Post-globalisering

‘NIEMAND HEEFT ooit gezegd dat globalisering alleen maar iets goeds is en slechts economische vooruitgang zou betekenen voor iedereen’, zegt Jeffrey Garten, voormalig medewerker van president Clinton, in reactie op de chaos op de financiële markten. Dat klopt natuurlijk niet, want het officiële verhaal over globalisering beloofde jarenlang rozegeur en maneschijn, met alle mogelijke voordelen voor landen die zich voor vrijhandel en vrij kapitaalverkeer openstelden en voor miljarden consumenten. Met het uitbreken van de huidige crisis is volgens Joseph Kahn van The New York Times echter het lelijke gezicht van globalisering boven komen drijven: ‘Valuta-crises kunnen van het ene naar het andere land overspringen, deflatie over de wereld verspreiden en recessies tot gevolg hebben. Niemand, de Verenigde Staten noch het IMF, heeft de macht of misschien wel de wil, om daar iets tegen te doen.’

Post-globalisering. Het woord is nog niet geïntroduceerd, maar dat kan niet lang meer duren. Als gevolg van de aardschokken die de financiële markten teisteren wordt ineens openlijk gediscussieerd over het aan banden leggen van kapitaalverkeer. De Franse premier Jospin heeft aangekondigd dat hij binnen de EU en met de andere landen van de G7 een discussie wil over herregulering van het kapitaalverkeer en hij denkt aan de invoering van een Tobin-tax, om destructieve stromen hot money in te perken. En in sommige door de crisis getroffen landen wordt over dit soort voorstellen al niet meer uitsluitend gepraat. ‘De vrije markt heeft desastreus gefaald’, zei premier Mahatir van Maleisië toen hij aankondigde dat zijn land met onmiddellijke ingang controle op grensoverschrijdend kapitaalverkeer invoert. Maleisië probeerde net als andere Aziatische landen uit de crisis te komen door de IMF-recepten - minder overheidsuitgaven en een strak monetair en fiscaal beleid - voorbeeldig te volgen. Maar de problemen werden daardoor slechts verergerd en de Maleisische economie kromp het tweede kwartaal van dit jaar nog sterker dan het eerste, ditmaal met 6,8 procent. De nu ingevoerde controle op deviezen maakt het mogelijk het land grotendeels af te sluiten van speculatief kapitaal. Daardoor kan de rente worden verlaagd en kan de overheid haar uitgaven opvoeren, zonder dat de koers van de munt onderuitgehaald wordt omdat als reactie buitenlands kapitaal teruggetrokken wordt.
DE BESLISSING van Maleisië komt kort nadat MIT-econoom Paul Krugman in het blad Fortune een lans had gebroken voor het instellen van deviezencontroles in door de crisis getroffen Aziatische landen. Krugman, volgens NRC Handelsblad 'de meest spraakmakende internationale econoom op dit moment’, ging volgens eigen zeggen als Sherlock Holmes te werk en elimineerde alle beleidsaanbevelingen die in elk geval niet werken, zoals die van het IMF: 'Wat overblijft is vermoedelijk het antwoord, hoe onwaarschijnlijk het ook lijkt.’ Kapitaalcontroles dus, en het is dan ook helemaal niet uitgesloten dat andere landen het voorbeeld van Maleisië volgen. Steeds meer begint ook op te vallen dat China en India, de belangrijkste landen die hun kapitaalverkeer nooit volledig geliberaliseerd hebben, de minste last hebben van de turbulentie op de financiële markten. Volgens The Financial Times dreigt een boemerangeffect tegen de mantra van de vrije markten. Volgens Business Week is een 'revolte tegen de politiek van het IMF’ aan de gang en kampt de globalisering met ernstige tegenslagen. En The Wall Street Journal spreekt na de beslissing van Maleisië bezorgd over 'de tot nu toe meest ernstige bedreiging van de vrije-marktorthodoxie die de wereld na het einde van de Koude Oorlog omarmd heeft’.
Maar wat voor argumenten zijn er nog tegen het slopen van het dogma van de ongereguleerde financiële stromen als landen die hun kapitaalverkeer niet liberaliseren daar blijkbaar wel bij varen? Analisten van Goldman, Sachs & Co, een van de grootste spelers op de financiële markten, hebben daar een helder antwoord op: 'Tot nu toe hebben landen die hun munt niet vrij inwisselbaar hebben gemaakt het het beste gedaan. Dit brengt het risico met zich mee dat op een gegeven moment andere landen ook besluiten kapitaalcontroles in te voeren. De exacte consequenties voor de vooruitzichten van de VS zijn nog onduidelijk, maar ze zullen zeker negatief zijn.’ Banken en multinationals zullen door deviezencontroles minder makkelijk kapitaal over de wereld heen en weer kunnen laten flitsen en dat kan de winsten drukken. 'Wall Street heeft duidelijk eigenbelang bij een wereld met vrij kapitaalverkeer’, zegt ook Jagdish Bhagwati, gerenommeerd handelseconoom van de Columbia University, 'want daardoor wordt het gebied vergroot waarin zij geld kunnen verdienen.’
