Post week 1

Gevangenisbrieven

Ik las net ‘Ons kritische bewustzijn zit in de gevangenis’ (De Groene Amsterdammer van 19 december), de briefwisseling tussen Pussy Riot-zangeres Nadja Tolokonnikova en Slavoj Zizek, en moest denken aan kerstavond. Bij de kerstmis in de Sint Bavo van Haarlem hield een jongeman de kerstpreek. Jezus, geboren in een vieze veestal, gelegd in een voederbak bij gebrek aan ruimte, en met kraamvisite van armzalige herders, is dat nou een wonderbaalrijke raadsman en goddelijke held? Tsss, dat kan toch niet, mensen. Nog geboren uit een maagd ook. Ga toch weg, dat was natuurlijk een losbandige Romeinse legionair. Het kerstverhaal klopt van geen kant. Aldus de kerstprediker. Juist daarom is het heilig, vervolgde hij. Het lijkt niet te kunnen, hooguit met goddelijke interventie. Kunt u werkelijk geloven in zo’n kind als vredesvorst, heeft uw voorstellingsvermogen daar ruimte voor? Kunt u, hoewel de ‘feiten’ bijten, uw hart en hoop openhouden? Want al is het ruim tweeduizend jaar geleden, ons verhaal gaat door.

Mijn voorstellingsvermogen, hart en hoop, worden dagelijks gevoed door voorbeelden als Pussy Riot, dacht ik al lezende. Net als het kindeke later gaan zij ook in tegen een gevestigde en verstikkende orde, misschien belanden ze dan niet aan een kruis, maar wel tot voor kort in Mordovische werkkampen. Er zijn voorbeelden te over, Assange, Manning, Snowden, een Zuid-Afrikaans voorbeeld heeft onlangs de geest gegeven. Bepaalde heersers zouden deze mensen maar wat graag aan een kruis nagelen, ware het niet dat de tijd heeft aangetoond dat dit niet de meest effectieve manier is om kritiek de kop in te drukken. Ze belanden in gevangenissen en komen terecht in publieke schandalen. Isoleren en lasteren zijn bewustere strategieën voor schadebeperking.

Beste kerstprediker, vanwaar die vraag, is uw voorstellingsvermogen groot genoeg om te geloven in een onwaarschijnlijke vredesvorst die zichzelf voor ons opoffert? Je hebt ze voor het uitzoeken. Ze komen in verschillende vormen en maten, je hebt politieke activistes(n), klokkenluiders, sommigen krijgen netjes een Nobelprijs voor de vrede. Zij doen voor mij in essentie vergelijkbare dingen als waar men die eerste goddelijke held ook om bejubelde: alternatieve visies manifesteren naast die van de dominerende autoriteiten. Daaruit put ik hoop voor en geloof in een goede toekomst waarin ruimte is voor ieders vrijheid. Ik hoop dat er binnen kerken en denominaties ook oog en ruimte is voor zulke hedendaagse parallellen. Er leven ook nu een hoop voorbeelden om dankbaar voor te zijn en te vieren.

Michiel Smit

Schuldhulp

Allereerst mijn grote complimenten voor het artikel ‘Schuldhulp in Doetinchem’ in De Groene van 12 december. Van 1996 tot 2010 ben ik zelf werkzaam geweest in de schuldhulpverlening, De eerste drie jaar daarvan bij een nieuw opgericht project voor schuldhulpverlening (dat helaas aan zijn eigen succes ten onder is gegaan) en daarna als maatschappelijk werkster (waarbij ik me bezighield met gedragsverandering) totdat ik drie jaar geleden met pensioen ging. Het verhaal als door jullie omschreven komt geheel met mijn ervaringen overeen.

Een in het artikel genoemd punt wil ik eruit lichten: de beslagvrije voet. Dit is een heel oude wettelijke regeling ter bescherming van de schuldenaar. Dit is negentig procent van de bijstandsnorm, het uiterste minimum om te kunnen overleven. Je hebt dan wel de tegemoetkomingen nodig, zoals onder andere huur- en zorgtoeslag. Gaat daarmee iets mis, dan zak je direct door de bodem, oftewel dan heb je geen geld meer voor eten dan wel om de gewone vaste lasten te betalen.

En inderdaad, de belastingdienst kan zomaar de huur- en/of zorgtoeslag stoppen als er om wat voor reden dan ook te veel is uitgekeerd. Dit druist volledig in tegen het recht op bescherming van de schuldenaar, die al zeer minimaal is. Wat overblijft in zulke situaties is de voedselbank, wat weliswaar een (tijdelijke) uitkomst biedt om nog te kunnen blijven eten, maar tegelijkertijd zo vernederend is.

Verder heb ik nog een aanvullend punt, dat mij als maatschappelijk werkster zeer ter harte ging (en nog, als ik erover lees). En dat is de hoogte van de bijstandsnorm. Altijd maakte ik eerst een budgetoverzicht om zicht te krijgen op de verhouding tussen inkomsten en uitgaven. Vanaf 1996 heb ik de financiële ruimte voor bijvoorbeeld kleding of reservering voor tegenslagen zien verkleinen. De laatste jaren van mijn werkzame leven kostte het steeds meer moeite om een budget sluitend te krijgen, omdat alles op ging aan ‘gewone’ vaste lasten als eten en drinken, huur, energie, ziekteverzekering en zo. Dit is het gevolg van stijgende kosten en van een jaarlijkse verhoging van de bijstandsnorm die daarmee geen gelijke tred houdt. Het afgelopen jaar is de bijstandsnorm zelfs iets verlaagd. In een (ondanks de crisis) nog altijd welvarend land vind ik het een schande dat er armoede bestaat en dat de overheid zelf daaraan mede schuldig is. En armoede betekent veel persoonlijk leed.

Ineke van Dam