Post week 1

Engelen in de kerk

Op zondagochtend heeft mijn vrouw gepreekt in Bladel, een kleine protestantse gemeente in het zuiden van Nederland. Normaal zijn er twee schriftlezingen en een overdenking. De ene lezing was uit Lucas (2:22-40) en de tweede lezing was de laatste column van Ewald Engelen in 2017, in De Groene van 21 december.

In haar overdenking vergeleek mijn vrouw Ewald Engelen met de profeten in de bijbelse tijd. Ze prijst hem omdat hij het durft om de problemen aan te snijden. Maar bij de inleiding van de overdenking herhaalt ze de laatste zin van de column: ‘(…) alsof er geen morgen is’. ‘Die woorden maken het duister nog duisterder’. Wat ze dan weer jammer vond, is dat hij geen hoop biedt. Op dat punt gaat ze door, dat zal ik u hier besparen. En de preek eindigt, en dat zal Ewald deugd doen, met de oproep dat iedereen ook verantwoordelijk is voor zijn eigen kleine bijdrage aan de ‘Hoop’: rij minder auto, eet geen vlees, maak geen verre vliegreizen, koop biologische producten…

En dat allemaal in een piepklein protestants kerkje in Bladel.

Pieter Donders, Waalre

Laaghangende oordelen

Ik ben opgegroeid als een refomeisje. Boerendochter uit een Utrechtse polder met ouders die het geloof ‘hervormd op gereformeerde grondslag’ aanhingen. Ik heb er lang over gedaan om mijn eigen weg te vinden en mij te verlossen van de last die dit geloof mij op mijn schouders legde. Het kostte mij jaren om een nieuwe identiteit te vinden. Ik kreeg grote onenigheid met mijn familie en werd buitengesloten.

Na het artikel ‘Laaghangende oordelen’ van Franca Treur (in De Groene van 14 december) las ik ook haar boek Hoor nu mijn stem, en de thematiek is voor mij zeer herkenbaar. Er werd ons aangepraat dat, wanneer je niet gelooft, er geen normen en waarden meer zijn. Je koos dan voor de gemakkelijke weg, de brede weg zoals die op een prent aan de muur hing. De smalle weg kostte veel moeite en pijn, maar die leidde ten slotte naar de hemel, althans als God dat toestond. De dreiging van de hel was altijd voelbaar. Bij de eerste keer naar de film, een theatervoorstelling zonder dat mijn familie het wist, of als de kerk op zondag werd overgeslagen.

Mijn diploma van de Kweekschool gaf mij de ruimte afstand van het gezin te nemen. Een baan ver weg van thuis, ook al kwamen twee keer ouderlingen en schoolhoofden uit dorpen vlak bij ons huis aandringen om bij hen te komen werken. Ik herken in het boek de schijn die ik een tijd probeerde op te houden, door net te doen of alles nog ‘gewoon’ was. Uiteindelijk heb ik in Brabant de stap gezet om mij definitief uit te schrijven van de Hervormde Kerk. Mijn strijd voor emancipatie van vrouwen en migranten heeft me daarbij veel geholpen. Ik kreeg er andere vrienden en vriendinnen door. Zij zijn als een soort familie voor mij, al heb ik na lange tijd wel weer contact met mijn zussen en zwagers.

Natuurlijk hopen zij dat het ooit nog goed komt met mij, ook al wordt dat niet uitgesproken. Ik mis de belangstelling voor waar ik voor sta: mijn interesse, mijn werk, mijn vrienden. We praten ook niet of nauwelijks over onderwerpen die mij raken, zoals waar ik mijn zingeving uit haal, hoe ik denk over politiek, milieu, euthanasie of de discussie over voltooid leven. Voorlopig begin ik daar maar niet aan.

Maartje van der Neut, Helmond