Post week 15

Abou Jahjah (1)

Sinds 1980 zijn we abonnee van De Groene Amsterdammer. Het blad in goede en slechte tijden een warm hart toegedragen. Na emigratie naar België het blad aangeprezen bij menige geïnteresseerde Belg. Na lezing van de commotie rond het contract tussen Dyab Abou Jahjah en De Bezige Bij schoot ik even in een reactie: ik zeg De Groene op! Die betweterige grachtengordelelite ben ik hartgrondig beu! Toch weer de nuance opgezocht en las het artikel van Margreet Fogteloo nog een keer (De Groene van 7 april). Haar worsteling om meerdere kanten aan het woord te laten maakte mij milder.

In dit artikel komt de zogenaamde ‘onruststoker’ Dyab Abou Jahjah niet aan het woord. Merkwaardig. Zijn ‘verdediging’ is niet belangrijk? Of is die grachtengordelelite verslaafd, en daardoor verblind, aan hun eigen elitaire visie op wat scherp mag verwoord worden en wat niet? Bovendien – ik leef nu 35 jaar als Nederlandse in België – wat wéét de elite-stem van Nederland eigenlijk van België, van de evolutie in het minderheden-, multiculturele – of hoe je het ook wilt noemen – debat? Welke interesse is er ten gronde om meer van de stand van zaken in België te willen kennen?

De pretentie van auteurs om hun uitgeverij ‘hun thuis’ te noemen!? in een context waar ‘het huis’ van eenieder ter discussie staat: van vluchteling tot Panama Paper-crimineel. Dit staat nog helemaal los van de dreiging die Dyab Abou Jahjah zou vormen! In welke uitgevonden, zuivere wereld denken deze auteurs te leven? Leon de Winter is verre van een onbesproken figuur. Die kritische noot ontbreekt.

En wat betreft Dyab Abou Jahjah: hij heeft aan mij en mijn collega’s de les gegeven die hij op middelbare scholen aan ((nóg) niet) radicaliserende) jongeren geeft. Hij vervult momenteel een brugfunctie door extreme standpunten van zowel wit als zwart te nuanceren en ze in een cultuurhistorisch perspectief te plaatsen op basis van concrete kennis en democratische principes.

De wereld verandert, kleuren lopen door elkaar heen. Het onbesliste ligt tussen ons, hoezeer we ook een bepaald gelijk naar ons toe halen: als slachtoffer van de holocaust, van de staat Israël, van de Arabische lente, van Hoessein, Kadhafi en Assad, van de geldzucht van miljardairs…

Dit soort uitsluiting, ‘eigen huis eerst’, is de brandstof voor onbespreekbare radicalisering. Toch vreemd dat dit plaatsgrijpt in een huis dat zich ontfermt over ‘vrije pers’.

Suzan Langenberg, Kortenaren

Abou Jahjah (2)

Kritiek op Israël, en zeker de scherpe kritiek van Dyab Abou Jahjah, maakt heel wat los. Israël-sympathisanten reageren zoals zo vaak met tendentieuze beschuldigingen van antisemitisme. Theodor Holman beweert onheilspellend dat Abou Jahjah Israël vernietigd wil zien, maar op Jahjah’s website staat dat hij ‘één seculiere staat voor allen’ aanhangt, ‘in lijn met de Zuid-Afrikaanse ontmanteling van de Apartheidsstaat’. Zo’n einde aan het zionistische racisme is een heel respectabele positie.

Jessica Durlacher beweert dat Jahjah het woord zionisten gebruikt voor joden, maar Jahjah werpt die beschuldiging verre van zich: ‘Als ze me van antisemitisme beschuldigen vanwege [mijn antizionisme] hebben ze geen poot om op te staan. Ze stellen het zionisme en het Jodendom aan elkaar gelijk en dat is zelf antisemitisch.’ Durlacher maakt zich zelf schuldig aan tendentieuze stereotypering in haar boek Emoticon, waarin Palestijnen als moordenaars fungeren en joden als onschuldige slachtoffers. De werkelijkheid in Israël/Palestina is kolonisatie door joden en rechteloosheid voor Palestijnen. Een andere klager, Leon de Winter, demoniseert de Palestijnen bij iedere gelegenheid. Hij maakte eens de zieke grap: ‘Misschien moet in het geheim een anticonceptiemiddel aan het drinkwater in Gaza worden toegevoegd.’ Over honderd jaar zou er in Gaza geen Palestijn meer te vinden zijn. Eigenlijk dus een voorstel tot genocide. Hij kreeg in een zaal vol met Israël-sympathisanten de lachers op zijn hand.

De klagers proberen met hun demonisering niet alleen legitieme kritiek te onderdrukken, ze proberen ook hun eigen geweten te sussen. Als Jahjah’s kritiek serieus is moeten zij die serieus nemen, maar als ze verklaren dat die uit racisme voortkomt kunnen ze in hun zelfrechtvaardigende illusies blijven zwelgen, bijvoorbeeld het ‘wonder’ dat de Palestijnen in 1948 uit zichzelf massaal op de vlucht sloegen.

Jaap Bosma, Hoogezand

Proces Wilders

In antwoord op de vraag van Aukje van Roessel (De Groene, 24 maart): ik wil minder, minder, minder ‘rechtszaken waarin de vrijheid van meningsuiting een hoofdrol speelt’. In feite wil ik er helemaal geen. De vrijheid van meningsuiting is absoluut – maar houdt op waar het niet langer een mening is maar een oproep tot geweld. Tegenwoordig is het omgekeerd: Wilders staat terecht voor een mening, maar wie is ooit voorgeleid aan een rechter voor de roep ‘Joden aan het gas’ op het voetbalveld of ‘Dood aan de joden’ in de Schilderswijk? Men roept op mij te doden, maar geen OM (en dus geen rechter) die dat vervolging waard vindt.

Robert Israel, Kortenhoef