Post voor altijd

Afgelopen week kreeg de 82-jarige illustratrice Mance Post de Max Velthuijs-prijs voor haar hele oeuvre. Ter gelegenheid daarvan verscheen een verzamelbundel van door Post geïllustreerde dierenverhalen van Toon Tellegen.

TOON TELLEGEN & MANCE POST
POST VOOR IEDEREEN
Querido, 96 blz., € 13,95

Hoe zou Toon Tellegens licht absurde dierenwereld eruitzien zonder de illustraties van Mance Post? Hoe leefbaar zou die dan zijn? Hoe leesbaar? Zou die wereld waarin een olifant en mier even groot zijn en een beer probleemloos op de schouders van een muis balanceert niet te veel uit taal bestaan? Taal die zelden zegt wat eigenlijk wordt bedoeld? Taal die je verleidt kronkelige paadjes te betreden om vervolgens nergens uit te komen? Taal die willekeurig heen en weer springt van letterlijke naar figuurlijke betekenis?

Misschien wel. Misschien zou je verdwalen door het afwezige onderscheid tussen werkelijkheid en verbeelding. Misschien zou je je gevangen voelen tussen woorden en gedachten. En snakken naar lucht, ruimte, richting en betekenis.

Gelukkig mag het bij gissen blijven. Want al twintig jaar lang voorziet Mance Post (Amsterdam, 1925) Tellegens fameuze dierenverhalen van prachtige, heldere illustraties voorzien van duidelijke contouren. Lees Post voor iedereen, een persoonlijke en dierbare keuze van Mance Post uit Tellegens bundels van de afgelopen twee decennia, en je ziet hoe haar krachtige zwart-witte en ingekleurde linoleumsneden en fijne aquarellen de verbeelding bij de hand nemen en Tellegens jonge lezers bijna ongemerkt betekenis aanreiken.

Dat is precies wat Mance Post met haar realistische, maar eigen en karaktervolle illustraties al ruim vijftig jaar voor ogen heeft. Voorzichtig en respectvol, met oog voor detail, vertaalt ze de woorden van de schrijver in beelden die kloppen en dicht bij de belevingswereld van kinderen liggen. ‘Ik verzin een ingang’, vertelde ze ooit in een interview in NRC Handelsblad. ‘Je laat een kind een tijdje tobben op de derde traptree, maar dan geef je het toch een hand?’ Die dienende houding naar zowel auteur als lezer past een illustrator, vindt Post, die in gesprekken altijd duidelijk onderscheid maakt tussen het vakmanschap van de illustrator en het vrije kunstenaarschap.

Ongetwijfeld is dit een van de redenen dat vakjury’s en veel recensenten haar lange tijd – onterecht – slechts in de zijlijn hebben opgemerkt. Terwijl Post – in die zin kan zij niemand zijn ontgaan – behalve Tellegen ook vermaarde auteurs als Han G. Hoekstra, Annie M.G. Schmidt en Guus Kuijer (Madelief) heeft geïllustreerd. Al vanaf 1955: geïnspireerd door Piet Klaasse (leerling van Paul Citroen), haar tekenleraar op het Amsterdamse Montessori-lyceum. En in stijl variërend tussen silhouetten, lichtvoetige potloodtekeningen, penseeltekeningen en linoleumsneden.

Maar de kinderboekenwereld heeft plots het licht zien schijnen, zodat Mance Post alsnog uit haar eigen schaduw is getreden. Vorig jaar deed ze al een, haar passend, voorzichtig stapje toen ze voor haar betoverende diepblauwe nachtprenten in Tellegens bundel Midden in de nacht haar eerste Zilveren Penseel ontving. En afgelopen week ontving ze de Max Velthuijs-prijs 2007 voor haar hele oeuvre, de P.C. Hooft-prijs voor (kinderboeken)illustratoren, die dit jaar voor de allereerste keer is toegekend en waaraan een geldbedrag van zestigduizend euro is verbonden.

