Post week 24

Geïntegreerd in niets

In het stuk van Marijn Kruk (De Groene van 4 juni) lijken Fabrice Hadjadj en Alain Finkielkraut hetzelfde te zeggen. Toch vind ik de verwoording van Hadjadj prangender, steviger en vooral raker: wat anders rest jongelui dan zich over te leveren aan een islamisme, wat zowel een reactie op als de voortzetting van de leegte is die het integreren is. Integreren, dat is de taal van het gastland leren, de gewoonten van dat gastland leren en de geschiedenis van dat gastland leren. Van levensbelang is dat de geïntegreerde de officiële geschiedschrijving klakkeloos tot zich neemt.

Neem nou het aloude La chanson de Roland oftewel het Roelantslied waarin de strijd tussen de Franken en de Saracenen (vrij vertaald: de moslims) wordt bezongen. Daar al gaat de officiële geschiedschrijving voorbij aan waar de strijd in de oorspronkelijke tekst over ging: dat was die tussen de Franken en de Basken.

Daargelaten even het feit dat elk land, elk volk en elke geloofsgemeenschap gelooft de waarheid in pacht te hebben is het deze slechte pers die de moslims aankleeft. Sinds jaar en dag, maar vooral sinds 9/11 is het hek van de dam: de moslims hebben zo goed als al het slechte op hun geweten.

Vrijheid van meningsuiting echter hoeft niet altijd vrijheid tot kwetsen te zijn. Toch zien wij schrijvers en agitatoren als Renaud Camus en Éric Zemmour anti-islamgetinte boekjes uitspuwen. Maar over het Franse verleden in Frans-Algerije geen woord, over de wandaden van Frankrijk vanaf 1830 in deze Franse kolonie geen woord, over hoe de kolonisator de gekoloniseerde op 1001 manieren muilkorfde, afperste, dom hield, uithongerde en uitbuitte geen woord. En ook over de talloze oorlogsmisdrijven begaan tijdens de dekolonisatieoorlog tussen 1954 en 1962 geen woord.

Als we Jean-Paul Sartre mogen geloven waren de interneringskampen in Algerije waarin twintig procent van de oorspronkelijke bevolking werd opgesloten net zo erg als die ten tijde van nazi-Duitsland: ‘op de schoorstenen na’ zag hij geen verschillen.

Zolang de Fransen voor wat betreft de officieuze geschiedenis in ontkenning verkeren dienen wij de ennemi intérieur waarover Zemmour het heeft te spiegelen. Frankrijk en de Fransen dienen zichzelf met hun schandelijke verleden te confronteren, de vijand binnenin namelijk heet ontkenning, en zoals altijd leidt ook deze ontkenning in wegwijzen: wij zijn Fransen, zij zijn tuig.

WOUTER KRIJBOLDER, ’s-Hertogenbosch

Vietnam

Jammer dat Rutger van der Hoeven in zijn overigens verdienstelijke essay Vietnam: Vijftig jaar later (De Groene van 11 juni) te veel blijft steken bij een Amerikaans-centrische visie op de Vietnamoorlog.

Dat komt ongetwijfeld door het compacte, maar helemaal niet zo recente boek (zoals gesuggereerd) van Mark Atwood Lawrence The Vietnam War: A Concise International History uit 2008. Lawrence deed net als Van der Hoeven een moedige poging de oorlog in een internationale context te duiden, maar beiden raken niet helemaal tot de kern. De laatste niet omdat hij de Vietnamoorlog als Amerika-deskundige vooral wil verklaren als een Amerikaans probleem (inclusief de vergelijking met Afghanistan en Irak) en Lawrence evenmin omdat hij ondanks zijn pretentie ‘een beknopte internationale geschiedenis’ te schrijven niet over de bronnen beschikte om de juiste balans te vinden. Weliswaar is het werk van William J. Duiker een geslaagde poging van revisionistische geschiedschrijving, maar hij is vooral bekend vanwege zijn biografie van Ho Chi Minh uit 2001 waarin hij aantoonde dat de laatste een complexe figuur was die niet in simpele stereotypen viel te vangen.

Het was handiger geweest om het boek Imagining Vietnam and America (2000) van Mark Bradley erbij te nemen, dat een helder inzicht geeft in het gedrag van landen als Thailand en de Filippijnen die weigerden willoze domino’s te zijn, maar ook Zuid-Vietnam was geen machteloze marionet. Nieuw historisch onderzoek laat zien dat de veelal verguisde Ngo Dinh Dziem en zijn broer Nhu probeerden hun deel van het land te moderniseren, en dat het beeld van een zwakke, corrupte versie van een Aziatische despotie revisie behoeft.

Het valt aan Van der Hoeven te prijzen dat hij eindigt met een verwijzing naar de roman van Bao Ninh, The Sorrow of War (uit 1991!) om aan te geven dat de VS zich meer zouden moeten bezighouden met de ervaringen van andere landen zoals Vietnam. In het betoog dat eraan vooraf gaat wordt mijns inziens onvoldoende getracht de Vietnamoorlog ook vanuit Vietnamees perspectief te bekijken.

Of in Hanoi een heel wat betere analyse werd gemaakt van de militaire strategie tegen de Amerikanen is veel beter te illustreren met het recente werk van Lien Hang Thi Nguyen. In Hanoi’s War (2012) toont zij overtuigend aan hoe desastreus de strategieën van Le Duan en Le Duc Tho waren voor het verloop van de oorlog en voor de prijs die de Noord-Vietnamezen ervoor betaalden.

JOHN KLEINEN, Amsterdam

Ondertussen op groene.nl

Deze week op Groene.nl Ivo van Hove over fascinerende leiders, Joost de Vries, Nina Polak en Niña Weijers over Game of Thrones en een interview uit 2000 met wijlen Drs. P. Ook is er aandacht voor vaderdag. Marja Pruis Leest een boek