Kakkanië

Wat een genot om de gestileerde maar onmiskenbare woede van Ewald Engelen te lezen: Kakkanië en hoe Amsterdam – de Randstad in het algemeen – de politieke besluitvorming en de bijpassende subsidies beheerst (in De Groene van 15 april). Een plaatselijk metrolijntje van anderhalf miljard, het moet niet gekker en dommer worden. Desondanks, beste Ewald, ook in de regio kan het soms ‘niet op’ wat geld betreft. Wat dacht je van het drama rond het (niet) verplaatsen van de marinierskazerne van Doorn naar een sterk vervuild terrein bij Vlissingen (en dan laat ik het politieke gemarchandeer, gedraai en gelieg van Rutte III maar even zitten)? Kosten – ik ga af op Follow the Money – om en nabij één miljard. Inclusief een compensatie van een kleine zevenhonderd miljoen voor de provincie Zeeland; uitgeven en eindafrekening volgen nog. Nu jij weer. Is Den Haag echt zo blind voor de regio?

BOB LAGAAIJ, Middelburg

Immigratie-angst

In het essay van Timothy Garton Ash (De Groene, 25 maart) wordt achteloos opgemerkt dat beperking van de immigratie de samenlevingen waaruit migranten afkomstig zijn juist ten goede kan komen. Het is een wonderlijke conclusie, wanneer in acht wordt genomen dat de geldbedragen die migranten terugsturen naar thuislanden in het mondiale Zuiden jaarlijks een groter gewicht in de schaal leggen dan ontwikkelingshulp. Volgens de Wereldbank vormden deze remittances in 2019 zelfs de belangrijkste externe financieringsbron voor lage- en middeninkomenslanden.

Garton Ash baseert zich op het populair-wetenschappelijke boek van de ontwikkelingseconoom Paul Collier: Exodus: How Migration Is Changing Our World. Hoewel Collier erkent dat remittances en migratie een positieve rol spelen in armoedebestrijding, weerhoudt deze kennis hem er niet van om wild te speculeren over een toekomst waarin escalerende migratiestromen uiteindelijk zorgen voor een ‘leegloop van arme landen’. Strikte migratieregels, zo redeneert Collier, zijn noodzakelijk om dit hypothetische scenario te voorkomen en daarmee ook in het belang van landen van herkomst. Collier is echter niet consistent in zijn eigen gedachte-experiment. Waar hij enerzijds impliceert dat we ontwikkelingslanden moeten behoeden tegen braindrain, pleit hij in de conclusie van zijn boek juist voor het toelaten van hoogopgeleide migranten wier ‘cultuur’ niet te ver af staat van de westerse populatie. De retorische stap tussen deze conclusie en Trumps racistische ban op immigratie uit moslimlanden is zorgwekkend klein.

Ook in het stuk van Garton Ash steken dit soort xenofobe impulsen de kop op. Bijvoorbeeld wanneer hij stelt dat we immigratie moeten beperken zodat de inwoners van liberale democratieën zich kunnen onttrekken aan het vervreemdende gevoel dat ‘hun’ wereld te snel verandert. Een nogal twijfelachtig argument, aangezien veel van onze liberale verworvenheden, zoals het vrouwenkiesrecht, destijds ook als wereldschokkende veranderingen werden ervaren. Daarnaast gaat Garton Ash voorbij aan het feit dat de (irrationele) ‘angst voor het vreemde’ zich net zo makkelijk hecht aan mensen die al jaren of generaties in een land wonen, en dus niet proportioneel is aan het aantal nieuwe migranten. Het is dan ook ronduit aanmatigend om te suggereren dat deze door angst ingegeven ‘liberale’ visie op migratie in het belang van migratielanden zelf is. Helemaal wanneer Garton Ash zijn pleidooi afsluit met het pathetische beeld van de liberale vrijheidsdenker die pompend en spartelend ten onder gaat, terwijl er aan onze buitengrenzen letterlijk mensen verdrinken als gevolg van een verstikkend migratiebeleid.

ANNEMIEK PRINS

Femina economica

In het artikel over vrouwelijke economen (in De Groene van 1 april) miste ik het baanbrekende werk van Hazel Henderson, econoom, futuroloog en pionier op het gebied van een duurzame economie. Al vanaf 1988 introduceerde ze het ecologisch gezichtspunt in de economie en waarschuwde ze voor het principe van ongeremde groei. Ze ondersteunde de ‘UN Sustainable Development Goals’ en was mede opsteller van de ‘UN Principles of Responsible Investment’.

ERIK VAN PRAAG

U kunt uw ingezonden brief van maximaal 400 woorden sturen naar groene@groene.nl