Het is ter gelegenheid van deze nieuwe oeuvreprijs dat Post voor iedereen is verschenen. De titel is uitnodigend en passend. De verzamelbundel met Tellegens dierenverhalen geeft niet alleen een overzicht van het werk waarmee de gelauwerde illustratrice de laatste twintig jaar bezig is geweest (zoals de voor Post gedurfde en vernieuwende linosneden) maar ook inzicht in wie deze, tot nu toe relatief onbekende, bescheiden, kinderloze en ongehuwde dame is.

Alleen al het feit dat Post Tellegens verhalen koestert, zegt veel over haar. Ze moet een vrouw zijn die van poëtische onlogica houdt en van het ritme en de klank van taal. Ze moet een vrouw zijn die niet in een ‘relatieve’ (anders dan een ‘absolute’)leeftijd gelooft. Die ondanks haar 82 jaren in gedachten nog steeds de tijd opzij kan zetten om haar veilige, fantasierijke kinderwereld van weleer te betreden. Een wereld waarin ze schetsend in haar vaders leunstoel in een Amsterdams bovenhuis net zulke onbegrensde mogelijkheden schiep als Tellegen in zijn dierenwereld. Een wereld waarin de tijd schijnbaar stilgezet kan worden. Een wereld waarin je bijvoorbeeld Tellegens mammoet – zoals de mier, eekhoorn en hazelmuis overkomt – zomaar onder een oude boom kunt treffen om een levensecht gesprek mee te voeren: over hoe de mammoet is uitgestorven en nu ‘vergetelheid’ zoekt. Over tijd, die de mammoet zegt niet te hebben. En over ‘onze tijd’ die de mammoet niet past, omdat die ‘te krap’ is.

Uit de verhaalkeuze van Post spreekt, ondanks het negeren van haar relatieve leeftijd, een bewustzijn van deze ‘krapte’ en een besef van het verstrijken van de tijd. Zo vertelt Toen het feest van de zebra op zijn hoogtepunt was over onuitgesproken woorden die altijd onuitgesproken zullen blijven, omdat er te veel te zeggen valt en gebrek aan tijd is. Zo gaan ‘de lessen van de zwaan aan de mier en de eekhoorn’ over ‘voorbijgaan’ en droomt de hazelmuis over ‘zoete secondes, honingminuten, roomuren en suikerdagen’, die de beer allemaal opeet tot er geen tijd meer over is.

Maar er zijn ook onschuldiger Tellegen-verhalen, zoals Op een dag besloot het Nijlpaard om zich terug te trekken en in de lucht te gaan wonen en de verhalen uit Het feest op de maan (1990), die een dromerige zachtaardigheid en een verlangen naar licht en lucht verraden. Een verlangen dat ook spreekt uit kinderherinneringen, die Post met Guus Kuijer vastlegde in Ik woonde in een leunstoel (1981). Daarin vertelt ze hoe ze als astmapatiëntje in haar dagdromen over de daken naar het ‘Luchtpark’ vloog, waar ‘bomen vol kleurige vogels’ waren en ‘altijd een frisse wind woei’.

Er is één indrukwekkende cirkelvormige lino in het Feest op de maan waarin licht, lucht, kleur en het komen en gaan van de tijd prachtig versmelten. Op de voorgrond staat de ‘spektor’ op een maanrots, vanwaar hij ziet hoe de eekhoorn terugkeert naar huis terwijl de zon opkomt. Zachte, sierlijk in elkaar overlopende mengtinten in rood, oranje, groen en blauw roepen een oneindig verlangen naar zon en leven op. De prent geeft je bruikbare richting in Tellegens wonderbaarlijke dierenwereld, maar vertelt vooral alles over de knap gevormde wereld van Mance Post tussen bescheidenheid en durf, eigenheid en vakmanschap, droom en werkelijkheid.