H.J.A. Hofland

Post uit teheran

President Ahmadinejad heeft collega Bush een brief geschreven, met het voorstel om in nader overleg de grote problemen op te lossen. Wereldleiders onder elkaar. In de Koude Oorlog konden ze elkaar bellen via een rode telefoon, voor het geval er per ongeluk een kernraket de lucht in was gegaan. Wat er in de brief van het Iraanse staatshoofd staat, weten we op het ogenblik dat ik dit schrijf nog niet. Maar de aangeschrevene heeft al laten weten dat hij de brief «verwerpt» want niet ter zake doende vindt. Het is niet hetzelfde als ongeopend terugsturen, maar het komt er wel dichtbij. Misschien is de brief een «propagandastunt». Dan heeft Ahmadinejad zijn doel bereikt. Voor eigen parochie zal hij daarmee het bewijs hebben geleverd dat Amerika door een onhandelbare man wordt geleid. In ieder geval is deze brief geen incident. De reactie erop typeert het langzamerhand schreeuwende gebrek aan verbeeldingskracht aan Amerikaanse kant, of de radeloosheid van het Westen.

Al lang geleden, in 1979, toen ayatollah Khomeini het personeel van de Amerikaanse ambassade liet gijzelen en Amerika uitriep tot de Grote Satan, was Iran het grootste probleem van het Midden-Oosten. Onder een verscheidenheid van regimes heeft het land verder aan zijn atoomprogramma gewerkt. Ondanks constante vermaningen van bijna alle kanten – Amerika, de Europese Unie, internationale organisaties – vordert het gestaag. Voor vreedzame doelen, houdt Teheran vol. De rest van de wereld gelooft daar niets van. Ze willen de bom. Waarom, waarvoor? Louter voor zelfverdediging, zoals India, Pakistan en Israël? Ahmadinejad heeft verklaard dat de holocaust een sprookje is en dat hij Israël van de aardbodem zal vagen.

Zoals in de Koude Oorlog heeft zich een gruwelscenario ontwikkeld. Het doet meer en meer denken aan de escalatieladder die in 1965 door Herman Kahn is beschreven in zijn On Escalation: Metaphors and Scenarios. Het begint met een «duidelijke crisis», plechtige, formele verklaringen. De laatste, de 44ste, is de «spastische fase» van de zinloze oorlog waarin de leiders op alle knoppen van de vernietiging drukken. In dit geval: de Iraanse bom ontploft in Israël, terwijl Israëlische kernraketten onderweg zijn om van Teheran een puinhoop te maken. In de chaos die dan in de regio ontstaat is alles mogelijk. Is zoiets überhaupt denkbaar? Thinking about the Unthinkable is de titel van een ander boek van Kahn, dat aan het genoemde voorafgaat. Moeten onze strategen zich om te beginnen niet eens in de nieuwe krijgskundige denkbaarheden verdiepen?

Drie jaar geleden, toen het Westen zich ook al ongerust maakte over het kernprogramma van Iran, wekte Washington de indruk dat het desnoods bereid zou zijn tot militair ingrijpen. De geruchten waren geloofwaardig. De president had het einde van de major operations in Irak afgekondigd. Daar stond een leger van 150.000 man, dat niet veel meer om handen leek te hebben. De democratisering van Irak stond voor de deur. Iran dezelfde behandeling te laten ondergaan was in ieder geval in overeenstemming met de mondiale plannen van George W. Bush. De tijd leek gunstig om de steeds gevaarlijker wordende lastpost onschadelijk te maken. We weten niet waarom er toen niets van is gekomen.

Vorige maand kwam The New Yorker met een uitvoerig artikel van Seymour Hersh over nieuwe krijgsplannen. De clandestiene activiteiten in Iran zijn opgevoerd en aan de geheime plannen voor een grote luchtaanval wordt hard gewerkt, schreef hij. Volgens deskundigen zouden er vierhonderd voltreffers nodig zijn om alles wat gevaarlijk is te vernietigen. Omdat sommige installaties diep onder de grond liggen, zouden er misschien tactische atoomwapens moeten worden gebruikt. Het uiteindelijke doel van de Amerikaanse actie zou drieledig zijn: uitschakeling van de militaire installaties, een revolutie van het volk, met als resultaat verandering van het regime. Eind goed, al goed.

Het artikel veroorzaakte opschudding. Bij het vooruitzicht van een dergelijke oorlog hebben een paar generaals overwogen ontslag te nemen. Het was ook een aanleiding om Irak weer nader onder de loep te nemen. Zes generaals b.d., onder wie een paar met recente Iraakse ervaring, drongen aan op het ontslag of aftreden van minister Rumsfeld. De president, misschien geschrokken van de reacties op het artikel van Hersh, verzekerde dat het probleem-Iran langs diplomatieke weg zou worden opgelost.

Vervolgens is er niets bijzonders gebeurd, wat wil zeggen dat Iran verder werkte aan de verrijking van zijn uranium, het Westen zijn ongeloofwaardige dreigementen herhaalde, Rusland en China zich op een afstand hielden, de oorlog in Irak gewoon doorging, Palestina met zijn Hamas-regering van Amerikaanse en Europese hulp werd uitgesloten, en de olieprijs bleef stijgen. Op het ogenblik worden de problemen in het Midden-Oosten met de dag groter terwijl het westerse denken over een oplossing al jaren geleden is gestagneerd. Het gerucht gaat dat Ahmadinejad een geweldig voetballiefhebber is en dat hij graag naar Berlijn zou gaan om te zien wat zijn elftal ervan maakt op het WK. De vraag is nu of Duitsland hem een visum moet geven. Misschien ligt daar de oplossing.