Post week 15

De vrijheid bedreigd?

Dat de recente ontwikkelingen in Oost-Europa de democratische leiders in het Westen zorgen baren, is bekend. De uitholling van de democratie, de teloorgang van de rechtsstaat en de ronduit vijandige houding tegenover de vluchtelingen uit het Midden-Oosten: dit alles heeft ertoe geleid dat de leiders van landen als Polen, Tsjechië en Hongarije in het politieke verdomhoekje terecht zijn gekomen.

De vraag is echter of dit terecht is. Zo beschrijft Casper Thomas in ‘De Hongaarse pauwendans(De Groene, 5 april) dat de regering-Orbán het liberalisme en de democratie de nek omdraait, maar hij gaat daarbij voorbij aan de vraag of begrippen als vrijheid, liberalisme en democratie in Oost-Europa dezelfde inhoud hadden en hebben als in het Westen.

Toen de Hongaarse studenten in 1956 tegen het sovjetregime in opstand kwamen, wilden zij verlost worden van de Russische bezetting van hun land. Hetzelfde gold voor de Praagse lente twaalf jaar later, toen duizenden Tsjechen de straat op gingen en onder het uitroepen van de leus ‘Svoboda’ (Vrijheid) te kennen gaven bevrijd te willen worden van dezelfde buitenlandse onderdrukker. Hun begrip van vrijheid had evenwel weinig te maken met de rechten van de individuele burgers, die bij ons zo hoog in het vaandel staan. Nee, vrijheid was voor hen het recht van een volk op een eigen staat, in wezen was hun streven niets anders dan wat wij onder ‘nationalisme’ verstaan.

De begrippen liberalisme en nationalisme staan in onze ogen dan wel op gespannen voet met elkaar, voor de meeste Oost-Europeanen lijkt het erop dat ze elkaar nog steeds overlappen.

ALBERT KORT

’s-Heer Hendrikskinderen

Het gedeelde belang

Wat een verademing, het stuk ‘Eerst het vreten dan de identiteit’ van Ewald Engelen (De Groene, 5 april). Hij brengt ons terug naar het echte, grootste probleem: de (bijna) ongeremde uitbuiting van alle betrokkenen, werkers/milieu/dieren, door de prioriteit van winstmaximalisatie. Hoe organiseer je tegenkrachten, dat is de vraag. Geld groeit uit zichzelf (Thomas Piketty), maar verbeterde leefomstandigheden nooit, en het is bekend, de kloof groeit. Kan De Groene eens alle tegenkrachten op een rijtje zetten? We hebben in de afgelopen nummers zulke voortreffelijke analisten van het probleem gezien, maar daarnaast groeit de onmacht.

LIEBJE HOEKENDIJK, Bussum