waarop bepaalde groeperingen zich voor hun uitzonderlijk gedrag beroepen. Treedt dit uitzonderlijk gedrag buiten de door de wet gemarkeerde vrije ruimte, dan heeft een staat die zijn gezag onaangetast wil handhaven, geen mededogen. Tolerantie is slechts gepast, of liever onvermijdelijk, in een republica corrupta, zoals de Hebreeuwse staat ten tijde van Jeremia en van Jezus. In beide gevallen kon men als burger zijn wettelijke rechten niet meer toegekend en verdedigd krijgen en was het daarom verstandiger om ze niet op te eisen en maar toe te geven aan de onbillijke reclamaties van vijandige individuen. «Deze leer van Jeremia en Christus over het moeten verdragen van onrecht (de toleranda iniuria) en het in alles toegeven aan brutale wetsovertreders is alleen op zijn plaats waar het recht wordt verwaarloosd en in tijden van onderdrukking, niet in een goede staat», aldus Spinoza.
Aan het absolute staatsgezag van een gezonde politieke orde beantwoordt volgens Spinoza de burgerplicht om de wettelijke voorschriften ook dan te volgen en uit te voeren, wanneer men op grond van bepaalde, eventueel godsdienstige overwegingen, van mening is dat zij in strijd zijn met natuurwetten of met geboden die voortvloeien uit een allochtone godsdienstige traditie. Erkenning van rechtmatige uitzonderingen uit hoofde van gewetensbezwaren of goddelijke openbaringen zou een vrijbrief zijn voor willekeur en wetteloosheid, die op den duur elk staatsgezag zal ondermijnen. De bevoegdheid van de overheid over de cultus is dan ook onvoorwaardelijk en onbeperkt. Zij duldt geen enkele curatele van de zijde van imams, bisschoppen of predikanten.
Waar een religieus geïnspireerd deel van de bevolking, zoals bij ons het CDA, de lakens uitdeelt en verhindert dat andersgezinde groepen andere lakens uitdelen, is er in feite sprake van een democratisch vermomde theocratie. Zij is thans, onder druk van seculiere bewegingen, enigszins coulant en verdraagzaam. Maar wat zal er gebeuren wanneer straks een «islamitisch-democratische volkspartij» een vuist gaat maken en opkomt voor invoering van onwesterse elementen van de sharia? Een monsterverbond met het CDA lijkt niet uitgesloten. In de Saambinder. Kerkelijk Weekblad der Gereformeerde Gemeenten 82 (2004, nummer 42) lees ik in een artikel van Ds. W. Visscher over «tolerantie» de volgende veelzeggende uitlating: «Berg je voor de verlichte geesten die net als in Frankrijk alle uitingen van religie willen weren uit het publieke leven. Die telkens wanneer de islamiet iets ontzegd wordt, consequent een lijn doortrekken naar de ‹streng-orthodoxen›. Wat dat betreft is de VVD onder de tegenwoordige Somalische invloed gevaarlijker dan de PvdA. (…) De roep om afschaffing van bijvoorbeeld de godsdienstvrijheid en aanpassing van artikel 23 van de grondwet (…) zijn wat dat betreft illustratief. De 5 % islamieten konden wel eens minder gevaarlijk zijn dan de ruim 5O % moderne heidenen.»
Zolang wij onze gecorrumpeerde «christenstaat» niet hebben hervormd tot een seculiere staat die het onderwijs in zijn grond slagen niet uit handen geeft en niet uitbesteedt bij mensen met een totaal andere agenda, is daaraan helaas niets te doen.
WIM KLEVER, Capelle a/d IJssel