DE CRISIS IS zo diep dat zelfs sommige fanatieke vrije-marktadepten van hun onaantastbare geloof in de zegeningen van het neoliberalisme vallen. The Financial Times vloekt in de kerk door te schrijven dat opnieuw nagedacht moet worden over het reguleren van korte-termijn-kapitaalstromen. Volgens een redactioneel in deze krant moeten het IMF en de Wereldbank 'de oncomfortabele mogelijkheid dat in sommige gevallen, en onder strikte voorwaarden, kapitaalcontroles de minst slechte optie kunnen zijn’, serieus onder ogen zien. Aan het einde der dagen zult gij vreemde gezichten zien, want ook op de financiële markten begint twijfel binnen te sluipen over de heilzame werking van de vrije markt.
Christopher Rude interviewde ten behoeve van een conferentie die een departement van de Verenigde Naties in juli organiseerde over de lessen die getrokken kunnen worden uit de financiële crisis, belangrijke beslissers bij leidende financiële instellingen op Wall Street, en concludeert: 'De ernst van de financiële implosie die in Oost-Azië heeft plaatsgevonden heeft marktdeelnemers ertoe gebracht vraagtekens te plaatsen bij de stabiliteit van het huidige geglobaliseerde financiële systeem. Marktparticipanten hebben niet alleen hun vertrouwen verloren in de vooruitzichten op permanente robuuste groei, maar in de verdiensten van liberalisering van financiële markten en globalisering, en zelfs in de levensvatbaarheid van vrije ongereguleerde internationale kapitaalmarkten.’
Een van de achtergronden voor zulk pessimisme is dat sommige globaliseerders nu het slachtoffer dreigen te worden van hun eigen succes. Van de recente voorspelling van de Wereldbank dat als gevolg van de crisis nog dit jaar tweederde van de Indonesische bevolking onder de armoedegrens zal zijn teruggevallen, ligt men op de beurs en in de directiekamers van banken en multinationals niet wakker: hadden ze in die landen maar het goede beleid moeten voeren. De crisis wordt echter anders ervaren nu, in de woorden van Byron Wien, investeringsstrateeg bij Morgan Stanley Dean Witter, 'globalisering tegen ons begint te werken’. Bedrijven als Coca-Cola, Microsoft en Intel kampen volgens The Financial Times plots met de nadelen van hun sterke internationale oriëntatie. Nu veertig procent van de wereldeconomie in een recessie verkeert of daarnaar op weg is, zullen de winsten minder groeien, met als gevolg dat de aandelenkoersen dalen.
Diezelfde krant wijst op een ander onvoorzien gevolg van de veranderingen die veel ondernemingen hebben doorgevoerd in hun beloningssysteem: 'Topmanagers hebben papieren verliezen opgelopen van miljoenen dollars als gevolg van de recente daling van de aandelenkoersen.’
Alleen de ware gelovigen laten zich zelfs door de huidige crisis niet van hun stuk brengen. Milton Friedman, monetaristisch econoom en internationaal boegbeeld van het vrije-marktdenken, trekt in The Wall Street Journal fel van leer tegen zijn geliefd Hongkong, de plaats die hij altijd aanbeveelt aan eenieder die wil zien 'hoe de vrije markt werkelijk functioneert’. De regering van deze stadstaat spendeerde vijftien miljard dollar belastinggeld aan het kopen van aandelen op haar eigen beurs, om de snel dalende koersen te steunen en op verdere koersdaling speculerende handelaren een hak te zetten. Friedman noemt deze, van weinig vertrouwen in de vrije markt getuigende daad 'krankzinnig’ en vraagt zich af 'of de regering van Hongkong werkelijk van plan is Hongkong te socialiseren’. Voor hij op de golven van het neoliberalisme tot grote hoogten steeg en de Nobelprijs economie won, werd Friedman door de meeste economen als een excentriekeling beschouwd. Hij is al 86 jaar, maar het lijkt niet uitgesloten dat hij het nog beleeft dat hij opnieuw in die positie terechtkomt.