Post week 2

Beter verdachte dan burger

Paul Frissen stelt in het artikel rond de vermeende toeslagenfraude (in De Groene van 7 januari) dat het strafrecht beter beschermt dan het bestuursrecht. Nu denk ik dat een verdachte doorgaans ook een burger is, maar dat terzijde.

Als ik bekeurd word omdat ik bijvoorbeeld te hard rijd, dan kan ik schikken of het voor de rechter laten komen. In een openbare zitting moet aangetoond worden dat ik fout zat. De politie heeft niet het recht om mij op eigen houtje de boete op te leggen als ik niet schik. Er lijkt mij al veel gewonnen als deze werkwijze ook gevolgd zou worden bij affaires vergelijkbaar met de ellende die nu speelt. In de diepe krochten van een ministerie wordt het schuldig uitgesproken. Goed, als ik schik is het oké. Maar fraude is toch strafbaar.

Laat de ambtenaar dan naar het gerecht gaan en de zaak aan een strafrechter voorleggen en niet aan een bestuursrechter.

HENK KRAAIJENBRINK, Borne

Wie is (on)kwetsbaar?

In ‘Code zwart hangt boven de bedden’ (in De Groene van 7 januari) gaat Margreet Fogteloo in op de ‘twistappel tussen de beleidsmakers en het zorgveld’ over welke groepen er bij het vaccinatieprorgamma voor in de rij staan: ‘Bij die keuze is De Jonge als een eigenwijze Hollander gebleven, ondanks het feit dat de Gezondheidsraad vlak voor Kerstmis adviseerde om toch te beginnen met de ouderen en zwakkeren zoals alle andere Europese landen op dat moment al doen.’

Vanaf het begin van de pandemie is steeds gehamerd op de noodzaak om ‘onze ouderen en kwetsbaren’ te beschermen. Juist De Jonge wekt nog altijd de indruk dat het hierbij gaat om die ‘zielige’ verpleeghuisbewoners. Dit is stellig onjuist: volgens Vektis, dat onder meer data over de zorg verzamelt en analyseert, telt Nederland 740.000 kwetsbare ouderen, waarvan 75 procent thuis woont. De ‘Toekomstwijzer kwetsbare groepen’ kent behalve ouderen trouwens nog drie andere ‘kwetsbare groepen’: ‘mensen met een (licht)verstandelijke beperking’, ‘slechthorende en/of -ziende kinderen’, en ‘mensen met psychiatrische problematiek’. En wat te denken van mensen onder de 65 met een ernstige chronische aandoening of kanker?

Telkens wanneer – zoals ook nu weer in het artikel van Fogteloo – een kwetsbare categorie eruit wordt gelicht, wordt onze samenleving op een dwaalspoor gezet: op de eerste plaats omdat iets wordt gesuggereerd wat de lading niet dekt en op de tweede plaats omdat de rest van de bevolking vrolijk de conclusie trekt ‘onkwetsbaar’ te zijn. Dan is het logisch dat mensen zich ook als zodanig gaan gedragen. Verbreden wij het perspectief dan blijkt inmiddels dat vrijwel de gehele Nederlandse bevolking in een of ander opzicht kwetsbaar is. La condition humaine leert ons hetzelfde. Leuk om bij een glaasje wijn over te filosoferen, maar in de praktijk een onbruikbaar concept. Mede door mensen die zich als ‘onkwetsbaar’ gingen gedragen zijn de problemen juist toegenomen. Vanaf het begin van de pandemie had het woord ‘kwetsbaar’ dus vermeden moeten worden.

IGNACE SCHRETLEN, voormalig huisarts, beeldend kunstenaar, Rosmalen