Post week 11

Lucebert

In De Groene (van 8 maart) hoopt Michael de Roo dat ik de vragen van columnist Elsbeth Etty (De Groene van 22 februari) over mijn Lucebert-biografie beantwoord. Bij deze in beknopte vorm. Etty vraagt wat de aard van de relatie was in de oorlog tussen Bertus Swaanswijk (Lucebert) en Tiny Koppijn. Antwoord: Op blz. 55 en 56 van de biografie staat dat Lucebert Tiny als collega leerde kennen bij een fotograaf voor wie zij samen retoucheerwerk verrichtten. Vanuit Duitsland noemde hij haar in een brief zijn ‘hechte en edele vriendin en belangrijkste vertrouweling’, met wie hij dankzij ‘haar geslaagde middelbare schoolopleiding over Duitse schrijvers kon spreken en gedichten in het Duits citeren’. Vriendin dus, geen geliefde.

Etty: Waar zijn de brieven? Ze geeft zelf het antwoord: ‘In een noot meldt Hazeu: “Alle brieven aan Tiny bevinden zich in het archief van de Erven Koppijn”, zonder te vertellen wie dat zijn.’ En: ‘Is dat archief ergens gedeponeerd?’ Antwoord: Zolang nagelaten brieven niet worden geschonken aan een instituut, verkocht of weggegooid, blijven ze in het bezit van Erven. Etty wist overigens via Google achter de naam van de Erven te komen en openbaart die vondst, zonder zich af te vragen of er Erven bestaan die prijs stellen op hun privacy.

Etty: ‘Heeft de biograaf de dochter gevraagd waarom haar moeder de brieven pas na haar overlijden wilde prijsgeven? Had zij misschien iets te verbergen?’ En iets verder: ‘Verandert het beeld als Tiny nazi was…’ Antwoord: De biograaf heeft uit niets kunnen opmaken dat Tiny iets te verbergen had, of dat zij nazi was. De dochter is ver na de oorlog geboren, toen er van een vriendschap tussen Tiny en Lucebert geen sprake meer was. Zij voerde de opdracht van haar moeder uit, die de brieven op verzoek van Lucebert zorgvuldig had bewaard. Etty eist van de dochter dat zij opening van zaken geeft. Antwoord: Wie is Etty, zou ik als dochter vragen. Wat de dochter te vertellen had, heb ik in mijn biografie verwerkt, met bronvermelding.

Dan komt Etty met vragen als: Heeft de biograaf de originele brieven meegekregen of gekopieerd of laten checken? Of heeft Hazeu met de dochter en schoonzoon van Tiny afgesproken dat er alleen losse citaten naar buiten komen? Antwoord: Een biograaf bepaalt wat hij uit welke briefwisseling dan ook citeert. Omdat Etty niet aan mijn integriteit en kwaliteit als onderzoeker twijfelt, moet zij maar van mij aannemen dat ik nog nooit een ‘deal’ over het gebruik van brieven met nabestaanden heb gesloten.

WIM HAZEU, Baarn