Post week 1

Duitse kinderen

‘Er werden vijftigduizend kinderen geboren van een Duitse vader’, schrijft Koen Kleijn in zijn recensie van het boek van Bianca Stigter over de oorlogsjaren in Amsterdam (De Groene, 5 december 2019). Vijftigduizend! In totaal werden er in Amsterdam in jaren 1940-1945 in totaal zo’n tachtigduizend kinderen geboren. Meer dan de helft daarvan zou dus door een Duitser verwekt zijn. Monika Diederichs geeft in haar boek Kinderen van Duitse militairen een schatting van twaalf- tot vijftienduizend kinderen voor heel Nederland. Dat lijkt me aanzienlijk realistischer.

NICO WILTERDINK, Amsterdam

Oranje-dynastie

In het artikel over de Trump-dynastie (in De Groene van 12 december) schrijft Casper Thomas dat er in democratieën kiezers voor nodig zijn om meerdere generaties aan de macht te helpen. In Nederland zouden de gevolgen van een verbod op familie-opvolging in openbare functies volgens hem beperkt blijven. Hij gaat daarbij voorbij aan het feit dat we in Nederland nog steeds een staatshoofd hebben dat niet dankzij verdienste of verkiezing, maar door geboorte op die plek terecht is gekomen. Een verbod op familie-opvolging zou derhalve het einde van de monarchie betekenen, voorwaar geen gering gevolg.

HANS KOENEN, Amsterdam

Lessen van meester De Graaf

Wat een fijn verhaal van Joeri Boom (kerstnummer) over zijn lievelingsmeester. Ik heb zelf zo’n meester gehad op de Bentinckschool te Amsterdam; meester Van de Vlugt, wat een lieve man. Hetzelfde gevoel van geborgenheid kon deze meester mij ook geven, zeker na rotervaringen in lagere klassen. Dit alles begin jaren zestig. Bedankt voor dit fijne nostalgische leesgenot.

JAAP BISSCHOP, Amsterdam

Ecologische ramp

Naar aanleiding van ‘Een ecologische ramp’ (in De Groene van 12 december): Sicco Mansholt stemde in 1962 namens de EEG in met vrije invoer van veevoer uit Brazilië. Dat was een concessie van zijn kant, toen de EEG een hoge tariefmuur instelde tegen invoer van broodtarwe uit Noord-Amerika. Hij had er (achteraf zeker) beter aan gedaan niet alleen te zorgen voor voedselzekerheid wat betreft de tarwe als grondstof voor ons brood, maar ook te zorgen voor het Nederlandse milieu door beheersing van de invoer van veevoer van buiten de EEG. Inmiddels is er een areaal aan soja in Brazilië gelijk aan ongeveer vier maal de oppervlakte van Nederland, waarvan de productie in Nederland ingevoerd wordt. Met enorme gevolgen voor het milieu hier. De veehouderij moet daarom grondgebonden gaan worden. Veevoer telen op eigen grond en (globaal) gesloten kringlopen. Het instellen van invoerheffingen op het Braziliaanse veevoer zal de invoer daarvan verminderen en de eigen productie door de veehouder bevorderen. Die heffingen zijn ook al terecht om een ‘level playing field’ te creëren, vanwege de lagere productiekosten in Brazilië en de sterke euro waarmee nu het Braziliaanse veevoer aangekocht wordt.

J. SCHOULS, Wageningen