Post week 17

Ovidius

Met belangstelling heb ik het artikel ‘Ovidius in het #MeToo-tijdperk’ gelezen (De Groene, 15 april). Ik verwonder mij erover dat in het artikel nergens wordt gerept over de status van de door de goden verkrachte en gemetamorfoseerde vrouwen in Ovidius’ Metamorfosen. Het zijn namelijk geen gewone vrouwen. Het zijn Nimfen. Dat zijn schepselen die al in het begin werden geschapen: ‘Aarde schiep eerst de besterde Hemel en toen de Bergen (als pleisterplaats van de goden), de Nimfen (die verblijven op de beboste hellingen), de wateren en de woeste Zee’ (Hesiodus, Theogonie, r. 126-130). Nimfen zijn de bezielende geesten van het natuurlijk landschap.

In Nonakris in Arkadía, de woonplaats van de Nimf Kallisto (en trouwens ook Syrinx), verwonderde ik mij over het verhaal van Ovidius over Kallisto. De maagdelijke Kallisto werd verkracht door Zeus, verstoten door Diana en uiteindelijk gemetamorfoseerd tot sterrenbeeld. Zij baarde Arcas, een prinselijke herder, stamvader van de Arcadische koningen en stichters van Arcadische steden. Dit verhaal sluit mijns inziens aan bij de vele mythen die in de oudheid in de Mediterrane wereld rondgingen en waarvan de maagdelijke geboorte er één is. Het is dan ook verleidelijk ook de geboorte van Christus conform deze Arcadische mythen op te vatten: de maagdelijke Nimf Maria werd bezocht door de goden en gaf geboorte aan de zoon Gods, herder-koning van de mensheid. Nimfen zijn net als de goden omgeven met een zekere heiligheid. In de oudheid waren de Nimfen nauw verbonden met de natuur (rotsen, bomen, bossen, bronnen, stromen, valleien, moerassen, zee…). Wanneer inbreuk werd gedaan op de natuur, bijvoorbeeld door het kappen van bomen, moest daar vaak ook een votief offer tegenover staan. De houding tegenover de natuur was die van wederkerigheid. Mijns inziens is dit een actuele boodschap die ook opgesloten ligt in de verhalen van Ovidius

PIM VERMEULEN, Amsterdam

Ovidius (2)

Best stuitend, die #MeToo-passages uit de Metamorfosen van Ovidius. Na het lezen van het artikel van Casper Luckerhof hierover (De Groene, 15 april), heb ik mijn M. d’Hane-Scheltema-vertaling er nog eens op doorgevlooid. En jawel hoor, daar staan ze in de kantlijn, meerdere #MeToo-notities. Tussen alle gruwelen door die het epos met opgewekte zwier ten beste geeft, vallen de verkrachtingen wel degelijk in het oog. Nog afgezien van het wijze standpunt dat geen der vrouwelijke critici het epos om die reden af zou willen afwijzen, kun je je toch de vraag stellen of het epos erop vooruit was gegaan met weglating van de mishandeling van vrouwen. Ik denk namelijk van niet. Vrijwel alle vormveranderingen in de Metamorfosen zijn ultieme wreedheden. Mens verandert in dier, plant, steen of rivier. Andere gruwelen zijn ook niet aan te dragen. Mij vergaat het bij het lezen daarvan als bij de gruwelen in een sprookje. Of pak hem beet, in de Divina Commedia. Als spel met de werkelijkheid. Ter bemeestering van die werkelijkheid. De algemene reikwijdte en directe aanschouwelijkheid van dit soort verhalen heeft Werner Jaeger in zijn beroemde Paideia ‘die beiden wichtigsten Bedingungen der erzieherischen Wirkung’ genoemd.

Ik voel er veel voor hem daarin te volgen. Herhaaldelijk hint Ovidius op de speelsheid van de dichterlijke ‘leugen’, de ‘bedenksels’ uit de volkse overlevering. Als je daarbij de schoonheid van zijn taal betrekt, de duizelingwekkende rijkdom aan beelden, waarin inderdaad verkrachtingen voorkomen, ontkom je er niet aan het hele werk tóch als een glundering te lezen richting het bestaan. Dat wat je ieder mens alleen maar toe kunt wensen in haar jeugd te hebben meebeleefd. Voor het negatieve antwoord op de vraag of het #MeToo-gehalte van het werk tot onoorbaar handelen aanzet, durf ik best mijn pedagogische vingers in het vuur te steken.

GUIDO EVERTS, Amstelveen

De zakenprins

Vreselijk vind ik het dat Bernhard van Oranje zich weinig aantrekt van de maatschappelijke verantwoordelijkheid die hij als zakenman heeft, zoals blijkt uit het artikel in De Groene van 8 april. Leg mij echter niet in de mond dat ik hem als ‘publiek’ extra kritisch beoordeel omdat hij prins van Oranje is. Hij heeft de pech dat hij extra opvalt, maar laten we wel wezen, het is voor geen enkele onderneming acceptabel om zich alleen om winst te bekommeren en niet om de impact op anderen.

Carrolls beroemde piramide van maatschappelijk verantwoord ondernemen kent vier niveaus van bedrijfsverantwoordelijkheden: economische, wettelijke, ethische en filantropische. Al zal misschien niet iedere ondernemer zich geroepen voelen aan filantropie te gaan doen, je simpelweg aan de wet houden is al lang niet meer genoeg. De maatschappij mag een zekere ethiek verwachten van een ondernemer, of die prins is of niet. In een omgeving van gelijkgestemden kan het echter moeilijk zijn om je eigen blinde vlekken te zien. Daarom is het alleen maar goed als de maatschappij je af en toe een spiegel voorhoudt. Wie sportief is zegt dan: jullie hebben misschien wel gelijk, ik ga de impact van mijn activiteiten tegen het licht houden en kijken waar ik iets kan verbeteren. Daar is zelfs een veel toegepaste vorm voor: de materialiteitsanalyse, die je maakt samen met je critici. Fluitje van een cent.

MONIQUE JANSSENS, Rotterdam

U kunt uw ingezonden brief van maximaal 400 woorden sturen naar groene@groene.nl