Post week 24

Turks fruit

Wolkers was een uitgesproken seksist. Zijn oeuvre getuigt daarvan. Terecht veroordeelde zomergast Hedy d’Ancona de seksueel-misbruikscènes in de filmversie van Turks fruit. Maar die scènes horen er wel in. Wie dat verhaal censureert en fatsoeneert: een gekuiste versie, empowerment voor Olga, een gefnuikt ego voor Erik, heeft de autonomie van een kunstwerk om zeep gebracht. In een van mijn Spaanse veldwerkzomers (1965 of 1966) kocht ik de Spaanse vertaling van Nevil Shute’s On the Beach – ik kende het origineel en dacht mijn Spaans bij te spijkeren. In die Spaanse vertaling ontbrak iedere verwijzing naar het majeure dilemma: hoe om te gaan met de naderende nucleaire besmetting? Is, om de fysieke degradatie vóór het onvermijdelijke einde te voorkomen, medicinale suïcide toelaatbaar? In het fascistisch-katholieke Spanje van die jaren kon zo’n tekst niet worden gepubliceerd. De vertaling was dus aangepast: de aanstootgevende passages verwijderd en het verhaal geloofwaardig om de lacunes heen geweven. Ik moest aan die gecensureerde vertaling denken toen ik Femke Essinks verslag las van de transformatie van Turks fruit voor het hedendaagse toneel tot een politiek correct gemoraliseerde versie van het origineel (in De Groene van 30 mei). Afgezien van formalistische aspecten als misbruik van andermans kunst, inbreuk op auteursrecht en dergelijke, speelt hier een wezenlijk probleem. De productie van ideologisch correcte versies van populaire kunst was standaardonderdeel van het instrumentarium van de totalitaire regimes. Wil Essink met haar emancipatie-ideaal die kant op?

KLAAS MAAS, Voorschoten

Eddy du Perron

Na de witte mannen in Nederland zijn nu ook Nederlands-Indische mannen aan de beurt. Eddy du Perron wordt langs de meetlat gelegd, nota bene tijdens de achtste lezing ter zijner ere, als pionier van de multiculturele literatuur. Ook Du Perron wordt door Gloria Wekker ontmaskerd als een gevangene van het Nederlandse koloniale systeem, na lezing van diens roman getiteld Het land van herkomst uit 1935. In dit canonieke werk zou Du Perron zich verzetten tegen het verindischen van Nederlandse mensen. Zo worden de Chinese en Javaanse kennissen van zijn moeder beschreven als pafferig of lelijk. Ook zou Du Perron met afschuw neerkijken op een Nederlandse professor die op Bali zou rondlopen met ontbloot bovenlijf, slechts gekleed in een sarong.

Op zich zijn deze voorbeelden waar, maar Het land van herkomst bevat veel meer feiten die het tegendeel laten zien. In werkelijkheid blijken de Nederlandse en Indische cultuur op Java op een unieke manier te versmelten. Nergens in de wereld gebeurde dit.

Dat blijkt uit de dissertatie Paradijzen van weleer van E.M. Beekman. Hij beschrijft Du Perron als een telg uit een koloniaal patriciaat, maar ook als door en door Indisch. Zijn moeder zou een voorbeeld zijn van een grande Indische dame oftewel een njonja besar. Zij gaf de voorkeur aan het gezelschap van Javaanse en Chinese dames boven dat van Europese vrouwen en hield ervan om met hen op de vloer zittend om geld te spelen. In 1906 vestigde het gezin Du Perron zich in een uithoek van Java, waar vader een rijstpellerij begon. De moeder van Eddy was er de eerste blanda met wie de inlanders in aanraking kwamen. Vanaf de vierde maand na zijn geboorte werd hij opgevoed door baboe Alima die haar familie had verlaten om zich enkel en alleen aan de jongen te wijden. Zij bleef bij hem tot aan haar dood, toen Eddy veertien jaar oud was. Hij behandelde haar gebiedend, maar zag haar ook als superieur aan ieder ander in het huishouden. De baboe en andere bedienden vertelden Eddy allerlei Javaanse sprookjes, zodat Eddy Soendanees en Maleis sprak en lang weigerde om Nederlands te spreken. Hij voelde zich aangetrokken tot gamelanmuziek, het wajangpoppenspel en de inheemse krontjongmuziek.

Gloria Wekker blijkt uit te gaan van ideale, ahistorische omstandigheden die echter nergens in de wereld bestaan. De vraag naar de historische context van de Indo-Nederlandse groep blijft onbeantwoord.

MARTIEN HOOGLAND