Post in ruil voor cola in Zuid-Afrika

Johannesburg – Nieuwe cd’s van Nick Cave, Yo La Tengo en Jacco Gardner, een biografie van Jack Kerouac, een boek over Sandy Denny, een singletje van The Bluebeats en twee afleveringen van het tijdschrift The Wire. Dat lag allemaal te wachten om bezorgd te worden, ergens tussen OR Tambo International Airport en mijn huis in Johannesburg.

Al sinds 14 februari staken de werknemers van diverse postsorteercentra omdat er met hun pensioengeld zou zijn geknoeid. Een rechtbank verklaarde de staking onwettig, maar dat hielp niet. De brievenbus bleef leeg, en ik had ­visioenen van balorige stakers bij het sorteercentrum in Osmonde die gezellig meezongen met de nieuwe Nick Cave, of luid commentaar gaven op de bespreking van de nieuwe cd van My Bloody Valentine in The Wire. Of, realistischer, nachtmerries van overvolle postzakken die geleegd worden in de Juskei-rivier, om ruimte te maken voor andere postzakken die ook weer in de Juskei terechtkomen.

Februari en maart zijn doorgaans niet de maanden waarin het werk wordt neergelegd. Het echte stakingsseizoen is de Zuid-Afrikaanse winter. In 2011 gingen er 2,8 miljoen arbeidsdagen verloren, waarvan ruim driekwart tussen juni en september. En 2012 was een uitermate triest jaar, met als dieptepunt de politie die 34 stakende mijnwerkers bij Marikana doodschoot. Het onderzoek naar de precieze toedracht en omstandigheden loopt nog.

Inmiddels lijken de stakingen zich niet meer tot de dorre wintertijd te beperken. Er wordt op het ogenblik onder meer gestaakt in de steenkool- en chroommijnen, bij Kaapse wijnboerderijen en bij de posterijen. Rekeningen komen niet aan en de toch al penibele elektriciteitsvoorziening loopt gevaar. ‘We zitten in een vicieuze cirkel waarin we elkaar vermoorden, de Zuid-Afrikaanse rand aan waarde verliest, de inflatie stijgt, de kredietwaarde wordt verlaagd en het vertrouwen van de zakenwereld keldert. Buitenlandse investeerders kijken met groeiende zorg naar Zuid-Afrika’, zegt econoom Dawie Roodt.

Maar toen zat er ineens een melding in mijn bus dat er een pakje voor me klaar lag op het postkantoor. Alleen, dat was gesloten, want die ochtend waren er boze stakers langs geweest. Maar het personeel had nog wel de achterdeur open. Angstig om zich heen kijkend namen ze mijn twintig rand aan ‘voor een fles cola’. Vijf minuten later kwamen ze met mijn pakje, van een gewisse verdrinkingsdood gered.