Post week 13

Dalende criminaliteitscijfers

Het is goed om het mysterie van de dalende criminaliteitscijfers eens kritisch tegen het licht te houden. Want de objectiviteit van geregistreerde misdaad is voor meer discussie vatbaar dan de grote politieke waarde die aan criminaliteitscijfers wordt gehecht op het eerste gezicht doet vermoeden. Tot zover alle lof voor het onderzoek van Investico en De Groene Amsterdammer(14 maart 2019). Tegelijk doen de onderzoekers zichzelf te kort door hun resultaten kort door de bocht te presenteren. Weliswaar staan er in het artikel verschillende herkenbare redenen waarom de criminaliteitscijfers minder hard zijn dan ze lijken: burgers raken wellicht ontmoedigd om aangifte te doen door het sluiten van politiebureaus, bureaucratische rompslomp en een online-aangiftemogelijkheid die niet lekker werkt. Daarnaast is het registratiesysteem van de politie ingewikkeld, waardoor de kans op fouten toeneemt. Maar de nadruk in het artikel ligt op de boodschap dat de politie aan datamassage en creatief boekhouden doet om de criminaliteitscijfers zoveel mogelijk te drukken.

Hieraan wil ik op basis van lopend onderzoek dat later dit jaar verschijnt toevoegen dat de gang van zaken rond aangifte doen en registreren lang niet altijd zo negatief geduid moet worden als Investico beweert. Onze bevindingen bij de eenheid Rotterdam laten inderdaad zien dat de politie burgers die voor een aangifte komen wel eens op andere gedachten probeert te brengen. Maar hier is zeker niet alleen sprake van ‘platlullen’. Burgers hebben geregeld geen goed beeld wat het betekent om aangifte tegen iemand te doen. Hun verwachtingen zijn vaak hoog gespannen: alsof de aangifte een silver bullet is om hun probleem instant op te lossen. Bovendien vragen burgers met hun aangifte feitelijk een strafvervolging tegen iemand te starten. Als mensen zich dat realiseren, schrikken ze nog wel eens terug. De buurman doet allemaal heel nare dingen en moet daarmee stoppen, maar de volgende dag kom je elkaar wel weer tegen. Is er dus geen alternatief mogelijk voor aangifte: een goed gesprek, conflictbemiddeling en herstel? ‘Betekenisvolle interventies’ noemt de politie dat. Hoewel frauduleuze praktijken zoals datamassage nooit geheel zijn uit te sluiten, is het voor de nuance en het vertrouwen in de politie belangrijk om de praktijk van aangiften en criminaliteitscijfers ook vanuit een positief licht te bezien.

RONALD VAN STEDEN, Vrije Universiteit Amsterdam

Neoliberalisme

In de vele artikelen van de laatste tijd over de afbraak van de verzorgingsstaat valt me elke keer op dat zowat alle schrijvers daarvoor het ‘neoliberalisme’ aansprakelijk stellen en ook de recente bijdrage van Marcel ten Hooven in De Groene van 14 maart vormt hierop geen uitzondering. Deze opvatting gaat er kennelijk vanuit dat het liberalisme in wezen niets anders is dan principiële staatsonthouding. Dat is echter niet juist. Iedereen die vertrouwd is met de geschiedenis van het liberalisme en het liberale gedachtegoed weet dat het liberalisme een reactie was op het absolutisme van de Europese vorsten. De liberalen uit de achttiende en negentiende eeuw keerden zich dan ook niet tegen een te sterke staat, maar wel tegen een te sterke machtsconcentratie binnen die staat, bijvoorbeeld tegen een koning die te veel macht naar zich toetrok en het parlement buitenspel zette. Het mag ons misschien vreemd in de oren klinken, maar in de negentiende eeuw waren het juist de liberalen die de macht van de staat aanzienlijk versterkten door zich in te zetten voor uitbreiding van het kiesrecht en invoering van de leerplicht. Verder pleitten sommigen van hen – Treub in Nederland is een voorbeeld – voor aanzienlijke beperking van het individuele eigendomsrecht. Verder maakten liberalen zich sterk voor invoering van sociale wetgeving om de burgers, en dan met name de vrouwen en kinderen, te beschermen tegen de ergste uitwassen van het kapitalisme. Het was zeker geen toeval dat de eerste sociale wet die in ons land werd ingevoerd – het Kinderwetje van Van Houten uit 1874 – werd ingediend door een liberaal politicus.

ALBERT KORT, ’s-Heer Hendrikskinderen