Post week 15

Michel Houellebecq

Cyrille Offermans krijgt in De Groene van 28 maart een podium om zijn afkeer van het werk van Michel Houellebecq te belijden. Om zich in te dekken tegen het verwijt van een gebrek aan objectiviteit begint hij zijn stuk met de opmerking dat ‘geen enkele lezer en zeker geen enkele recensent onbevangen is, alleen zegt die dat er zelden bij’. Klaar met indekken, begint het afbranden.

Toen ik zelf ruim een maand geleden de eerste pagina van Serotonine las, was ik meteen gegrepen door de typische stijl van Houellebecq, die er een is van een man die tegen je praat, tamelijk achteloos, geestig, puntig, zelfverzekerd ook; niet saai, en zichzelf zeker niet ontziend; en toch een beetje koket. Cyrille Offermans is minder onder de indruk en verwijt Houellebecq een ‘stijlloze folderstijl’. Smaken kunnen verschillen, zullen we maar zeggen. Wat me evenwel stoort, en niet zo’n klein beetje ook, is de bewering dat de hoofdpersoon tijdens het terugblikken op zijn leven al zijn vriendinnen voor ‘sletten’ houdt, want dat is pertinent onwaar. Offermans probeert Houellebecq opzichtig in de hoek van de vrouwonvriendelijke auteurs te duwen, uiterst verrassend en origineel weer, maar volstrekt in strijd met de strekking van het boek. Want de belangrijkste vrouwen in Serotonine worden allesbehalve beoordeeld als sletten. Yuzu ja, en Cécile krijgt een veeg uit de pan; maar Claire kan rekenen op de empathie van de verteller, Kate wordt bewierookt en bejubeld en Camille ten slotte, die de liefde van zijn leven blijkt te zijn geweest, wordt op handen gedragen: het is de verteller die tekortgeschoten is, het zijn zeker niet de vrouwen. Klinkklare kletskoek kortom, van Cyrille Offermans.

Géraldine Schwarz

De geheugenlozen is de Nederlandse titel van het oorspronkelijk Franse boek van Géraldine Schwarz over de verwerking van het oorlogsverleden in Europa. Mevrouw Hendriks spreekt in De Groene van 28 maart met de auteur en looft haar werk. Tegelijkertijd toont zij zich bijzonder ontevreden over het aan de vertaling toegevoegde hoofdstuk over Nederland. In een kader meent ze zelfs een schandaal te kunnen onthullen: Schwarz zou ‘om de tuin zijn geleid’ over de Nederlandse oorlogsgeschiedschrijving door Niod-historici, onder wie ook ondergetekende. In het bijzonder het werk van Hans Blom zou voor haar zijn verzwegen en het werk van Chris van der Heijden verdacht gemaakt. Ik kan alleen voor mezelf spreken: dit is nonsens. Ik heb twee uur met mevrouw Schwarz gesproken en geprobeerd haar de stand van zaken in de geschiedschrijving over oorlog en shoa zo breed mogelijk uiteen te zetten. Ze vertelde me geen Nederlands te kunnen lezen, maar wel Duits en daarom heb ik haar mijn Duitse boek Der lange Krieg der Niederlande (Göttingen, 2017) aangeraden. Daarin ga ik op heel veel aspecten van het problematische Nederlandse oorlogsverleden in, zeker ook voortbouwend op het werk van Hans Blom. Ze heeft het kennelijk niet gebruikt. Dat is haar goed recht, maar ik pas ervoor om verantwoordelijk te worden gemaakt voor haar eigen keuzes en interpretaties. Mevrouw Schwarz heeft me trouwens niet zelf gevraagd om inhoudelijk commentaar, dat deed de uitgever. Die heb ik geantwoord dat ik dit werk zie als een persoonlijke zoektocht van de auteur. Daarom heb ik me beperkt tot toetsing van de citaten die aan mij worden toegeschreven, ervan uitgaande dat ze zelf haar verantwoordelijkheid zou nemen. Dat lijkt me een normaal uitgangspunt en zeker geen schandaal. Laten we het vooral over de geschiedenis zelf hebben – die is deprimerend genoeg.

PETER ROMIJN, Amsterdam/Utrecht