Post week 14

Tegen Rusland

In het artikel ‘Een referendum in een land in opstand’ van Casper Thomas (in De Groene van 31 maart) worden enkele opvallende argumenten met betrekking tot de tegenstanders van het associatieverdrag naar voren gebracht. Het betreft hierbij de diepe onrust en frustratie bij een groeiend deel van de bevolking over een EU die overheerst wordt door Amerikaanse politieke belangen.

Als ex-Atlanticus en kenner van de VS ben ik sinds de Irak-oorlog geleidelijk kritischer geworden op onze grote broer. Met achthonderd militaire bases in 130 landen zijn de VS veranderd in een imperium (met een gigantisch militair industrieel complex) en de Europeanen zijn daarin slechts vazallen. Het Rusland van Poetin is inderdaad een check op de Amerikaanse macht. Vandaar de demonisering vanuit het Pentagon en de oorlogsindustrie die helaas verspreid wordt door de mainstream media. Het doel is ‘regime change’ in Rusland, een zeer gevaarlijke doelstelling.

De Groene is een door ondergetekende zeer gewaardeerd lijfblad; niettemin stoor ik mij aan de veelal anti-Russische teneur. Zo is het voor mij niet moeilijk te begrijpen waarom Poetin de Krim annexeerde; had hij dat niet gedaan, dan zou nu de Navo-vloot in Sebastopol liggen. Geen Russische president kan dat aan zijn volk verkopen. Ik verwacht van De Groene meer nuance en context met betrekking tot deze grote geopolitieke thema’s.

Steven van den Berg

Mario Calabresi

In ‘Het jongetje van de schuiftrompet’ portretteert Anne Branbergen Mario Calabresi, de nieuwe hoofdredacteur van het Italiaanse dagblad La Repubblica (De Groene, 31 maart). Deze krant is, naast vele andere belangrijke media, het eigendom van de miljardairsfamilie De Benedetti, die samen met de miljardairsfamilie Agnelli (van onder meer Fiat) de machtigste steunpilaar is van de gevestigde orde in Italië. Ooit hebben de Agnelli’s Calabresi aangesteld als hoofdredacteur van hun dagblad La Stampa, en nu wordt hij door de De Benedetti’s in dezelfde positie benoemd bij Italië’s grootste krant La Repubblica.

Branbergen vermeldt dit alles zonder kritiek, alsof het volstrekt normaal is dat de absolute toplaag in een land een dergelijke machtspositie inneemt. Familiehoofd Carlo De Benedetti bemoeit zich nooit met de redactie, zo schrijft ze. Hoezo? Het aanstellen van de hoofdredacteur is de zwaarste bemoeienis die men kan bedenken. Als de buitensporig rijke eigenaars hun hoofdredacteuren zorgvuldig en verstandig selecteren, is ingrijpen in het redactiebeleid helemaal niet nodig. La Repubblica heeft een ‘linkse’ reputatie. Het is de vraag wat dit in de praktijk betekent. Het bepleiten van een grote omwenteling in de maatschappelijke verhoudingen hoort daar zeker niet bij, dat is wel duidelijk.

Daan Brouwer, Amsterdam

Michael Moore

Na de kritische recensie van Mars van Grunsven over Michael Moore’s nieuwe documentaire Where to Invade Next (De Groene, 24 maart) besloot ik toch maar even te gaan kijken. Mijn vriendin en zoon heb ik maar niet mee gevraagd. Dat laatste bleek onterecht. Where to Invade Next is een integer, goed gemaakt document van een gedreven documentairemaker met een positief socialistisch wereldbeeld.

Moore voert, voorzien van een Amerikaanse vlag, een ‘invasie’ uit in acht met name Europese landen om daar goede en werkzame ideeën voor een betere samenleving te ‘stelen’ en mee terug te nemen naar Amerika. Van Grunsven vindt dat er te weinig politiek-historische analyse in de film zit, maar in een documentaire zijn studie en inspiratie belangrijker dan analyse. Toch geeft Moore ruimhartig historische doorkijkjes.

Tijdens de film realiseerde ik me steeds pijnlijker dat Nederland niet is uitverkoren, en ook niet voldoet aan de gezochte sociale idealen. Nederland heeft geen vrije gezondheidszorg zoals in Italië, goed eten op school zoals in Frankrijk of gratis hoger onderwijs zoals in Slovenië. Nederland mist ook een zelfkritische omgang met zijn eigen verleden zoals Duitsland, of een links progressief gevangenissysteem zoals Noorwegen. Nederland is in het voetspoor van de Verenigde Staten de afgelopen decennia afgegleden naar een harde neoliberale competitieve samenleving, waarbij het ieder voor zich is.

Komende week ga ik weer naar Where to Invade Next, en neem ik mijn vriendin en zoon mee.

Ab Gietelink