Post week 11

Femke van Heerikhuizen

Het is een feest om kunstenares Femke van Heerikhuizen te volgen in De Groene. Vanaf het begin, jaren geleden, toen ze haar kleine illustraties maakte bij verhalen over een kraai, plaksels van stukjes papier of textiel met hier en daar een lucifer. Na lang wachten werden dat tekeningen met pen en potlood, wellicht ook houtskool. Zo aarzelend alsof ze het niet goed durfde. Dacht ik, maar wel meteen raak. En nu, sinds kort, kleur erbij.

Wat een prachtig portret bij het stuk van Marja Pruis in De Groene van 10 maart.

Els Pogrom, Amsterdam

De aanstormende platformeconomie

Tijdens het lezen van Casper Thomas’ stuk ‘Beter wordt het niet’ (De Groene van 24 februari) zat ik te wachten op twee termen die steevast opduiken in veranderingen in de economie in het internettijdperk: disruptive en platform economy. Beide kwamen niet. Wel beschreef Thomas, op aangeven van het besproken boek van Mason, hoe het delen van spullen op deelplatforms de klassieke kapitalistische economie ondermijnt.

Deelplatforms? Dat is een term uit de tijd toen de sharing economy nog de bejubelde toekomst leek te worden. Maar aan dat idealisme is een rigoureus einde gekomen toen Uber en Airbnb hun ware aard toonden. Evenals Apple, Amazon en Google. Het zijn gigantische commerciële usurpators met investeerders die hun geld terug willen en ook terugkrijgen. Dat soort bedrijven bepaalt de toekomst van de economie en die is behoorlijk kapitalistisch.

Jean Tirole kreeg in 2014 de Nobelprijs voor de economie voor zijn werk over platform markets. Sangeet Choudary is met zijn site Platform Thinking de heraut van ‘the new economy that is transforming the way we live, work, and play’. De opwinding over wat komen gaat straalt uit alle teksten. ‘Platforms are eating the world’, zegt Sangeet.

Ik ben geen econoom en zal mogelijk het jargon verkeerd gebruiken, maar dit is wat er gebeurt. Alle ouderwetse bedrijven verplaatsen hun activiteiten zo veel mogelijk naar internetplatforms. De banken zijn daar heel hard mee bezig, de verzekeraars ook. Uiteindelijk zal alle handel via internet gaan, van diamanten tot aardappelen.

De grote, heersende internetplatforms zoeken naar een ijzeren greep op weerskanten van de markt. Kijk hoe fantastisch Airbnb in elkaar zit. Optimale service, klantgerichtheid, gigantisch aanbod, snelle levering, ook uit de voorraad van aangesloten bedrijven. Maar dichtgetimmerd met hun eigen voorwaarden.

Er ontstaat een enorm omvangrijk verkeer over de platforms, die ongehinderd commercieel zijn. Op de gigantische sites van Alibaba en andere internetwarenhuizen kan iedereen zijn ‘boutique’ openen en zelf in Hollandse kaas handelen. In de fysieke wereld blijft de productie bestaan, en ook de afhandeling. ‘Overvloed laat zich lastig prijzen’, lees ik in het artikel. Klopt dat wel? Die overvloed, en meer, wordt toegankelijk gemaakt door de platforms. Er wordt meer handel gedreven dan ooit. Op slimme sites groeit de bereidheid om te betalen voor wat eerst als gratis werd ervaren, kijk naar Spotify en de betaalmuren van sommige kranten.

In de schaduw van de grote jongens komen niche-platforms met toegespitste spullen en service. Dat is de toekomst. De kleinschaligheid blijft, omdat een webwinkel goedkoop is. Thuisafgehaald.nl krijgt concurrentie op buurtniveau.

De rek is eruit, schrijft Mason, en Thomas haalt hem aan. Niets in de aanstormende platformeconomie wijst daar echter op.

Huib Stam, Amsterdam

Babyboomers en hun (klein)kinderen

Met stijgende verbazing heb ik het drieluik van Herman Vuijsje en Anneke Groen over de babyboomers en hun kinderen gelezen. Ze hebben het voortdurend over de ‘ondankbaarheid’ van mijn generatie. ‘Mijn generatie’ die het ‘zo druk heeft met zichzelf’ en geen aandacht meer heeft voor de ouders. O o vroeger was het allemaal beter. Wat een spruitjeslucht. Wie is hier nu verwend? Hebben Vuijsje en Groen wel eens een dagje meegelopen met een ouder van nu? Ik heb nooit vrije tijd. Ik sta elk weekend langs de lijn op het hockeyveld. Door de week run ik in mijn eentje een driepersoonshuishouden. Daarnaast heb ik een drukke baan. Ik kan me niet herinneren dat mijn ouders zo veel voor mij deden als ik doe voor mijn kinderen. Ik was het enige kind in de klas met een werkende moeder. Die had geen tijd voor ons. Ik heb mezelf mogen opvoeden. Daarna nam mijn stiefmoeder het over. Die werkte niet. Mijn vader had dus thuis een vrouw die voor hem kookte en de was deed. Hij was altijd om half zes thuis. Wat een luxe! Maar ook hem heb ik nooit langs de lijn zien staan. Ik wil het beter doen. Ik ben er wel voor mijn kinderen. Het is spijtig voor mijn moeder dat ik niet elke week met haar kan lunchen. Ik heb daar inderdaad ‘geen tijd’ voor. En ik vind het ook niet leuk dat ik vaak gestrest bent als ze me belt. Had ik maar wat meer tijd. Dan zou ik lekker af en toe een dagje niets doen. Graag zonder het predikaat ondankbaarheid.

Ellen ter Gast