Kletskoek

Waarnemen is een kunst. Een kunst die Erik Jurgens niet beheerst, zo laat hij zien in zijn brief Tegen de kletskoek in De Groene van 24 februari. Dat is ook moeilijk voor hem, hij scheelt met Marian Donner een levensjarengat van twee generaties.

De meeste gebeurtenissen van de huidige tijd in zowel Nederland als ver daarbuiten laten zien dat rationaliteit in gedrag zeer ver te zoeken is. Dat is opmerkelijk in een tijd waarin de technische wetenschappen laten zien dat je met rationaliteit zo ver komt. Die rationaliteit, waarvoor Jurgens zich beroept op Plato, Descartes en Spinoza, kan de huidige ontwikkelingen echter allang niet meer verklaren. Plato zou zich in zijn graf omdraaien als hij zag hoe zijn vier deugden met voeten getreden worden.

Ondanks alle rationaliteit is/wordt aan de belangrijkste maatschappelijke basisvoorwaarden, stabiliteit en veiligheid, niet meer voldaan. Dagelijks ervaren de niet tot de intellectuele Nederlandse elite behorende burgers dat hun gedrag niet juist is; dat zij dat moeten veranderen; dat zij hun leefgewoonten en culturele keuzes moeten veranderen. Dat is pestgedrag waarvoor op scholen programma’s zijn opgesteld. Pestgedrag is namelijk funest voor de geestelijke gezondheid.

Wat heeft het rationeel denken deze medeburgers verder opgeleverd? Chaos op de woonmarkt, chaos in de WMO, de jeugdzorg, de ggz, ernstige morele chaos bij het toepassen en berechten van het recht op toeslagen. De Algemene Beginselen van Behoorlijk Bestuur werden door de Staat en de Raad van State achteloos terzijde geschoven. De rationeel denkenden kunnen de burgers geen veiligheid en stabiliteit meer garanderen, heer Jurgens. Dat is waar Marian Donner op wijst.

TOINE GOOSSENS,

Utrecht

Wikipedia

In het omslagartikel over wikipedianen (De Groene, 3 maart) komen actieve bewerkers van Wikipedia aan het woord. Als wikipediaan sinds 2006 reageer ik graag. Wikipedianen zouden hoogopgeleid zijn en nieuwkomers op Wikipedia lastige ‘amateurs’? Dat is komisch: de online encyclopedie is juist hét platform voor amateurisme op kennisgebied, en nieuwkomers zijn vaak bijzonder waardevol. Geen denken aan dat je zonder formele expertise aan een klassieke encyclopedie kunt meeschrijven. Aan Wikipedia kun je dat wél, relatief zijn wikipedianen dan ook laagopgeleid.

Wikipedia wil ‘de encyclopedie die iedereen kan bewerken’ zijn, als ‘samenvatting van alle kennis’. Nederlandse hoogleraren en andere academici overwegen daarom bij te dragen maar zijn soms huiverig: er is een risico dat hun werk op Wikipedia ten onrechte door leken op hun vakgebied wordt aangetast. Toch kunnen academici hun kennis bijzonder effectief populariseren via Wikipedia. Overigens heeft de Nederlandse Wikipedia nog geen bevredigend antwoord gevonden op interne conflicten zoals ruzies met vernielingen en pesterijen.

Dit neemt niet weg dat Wikipedia terecht een mooie plaats heeft veroverd in het Nederlandse medialandschap. Beleidsmedewerkers, journalisten en andere burgers grijpen voor snelle antwoorden tevreden naar Wikipedia als toegankelijke vraagbaak.

HANS MULLER, Wikipedian in residence, Universiteit Leiden

Vader is somber

Wat een schrijftalent, wat een tijdsbeeld! Ik heb het over de sombere vader van Opheffer in zijn Indische nadagen (De Groene, 3 maart). Kan Opheffer, nu hij dat prachtprogramma OBA Live, om mij duistere redenen, is kwijtgeraakt, daar niet eens een mooie bloemlezing uit samenstellen? Die uitzichtloze vader doet me sterk denken aan Willem Walraven en zijn brieven uit Indië. Disclaimer: als ’t bij enkele luchtpostvelletjes van Opheffer senior blijft, heb ik voor mijn beurt gesproken.

BOB LAGAAIJ,

Middelburg

Edgar Cairo

Prachtig hoe Stephan Sanders iemand en iets voor het voetlicht kan brengen, in dit geval Edgar Cairo’s veelzijdigheid in De Groene van 24 februari. Ik weet alleen niet of Cairo het eens zou zijn met Sanders’ duiding van ‘boel’.

Cairo zou zich ooit hebben uitgesproken over de juiste naamgeving voor mannen die met mannen seks hadden, en die zou niet ‘homo’ als centrale term hebben maar ‘boel’. Ik denk, ondanks de interessante verwijzing naar het stoere ‘bull’, dat Sanders aangeeft, zoals Jim Holmes het graag zou hebben, dat Cairo niet te lang stil wilde staan bij eventuele hokjes waarin men dacht dat hij te plaatsen was. Hij was niet iets specifiek seksueels, of alleen bij een specifieke gelegenheid, als puntje voor het moment bij paaltje kwam. Hij zag hierin een beperking die hij niet kende in zijn gevoelsleven, of niet wilde kennen. Ik denk dat hij met ‘boel’ wilde zeggen dat hij van iedereen zou kunnen houden, eventueel ook – of misschien zeker ook – seksueel. En omgekeerd, dat mensen van hem zouden kunnen houden, ongehinderd door allerlei niet echt belangrijke overwegingen. Hij was een boel seksueel, een heleboel seksueel. Niet alleen homo, afgezet tegen andere voorkeuren, waar hij ook toe genegen zou kunnen zijn. Hij was natuurlijk niet alles, zo te zeggen panseksueel, zoals in Freuds beginperspectief, maar wel meer dan de bestaande taal leek in te geven.

Vandaar zijn neologisme ‘boel’. Een van de vele neologismen die hij de wereld in stuurde, want hij wilde met de taal de wereld wat vergroten, waar Sanders hem dan ook specifiek om waardeert, in algemene zin, maar waarom dan niet in dit geval?

RENÉ VAN DER HAAR, Nijmegen