Post week 23

Du Perron

In haar artikel ‘Jasmijn en maanlicht’ (in De Groene van 23 mei) beproeft Gloria Wekker een kritische herlezing van Het land van herkomst, waarbij zij focust op gender, ras/etniciteit, klasse en seksualiteit. In 1991 leverde Mieke Bal al een feministische deconstructie van de roman. Anders dan Bal vindt Wekker Het land van herkomst een mooi boek. Zij prijst Du Perrons empathie en kritische zelfinzicht, en citeert de zinsnede waarin hij schrijft dat ‘de Javanen volkomen gelijk hebben (…) Ik weet alleen zeker dat wanneer ik ooit in hun land terugkom, ik anders, met oneindig meer sympathie en aandacht, tegenover hen zal staan dan ik vroeger deed.’ Deze cruciale zin komt op conto van de gerijpte, reflecterende Arthur Ducroo, Du Perrons alter ego in de roman. Daarnaast geeft de vertellende Ducroo de toenmalige verhoudingen in Indië realistisch weer. Wekker doet alsof zij allerlei onbewuste patronen in de roman heeft ontdekt die moeten bewijzen dat Du Perron ‘ten diepste gevangen (blijft) in een koloniaal en seksistisch wereldbeeld. Hij maakt inzichtelijk dat het basiselement van kolonisering en de Indische samenleving de “kennis” is dat wij, witten, niet hetzelfde zijn of moeten worden als zij, dat wil zeggen niet verindischen.’ Die vrees voor verindisching komt echter van de ouders van Ducroo, en Du Perron heeft deze aspecten, die hij zelf achter zich had gelaten, bewust in zijn roman aangebracht.

Dat Ducroo ‘met afschuw’ de professor met zijn Edammer kaas en ontbloot bovenlichaam beschrijft is pertinent onjuist. Wekker heeft verkeerd (want verbeten) gelezen: Ducroo geeft de ontstelde reactie weer van een lid van de Raad van Indië. Dit verhaal had hij gehoord van Ströbl (alias de oudheidkundige J. Knebel) en hij maakt zich juist vrolijk over die geschrokken autoriteit. Ströbl wordt beschreven als een man die lak heeft aan ambtenaren en gewichtigdoenerij, en Ducroo geniet daarvan.

Verder speculeert Gloria Wekker dat Du Perrons dood mede werd veroorzaakt door heimwee naar zijn geboorteland. Maar hij was in augustus 1939 juist uit Indië ‘opgesjeesd’, omdat hij er wegens het koloniale racisme en de halsstarrige houding van het gouvernement tegenover het Indonesische nationalisme niet meer wilde wonen. Hij uitte zijn afkeer van dit Indië in een open brief aan de door het gouvernement verbannen nationalist Sjahrir.

KEES SNOEK, Parijs

Baudet

Even over het essay van Dick Pels over Baudet (in De Groene van 30 mei). Volgens mij is het een goed verhaal. Dank daarvoor. Een klein commentaartje: het gezegde ‘Oog om oog, tand om tand’ klinkt heden ten dage barbaars. Maar ik heb begrepen dat het toentertijd ging om een lichte verbetering in de sociale omgang. In plaats van het uitmoorden van een hele familie, mocht je bij aangedaan onrecht slechts een gelijk offer opeisen.

Zo worden we op het verkeerde been gezet door wijze, oude teksten.

Dat gebeurt wel vaker.

FRANS VAN ZELM