Post week 20

De vrijheid

De zin ‘Zelfkennis is moeilijk, misschien onmogelijk, zonder de ficties van anderen te bestuderen’ (Arnon Grunberg, in De Groene Amsterdammer van 7 mei) is dermate pregnant geformuleerd dat die zich leent om als aforisme boven je bed te hangen. Het is ook een uitnodigende zin. Ik kan de neiging niet onderdrukken nu met mijn eigen fictionaliteit voor de dag te komen. Ik geloof namelijk dat de zogenaamde vrije wil voor honderd procent een illusie is. Als ik naar het tasten en zoeken van Grunbergs genuanceerde enerzijds/anderzijds kijk, dan moet ik wel reageren. Om te beginnen is mijn stelling: er is geen mens zonder omgeving. En, zodra de mensheid begon met het aanleggen van wegen werd het ook noodzakelijk verkeersregels te maken. De veiligheid van elk individu wordt aldus gewaarborgd als algemeen belang. Wanneer ik nu mijn ontkenning van de vrije wil in zijn uiterste consequenties doordrijf, dan hoort daarbij ook het besef dat élke wetsovertreder in principe onschuldig is. Niemand heeft zichzelf gemaakt. Nochtans erken ik tegelijk de rechtmatigheid van wettelijke sancties die aan wetsovertreders worden opgelegd. Want het is een algemeen belang dat regels worden nageleefd. In ons land moeten we rechts houden op de weg, in andere landen (met afspraken) links – dit om niet onszelf en anderen in gevaar te brengen. Vrijwel iedereen zal dit gemeenschappelijk belang erkennen. In onze wetgeving is verder de term ‘verminderde toerekeningsvatbaarheid’ ingevoerd. Maar ik herhaal: volgens mijn principes is élke wetsovertreder onschuldig. Omdat de veronderstelling van een vrije wil een illusie is. En laat ik duidelijk stellen: voor mij is het dus ook geen ‘noodzakelijke’ illusie. De wetuitvoerder behoudt (in het algemeen belang, het sociaal contract volgens Rousseau) altijd het recht op te treden namens de gemeenschap. Intussen hoeven wij niet te vrezen dat er geen idealen kunnen worden nagestreefd. Er zullen altijd mensen blijven met idealen. Gewoon omdat die voortspruiten uit onze instinctieve behoefte aan veiligheid. Het dogma van de vrije wil kan dus worden afgeschaft. Epictetus heeft gezegd: ‘Bedenk dat ge een speler zijt in een toneelspel waarvan de aard bepaald wordt door de wil van de schrijver: indien hij het spel kort wil laten zijn, is het van korte duur; indien hij het lang wil laten zijn, is het lang (…)’ Mooi… om zo te kunnen besluiten.

Fred W. Nuij, Den Haag

Economie-onderwijs

Het is jammer dat Koen Haegens in zijn artikel (in De Groene Amsterdammer van 22 april) over het economie-onderwijs in Nederland geen aandacht besteedt aan het onderwijs van het Institute of Social Studies. Het iss biedt een masters- en PhD-opleiding in Development Studies (er zijn 170 masterstudenten en honderd PhD-studenten met ruim honderd nationaliteiten. De benadering van het iss, zowel in onderwijs als onderzoek, is multidisciplinair en heterodox, omdat ontwikkelingsvraagstukken uit hun aard niet monodisciplinair en meestal niet op basis van een dominante stroming in het economisch denken kunnen worden geanalyseerd. Studenten aan het iss leren dat theorieën niet zozeer correct zijn of fout, maar geschikt of niet – al naar gelang de condities van tijd en plaats. Daarom komt het hele spectrum van de economiebeoefening in het iss aan bod: van de (neo)klassieke tot de marxistische benadering, inclusief (neo)keynesianisme, institutionele economie, feministische economie en politieke economie. Het iss leidt op tot kritische economen. Niet omdat het iss kritisch wil zijn, maar omdat de recepten die in de geïndustrialiseerde wereld werken in ontwikkelingslanden kunnen leiden tot onacceptabele risico’s.

Peter A.G. van Bergeijk

professor International Economics and Macroeconomics op het International Institute of Social Studies van de Erasmus Universiteit

Mannen komen niet alleen van Mars, ze gáán ook naar Mars

Deze advertentie (in De Groene Amsterdammer van 23 april, pagina 84) zal vast veel inkomsten hebben opgeleverd, maar ik vroeg me toch wel af of de hoofdredacteur hier weet van heeft! Allemachtig, wat een stompzinnig boek moet dat zijn. Het summum vond ik de één na laatste vraag over hoe representatief het feminisme zou zijn als maar drie procent van de vrouwen Opzij leest: ‘Nee dombo, die lezen De Groene!’ Grrrr, doorspoelen, al die derrie, jammer van het papier.

F.M. Berkelder (v)

Reactie van de redactie: Bij De Groene zijn advertentieacquisitie en redactie strikt gescheiden en hebben geen invloed op elkaar.