Post week 10

Lucebert

Ook ik ben een groot liefhebber van het werk van Lucebert en ik heb naast vele gedichten ook een kunstwerk van hem in mijn bezit. De onthulling in de biografie van Wim Hazeu, door Mischa de Vreede de ‘spoiler’ genoemd, omtrent zijn antisemitische brieven en standpunt gedurende de oorlog, is als een emmer ijswater in je gezicht. Nog kouder omdat je hem, Lucebert, (ook) zo bewondert.

In dit licht vind ik het stuk van Mischa de Vreede (in De Groene van 22 februari) ongelukkig. Temeer daar het de vraag oproept: is het de grote teleurstelling van de schrijfster die oproept tot ‘snel vergeten’ voordat de liefde bederft? Of heeft deze overval nog onvoldoende plek gekregen om het kunstenaarschap en de liefde voor dat kunstenaarschap naast de ‘spoiler’ een plek te laten behouden die ertoe doet?

Ook ik gun het die oorlog niet mijn bewondering voor zijn kunstenaarschap te laten bederven. De intrigerende kwestie blijft of een antisemitisch en racistisch gedachtegoed automatisch zou moeten of kunnen betekenen dat de kunstenaar om die reden geen goed kunstenaar had kunnen zijn, meer kan zijn, en wij ons dus verschrikkelijk in zijn kunstenaarschap hebben vergist.

Er zijn voorbeelden in de geschiedenis waar karakter en kunstenaar niet samengaan en het kunstenaarschap uiteindelijk, met uitzondering van Israël in het geval Wagner, door het aanbieden van excuses gelukkig toch stand wist te houden. Maar mijn joodse vriendin die net een kunstwerk van Lucebert had gekocht voor haar aanstaande kleinkind, heeft dat direct terug kunnen geven aan de galerie. Van zo’n antisemitisch mens kun je geen kunstwerk meer cadeau geven.

De mensheid is in staat om pijn een beheersbare plek te geven of zelfs vergevingsgezind te zijn, laat onze geschiedenis zien. Wim Hazeu kon deze informatie natuurlijk niet achterhouden, maar de respectvolle vragen van Elsbeth Etty worden hopelijk nog wel door hem beantwoord. Al was het maar om het rouwproces meer handen en voeten te geven.

MICHAEL DE ROO, Den Haag

Vietnam

‘Het doel, de bestrijding van het “oprukkende communisme” (dominotheorie) heiligde de middelen, vonden velen.’ Dit schrijft Jaap Plaisir in een ingezonden brief in De Groene van 15 februari over de Vietnamoorlog. Dit is het standaardargument om een gruwelijke slachtpartij te rechtvaardigen. Maar het betreft een drogreden. De vrijheidsstrijd van de communisten en anderen was nu juist een reactie op het schrikbewind van lokale potentaten die door het Westen (eerst Frankrijk, later de VS) in het zadel werden gehouden. Het is altijd hetzelfde: als de onderdrukten beginnen terug te slaan, ontstaat er in het Westen grote verontwaardiging en wil men deze ‘agressie’ de kop indrukken.

DAAN BROUWER, Amsterdam