Coverbeeld (2)

Meneer Barends had het in een ingezonden brief (27-5-21) over de nare effecten van een ‘coverbeeld’ in De Groene Amsterdammer. Hij noemt ook een voorwaarde om ‘zonder discussie (…) mijn abonnement op jullie krantje (te) behouden’. Ik weet het, we leven in een beledigingsmaatschappij, maar ik voel me beledigd omdat mijn lijfblad een ‘krantje’ wordt genoemd.

Toni Rietveld, Harlingen

Gijzelen

Wanneer ik De Groene Amsterdammer uit de brievenbus haal, is een van de eerste artikelen die ik ga lezen ‘In Den Haag’. Met veel genoegen sluit ik me dan meestal aan bij het commentaar op de Haagse politiek. In De Groene van 20 mei schrijft Aukje van Roessel dat de voortgang van de kabinetsformatie in gijzeling wordt gehouden door Kamerlid Pieter Omtzigt. Deze keer heb ik niet het genoegen om mij daarbij aan te sluiten. Naar mijn mening is niet Pieter Omtzigt, maar zijn de demissionair premier Mark Rutte en de demissionair minister Wopke Hoekstra de voornaamste hinderpalen bij de kabinetsformatie. Als zij naar aanleiding van de toeslagenaffaire het fatsoen en de moed hadden getoond om in navolging van Lodewijk Asscher op te stappen, zich terug te trekken, zouden zij het land een grote dienst hebben bewezen. In dat geval had de kabinetsformatie in een rustiger sfeer en met veel minder wantrouwen plaatsgevonden.

Johan Berris, Frankrijk

Luister naarde Holland Festival-podcasts Gesprekken met kenners, critici & makersOp Apple podcasts, Sticher en Spotify

‘Fritzi’

In de jaren vijftig van de vorige eeuw zat ik op de middelbare school. Wij waren idolaat van de Vijftigers. Wij snakten naar nieuwe geluiden en die kregen we uit huize Jagtlust in Blaricum, waar de Leidsepleiners waren neergestreken. De losbandigheid zat er goed in; misschien doordat Laren/Blaricum van oudsher het epitheton ‘kunstdorp’ droeg en de zeden daar altijd los waren geweest. Hoe het eraan toeging hoorde ik in 1970 van Jan Vrijman, die als boezemvriend van Remco Campert (Fritzi’s favoriete verloofde) tot de stamgasten had behoord. Hij heeft de term ‘Gooise matras’ voor het huis bedacht. Tegen mij zei hij: ‘Wees jij maar blij dat je er nooit geweest bent, want het was iets verschrikkelijks.’ Zijn verhalen logen er niet om. En Campert dichtte over de naoorlogse jaren: ‘Heel Europa zoop en naaide,/ de wereld was één groot matras.’

De sneer die Maaike Meijer uitdeelt naar Annejet van der Zijl in De Groene van 27 mei is dan ook onterecht. In de aanloop naar haar biografie van Fritzi Harmsen van Beek hoorde ik hoe Meijer tijdens een lezing daarover haar studieobject nog meer heilig verklaarde. Het gaf geen pas dat men haar Fritzi noemde, want ze heette alleen zo voor intimi. We moesten voortaan Frédérique zeggen, want zo heette zij voor buitenstaanders. Frédérique Harmsen van Beek. Maar die achternaam is een idee van Remco Campert geweest bij het uitbrengen van haar eerste dichtbundel. Die naam luidt voluit Ten Harmsen van der Beek. Campert heeft dat afgekort omdat het beter bekte. Fritzi (niemand wist dat ze Frédérique heette) vond dat best. Kennelijk is dat Maaike Meijer ontgaan.

Iets anders is de kunstzinnigheid van Fritzi. Maaike Meijer toonde daar een paar voorbeelden van die inderdaad heel vindingrijk en grappig waren, maar ook erg van de categorie huisvlijt. Fritzi kon goed tekenen en was creatief met kurk, om het maar zo samen te vatten. Iemand heilig verklaren is er een mythe van maken, en mythes hebben vaak weinig meer te maken met de geleefde werkelijkheid. Gelukkig blijft Fritzi in haar werk precies wie ze was.

Margriet de Koning Gans, Laren