Coverbeeld

Ik vermoed dat er niemand met jonge kinderen bij de redactie werkzaam is. Maar de voorkant van deze week met het afgehakte hoofd – hoe kunstzinnig en intellectueel dit allemaal ook mag zijn – konden mijn dochters van zes en zeven in elk geval niet waarderen.

Als suggestie zou ik daarom willen meegeven om dit soort beelden ergens op pagina 37 of 54 te plaatsen, dat scheelt enge dromen en daarmee kan ik ook zonder discussie binnen mijn gezin mijn abonnement op jullie krantje behouden.

GIJS BARENDS, Amsterdam

Jan Six en Geert Mak

Een overtuigende beschouwing van Joost de Vries over het door de media publiekelijk aan de schandpaal nagelen van personen (in De Groene van 13 mei). Waarbij die eerst op een voetstuk werden gezet en vervolgens daarvan af gestoten. Dit ook terwijl ze de wet niet hebben overtreden.

Bij jonkheer Jan Six meent De Vries dat daarbij ook diens afkomst een rol heeft gespeeld.

Maar Six beroept zich niet op zijn titel, anders dan bijvoorbeeld de beruchte Seger baron van Voorst tot Voorst en Antoinette barones Van Lynden. Zou de sokkel voor de media niet Geert Maks bestseller De levens van Jan Six: Een familiegeschiedenis (2016) kunnen zijn?

AUGUST HANS DEN BOEF

Milva

‘Milva zong meestal anderen, maar het was nooit de versie die iedereen zou bijblijven’, schrijft Anne Branbergen in haar in memoriam voor deze Italiaanse zangeres (in De Groene van 13 mei) die in Duitsland een ster was, maar in Nederland niet op waarde werd geschat. Het is wellicht waar dat anderen Piaf en Brecht beter vertolkten dan Milva, maar haar feministische klassieker Zusammenleben, gecomponeerd door Mikis Theodorakis, is ongeëvenaard en toont aan dat zij meer was dan de roodharige stoeipoes die Anne Branbergen beschrijft.

ROBIN BLANKER, Bloemendaal

Italiaanse terroristen

De Italianen die in Frankrijk gearresteerd zijn en als ‘terroristen’ in De Groene van 5 mei werden gedoodverfd, leidden in werkelijkheid een teruggetrokken bestaan. Dat was een van de belangrijkste voorwaarden voor hun verblijf in Frankrijk.

Giorgio Pietrosetfani van Lotta Continua, een radicaal-linkse organisatie, zeker geen terroristische, is in 1988 uit Frankrijk naar Italië gekomen toen hij op grond van de omstreden verklaringen van één persoon, Marino, betrokken werd verklaard bij de moord op commissaris Calabresi. Hij heeft een paar jaar in de gevangenis gezeten en Italië verlaten, toen het vonnis in hoger beroep nietig werd verklaard.

De hoofdredactrice van het dagblad Lotta Continua, Adele Cambria, schreef onmiddellijk na de dood van Calabresi: ‘Het doden van een mens kan nooit voor iemand een reden tot blijdschap zijn, en ik weiger te geloven dat het dat voor het proletariaat kan zijn, vooral als het om een politieke moord gaat (…)’

Over het geval Calabresi zijn vele boeken en artikelen geschreven. Een minderheid daarvan betoogt dat de mensen van Lotta Continua terecht veroordeeld zijn. De meerderheid spreekt haar twijfels uit over de motivatie van de pentito (berouwvolle) Marino, die eerst jarenlang de leiders van Lotta Continua als zijn idolen zag, en na de ontbinding van de organisatie in 1976 het spoor bijster raakte, waarna hij ook tijdens de processen zijn afgunst uitsprak over de carrières die zijn ex-voormannen gevolgd hadden.

Wat de motivatie van de Franse ommekeer betreft: Macron heeft met het oog op de komende verkiezingen een gebaar willen maken dat hem stemmen kan opleveren ten koste van het ultrarechtse Rassemblement National van Le Pen.

Veel is nog steeds onduidelijk over de bloedige aanslag op Piazza Fontana in Milaan en de dood van de gearresteerde Giuseppe Pinelli, die uit het raam van het hoofdbureau van politie in Milaan is gegooid. Elk jaar op 15 december om 22.30 uur denkt zijn vrouw nog aan dit moment.

Commissaris Calabresi heeft nooit willen vertellen waarom hij het valse spoor naar ‘anarchistische daders’ van de aanslag zo fanatiek heeft gevolgd en wat er in werkelijkheid onder zijn verantwoordelijkheid op de avond van 15 december 1969 in het hoofdbureau gebeurd is. Hopelijk staat er ooit nog een ‘pentito’ op die de waarheid vertelt. Zo zou ook de nagedachtenis van Calabresi in ere hersteld kunnen worden.

THOMAS WELSCHEN, Amsterdam