Post week 14

Andreus en de oorlog

Graa Boomsma schreef zijn stuk over Lucebert en de oorlog (in De Groene van 1 april) ‘om de broodnodige nuancering aan [te] brengen’ in het beeld van Lucebert tijdens de oorlogsjaren. Nuancering is altijd broodnodig. Ook als het over Luceberts jongere vriend Hans Andreus gaat. Volgens Boomsma schreef Andreus ‘zich op 30 maart [1943] vrijwillig in’ bij het aanmeldingsbureau van de SS.

Ik heb in mijn biografie van Andreus aannemelijk trachten te maken dat Andreus, net zeventien geworden, onder pressie zo niet dwang uit zijn naaste omgeving zich heeft aangemeld, niet voor de Waffen-SS maar voor het ‘Nederlandse’ vrijwilligerslegioen. Er is geen enkele aanwijzing dat hij het enthousiasme voor nazi-Duitsland van zijn oudere vriend deelde. Zijn geschrokken ouders hebben bereikt dat de Duitse autoriteiten toegaven dat hij ‘unter falschen Voraussetzungen einberufen’, kortom geronseld was. Hij werd in 1944 weer naar huis gestuurd. Deze afloop was voor het Tribunaal in Amsterdam aanleiding om in 1947 de beschuldiging tegen hem (dienst nemen bij de vijand) in te trekken.

JAN VAN DER VEGT, Heiloo

Misbruik in literaire kringen

De petitie uit januari 1977 waarnaar Marijn Kruk verwijst in ‘De privileges van een aristocraat’ (in De Groene van 25 maart) maakt geen bezwaar tegen de hoogte van de straf die de drie verdachten (van kinderporno – red.) kregen, maar tegen hun voorlopige hechtenis die al meer dan drie jaar duurde. Wat men ook moge denken over de libertijnse sfeer in het Parijs van de jaren 1970 of over het verwerpelijke van de daden waarvoor de drie mannen vervolgd werden, het schandaal waartegen ‘de fine fleur van de linkse Parijse intelligentsia van dat moment’ protesteerde was de jarenlange voorlopige hechtenis. Te allen tijde – ook nu nog – zou een voorlopige hechtenis van meer dan drie jaar (waarbij de verdachten dus nog de hele tijd onschuldig moeten worden geacht) op protest behoren te stoten.

HUGO DURIEUX

Timothy Ash en meer

In de ‘liberale’ beschouwing van Timothy Garton Ash in het afgelopen Groene-nummer miste ik analytische diepgang, een grondig oorzaak-gevolg-denken. In één adem door voeg ik eraan toe: een zelfde manco tref ik regelmatig aan in de artikelen van (liberale?) Groene-medewerkers als Casper Thomas, Rutger van der Hoeven en Marcel ten Hooven. Ash gaat voorbij aan de essentie (van de historische wording) van het kapitalisme met het politiek-culturele vaandel van de liberale democratie, van het hierin onlosmakelijk met elkaar verbonden economische en culturele paradigma en de daarin steeds belangrijkere intermediaire rol van techniek en media. Gemakzuchtig schuif ik het door Ash nogal gesimplificeerde maar o zo moeilijk begaanbare terrein van de menselijke natuur maar terzijde. Zijn beschouwing blijft daardoor een afspiegeling van de golfjes op het water, een oppervlakteanalyse, maar laat de dominante onderstroom niet zien; een gegeven dat ons vooral ook opbreekt bij de vergroening.

Weer op dezelfde vork: probeer als Groene-redactie zo veel mogelijk afstand te nemen van de culturele macht waarmee je bent grootgebracht en opgeleid en waarvan je deel uitmaakt; wees in de beste liberale traditie waarlijk onafhankelijk, streef zo min mogelijk naar journalistieke Salonfähigkeit (Pierre Bourdieu!). Ga eens te rade bij de veel minder door pragmatisme gekleurde Franse en Duitse intellectuele traditie in het nabije verleden en het nu.

Om na lezing van het artikel van Ash nog te blijven zitten met het meest prangende probleem: hoe zet het schone wensdenken zich om in even fraai of nog mooier concreet, alledaags doen en – vooral ook – laten. A.u.b. geen onderwijs roepen!

BERT SCOVA RIGHINI

Dubbeldikke special

De dubbeldikke special over de verkiezingen (De Groene, 11 maart) bevatte in veel opzichten formidabele journalistiek, maar stemde tegelijkertijd weinig hoopvol voor de toekomst. Uit de artikelen rees een gigantisch zichzelf versterkend systeem op, beginnend bij een Tweede Kamer die door alle verbrokkeling en media-opwinding niet meer in staat is te controleren of er goede wetten over het land worden uitgestrooid; een derde macht die autistisch is gefocust op strikt formalistische uitvoering van die onvolkomen wetten, door ambtenaren met afnemende inhoudelijke kennis en toenemende circulatiesnelheid en carrièredrang; een bevolking die in toenemende mate geteisterd wordt door die onvolkomen wetten en rigide uitvoeringspraktijken en daardoor steeds meer cynisch en wantrouwend wordt, waardoor zij de Tweede Kamer steeds meer vult met halve en hele fascisten en getuigenispartijtjes, waardoor de kwaliteit van wetgeving nog verder afneemt, en zo voort. Hoe komen we hier ooit uit? Volgende keer een heel dikke special over ‘hoop voor politiek-bestuurlijk Nederland’??

MAX VISSER