Post week 23

Opheffer

Schiller. Twee, drie jaar geleden? Daar zaten de voorheen bronstige en slordig levende jongeren aan een grote ronde cafétafel de tijden van weleer te evoceren. Ouwehoeren over kunst en literatuur, bier, sigaren. Met de vuist op tafel slaan. Oude jenever! Stel dat ik toen op Opheffer zou zijn toegelopen en had ingebroken op het gesprek met de begroeting: hé ouwe zak! ’k Heb je stukkie gelezen… Eventueel klap op de schouder.

Vroeger, ja vróeger! heel normaal, teken van jovialiteit en amicaliteit. Nu wel zeker verstaan als een ongepastheid, erger nog een regelrechte schoffering. Want… hoe zou Holman/Opheffer dit nú oppikken? Inderdaad, de tijden zijn veranderd. Zwaar kut natuurlijk.

Ouwe lul! Kloothommel! Eikel. Als oud-Hagenees kan ik dit moeiteloos en onbeperkt aanvullen. Nu is de gangbare spreektaal ge-e-vo-lu-eerd naar een sufkuttig idioom van gedemonstreerde correctheid. Echt veranderd is er natuurlijk niks. Integendeel, jammer genoeg. Dank Opheffer!

Robert E. Houkes

Elites

Ewald Engelen berijdt (in De Groene van 27 mei) weer zijn geliefde stokpaard: niets lijkt hem meer te ergeren dan de onuitroeibaarheid van elites. Dat paard komt soms wat vaal en sleets over, maar toch moet ik hem gelijk geven: inderdaad, moties van wantrouwen die een politicus de kop hebben gekost verhinderen absoluut niet dat zo iemand geruisloos doorschuift naar een lucratief baantje als interimbestuurder, burgemeester, commissaris van de koning, directeur van de anwb. Of als graag geziene gast naar Buitenhoven en Nieuwsuren. Het pluche is voor die mensen altijd weer zacht als zalf en veerkrachtig als de speklaag van een olifant. Hun woordkeus is zorgvuldig toegesneden op bewust geselecteerde doelgroepen: smart en creatief voor het grootstedelijk publiek, voor ondernemers is het jargon uiteraard innovatief en vol groeipotentie en voor de Tesla-rijder graaien ze in de semantische grabbelton van duurzaamheid en transitie. Voor de tobberige millennial ten slotte resten dan de woorden waarmee je in het dagelijks leven nog geen deuk in een pakje boter slaat: inclusiviteit, diversiteit, dat soort welzijnsjargon.

Zijn column eindigt met de uitsmijter: ‘Zolang Rutte en de zijnen blijven zitten waar ze zitten, wordt het met die nieuwe “bestuurscultuur” nooit wat.’ Zo simpel is het mijns inziens echter niet. Natuurlijk is Rutte niet het uitzonderlijke type dat die gedroomde ‘nieuwe bestuurscultuur’ waar kan maken. En dat is niet omdat hij een echte vvd’er is, maar dat is omdat hij geen echte denker is. Ik ben mild genoeg om te beseffen dat dat soort denkende ‘mannen van de daad’ uiterst schaars zijn. Daadkrachtige denkers zijn net zo schaars als denkende doeners. Ik zie best dat Rutte zich in de afgelopen crisis als een voortreffelijk landsleider heeft ontpopt, maar hij krijgt zeker niet de wimpel ‘erflater van onze beschaving’. Zo noemde het historici-echtpaar Jan en Annie Romein onze grote geesten, onze echte erflaters. Thorbecke was er daar een van. Hij was Rutte’s ‘grote geest’, groot genoeg om ingelijst op zijn bureau te mogen staan. Je kunt een slechtere erflater als na te volgen voorbeeld kiezen…

Martin de Koning

Omtzigt en oorzaak en gevolg

Het mag toch niet zo zijn dat een leugenaar en manipulator, die probeerde de toeslagenaffaire in de doofpot te stoppen en later de klokkenluider ervan probeerde weg te werken, opnieuw premier wordt van Nederland? Helaas stond die zin niet in het stuk van Aukje van Roessel over Pieter Omtzigt die volgens haar ‘de kabinetsformatie in gijzeling houdt’. ‘Het mag toch niet zo zijn dat een Kamerlid de kabinetsformatie tegenhoudt?’ luidde de zin. Ook volgens Van Roessel lijkt het probleem niet het probleem te zijn, het probleem is blijkbaar dat er mensen zijn als Pieter Omtzigt, die het lef hebben het probleem aan te kaarten en het presteren om ziek te worden na zeer smerige tegenwerking door niet alleen de minister-president, maar ook door zo’n beetje het hele kabinet, zelfs door zijn eigen partijbaas Hoekstra. Van Roessel haalt oorzaak en gevolg door elkaar. Zonder de toeslagenaffaire had Omtzigt de kabinetsformatie nooit kunnen ‘gijzelen’.

Jasper Jacobs

Roekeloos of redeloos

Het stuk ‘Roekeloos’ van Ewald Engelen (De Groene_ van 27 mei) beschrijft in zeer generaliserende termen ‘onze elites’. Wat eruit naar voren komt is dat kennelijk niets menselijks die elites vreemd is.

Want hoeveel mensen in dit land zijn er nu niet – minstens regelmatig – kortzichtig, egoïstisch, onzeker, opportunistisch of incompetent? Dit is sociologische prietpraat, een analyse van de kouwe grond van Engelen. Dat soort verhalen stond vroeger in HP/De Tijd.

De Groene lees ik met veel plezier – veel gedegen achtergrondjournalistiek, uitstekende boekbesprekingen en goede essays – maar Engelen sla ik over.

Jan Nicolai