Post

Post

Rauw en urbaan

Leuk dat u aandacht besteedt aan het New Yorkse Fania-label (De Groene Amsterdammer, 11 augustus). De Afro-Cubaanse muziek, zoals gespeeld in New York City en later praktisch wereldwijd, krijgt bijna nooit de aandacht die ze verdient. Als belevers van de ontwikkeling van het Fania-label en de sfeer die daaromheen hing – wij woonden in die jaren in New York City en verkeerden toen juist in die kringen – willen we toch nog iets rechtzetten. Jerry Masucci ging natuurlijk niet begin jaren zestig naar Havanna met vakantie. De Revolutie had net plaatsgevonden en van Noord-Amerikaans toerisme was geen sprake. Masucci had in de late jaren vijftig tijd in Havana doorgebracht, samen met de latere componist-pianist van het Fania-label, Larry Harlow. Toen de gevechten in 1958 de stad naderden, werd de Noord-Amerikaanse studenten aangeraden naar huis te gaan.

IRA GOLDWASSER & HARRIETT BROEKMAN, Amsterdam

Grenzeloos

In zijn column «Wedergeboorte van de neo’s» (De Groene Amsterdammer, 28 juli) wijst Henk Hofland fijntjes op de glimlachen van Condoleezza Rice tijdens haar bezoek aan het Midden-Oosten. Kennelijk in een poging de shit van Bush op te ruimen. Maar haar glimlach is helemaal niet verbazingwekkend. De oorlog past uitstekend in de strategie van het, alweer enige tijd geleden opgerichte, Project for a New American Century (pnac) door de club van neoconservatieven rond Bush.

Voor de uitvoering van hun plannen werken de VS nauw samen met het Israëlische leger en de geheime dienst. Gezamenlijk werd een strategie ontwikkeld waarvan de wereldwijde, militaire suprematie van de VS de kern vormt. Voor zijn eigen veiligheid zou Israël dan gebaat zijn bij het in stand houden van een instabiele regio in het Midden-Oosten.

De ruimte voor een dergelijke strategie kon ontstaan na de ineenstorting van de Sovjet-Unie. De VS waren toen de enig overgebleven supermacht. Maar het ontbreken van een duidelijk vijandbeeld belemmerde echter de uitvoering van de geformuleerde strategie. Belangrijke opdracht was dan ook het creëren van nieuwe vijandbeelden: «het terrorisme» en «de as van het kwaad». Kregen vroeger mensen die in opstand kwamen tegen uitbuiting, onderdrukking en vernedering het etiket «communist» opgeplakt, nu is «terrorist» het toverwoord.

«Het terrorisme» vormt natuurlijk de meest ideale vijand. Die kan zich namelijk overal bevinden, zowel in het binnenland als in het buitenland. Aanwezigheid in andere landen bezorgt de «wij-zij»-denkers een vrijbrief om militair in te grijpen. Daarbij worden op orwelliaanse wijze leugens en bedrog niet uit de weg gegaan om zodoende de grenzen tussen goed en kwaad af te bakenen. In de studie Vrijheidsstrijders en terroristen uit 1976 gaf professor P.J. Bouman al aan dat die grenzen niet altijd scherp zijn te trekken. Maar Opheffer beweert in «Er zijn grenzen» dat hij zijn grens bij het accepteren van terroristisch geweld inmiddels heeft getrokken. Kennelijk plaatst hij zich daarmee aan de goede kant van de grens tussen «wij en zij». Tegen hem zou ik willen zeggen: droom rustig verder over een gewapende vrede.

REIN HEIJNE_, Rotterdam_

Stalin contra Hitler

Voor de derde achtereenvolgende week prijst u een boek aan van Marius Broekmeyer. U geeft ze zelfs gratis weg. Hoe diep gezonken kan een (links) weekblad zijn?

Marius Broekmeyer heeft in de jaren tachtig niet alleen een gewone rechtse visie tentoongespreid, maar ook een antiprogressieve opruiende rol gespeeld: het demoniseren van denkbeeldige en minder denkbeeldige tegenstanders. Eenzelfde provocerende rol – rondom Afghanistan en de anticommunistische valkuil – als het icto en die propere mijnheer P. Ego uit Gravendeel. (Lees mijn boek 60 jaar leugens en bedrog maar op internet, op locatie: http://home.hetnet.nl/~r.min/pol/index.html.)

DR. RIK MIN, Enschede