Post week 20

De tragische opstand

Van het essay ‘Klamme verveling’ (in De Groene van 10 mei) van Arnon Grunberg, waarin hij de naoorlogse geschiedenis van Europa beschrijft, ben ik niet vrolijk geworden. Wat staat ons te wachten als de mens die kennelijk niet zonder God, heldendom of oorlog kan op zoek gaat naar andere hartstochten die zijn leven enige zin en betekenis kunnen geven? Niet veel goeds, vrees ik, want gemeenheid, wraakzucht en wreedheid zijn volgens de schrijver de mens eigen en liggen daardoor altijd op de loer.

Dit pessimistische wereldbeeld, dat niet alleen aanwezig is in het door Grunberg aangehaalde werk van Dostojevski, maar ook al eerder door Rousseau was verkondigd, staat volgens mij op gespannen voet met onze ‘westerse’ principes waarbij de mens juist wordt gezien als een redelijk en tot het goede geneigd wezen dat alleen maar kan gedijen in een omgeving van maximale vrijheid. Sterker nog, als het waar is dat de ‘cultus van het kwaad’ inherent is aan onze beschaving en als een zwaard van Damocles boven onze hoofden hangt, zijn de dagen van de westerse democratie geteld en is de weg voor een toekomstige, totalitaire samenleving geplaveid.

Het moet de Russische Kremlin-ideoloog Aleksandr Dugin als muziek in de oren klinken. Stelt hij in zijn The Fourth Political Theory immers niet dat democratie en westerse vrijheden in heden en verleden alleen maar tot jaloezie, wrok en oorlog hebben geleid? En ligt het dan niet voor de hand te veronderstellen dat het ‘kwaad’ alleen kan worden bestreden indien de vrijheid, die wij sinds de Verlichting hoog in het vaandel hebben staan, aan banden wordt gelegd?

ALBERT KORT, ’s-Heer Hendrikskinderen