Het Westen

De Ambassade van de Republiek Polen in het Koninkrijk der Nederlanden was verrast door de publicatie van het artikel van Ian Buruma met de titel ‘De oorlog tegen het Westen. Fatterig, verwijfd, corrupt’. Het spijt ons te moeten concluderen, dat het formuleringen bevat die uw lezers kunnen misleiden, in het bijzonder met betrekking tot ‘de nieuwe wet in Polen die het verbiedt om te spreken over Poolse medeplichtigheid aan de holocaust’. De auteur verwijst waarschijnlijk naar de wijziging van de ipn-wet uit 2018, waarvan de intentie was om het gebruik van uitdrukkingen zoals ‘Poolse concentratiekampen’ in de openbare ruimte te beperken. Deze benaming is een voorbeeld van de ‘Holocaust distortion’ en het gebruik ervan kan leiden tot een vervaging van de schuld voor de misdaden die gepleegd zijn door het Duitse Rijk. De controversiële strafrechtelijke bepalingen van de wijziging van de ipn-wet werden ingetrokken, en er is nooit een rechtszaak op basis daarvan aangespannen.

Het artikel is een bewerking van de Geremek-lezing van Buruma, maar verschilt aanzienlijk van de voorgedragen lezing op 12 mei, die geen verwijzingen bevatte naar de hedendaagse politiek in de Republiek Polen. Helaas zijn de verwijzingen gebaseerd op stereotyperingen, laster en verdraaiingen. De verwijzingen naar ‘Grenzen van het Westen’ en ‘Oorlog tegen het Westen’ suggereren dat moderne democratische staten vol verdeeldheid en geschillen zijn, wat in strijd is met de intentie van het evenement ter bevordering van Europese samenwerking en integratie. Ik verzeker u dat Polen geen enkele oorlog voert tegen ‘westerse’ waarden, noch een land is dat ‘zich tegen het Westen heeft gekeerd’.

Vanwaar deze conclusie? Uit opiniepeilingen blijkt dat de Polen zeer positief zijn ingesteld over de EU. Wij benadrukken bij deze gelegenheid dat Polen staat voor een sterke EU, die de steun heeft van de staten en burgers die het vormen, en een werkelijk democratisch mandaat, dat het in staat stelt effectief op te treden ter bevordering van gemeenschappelijke waarden die aan de basis van de EU liggen, met een goed functionerend Schengengebied en een reële, concurrerende gemeenschappelijke interne markt. Polen heeft ook tot doel de Europese samenwerking te versterken door middel van regionale initiatieven, zoals het Driezeeëninitiatief, de Visegrád-groep en de Lublin-driehoek.

Bovenstaande beschuldigingen zijn helaas niet door de auteur naar voren gebracht op de bijeenkomst van 12 mei, waardoor het voor ministers uit Polen en Nederland niet mogelijk was hierop te reageren tijdens het debat.

AMBASSADE VAN DE REPUBLIEK POLEN, Den Haag_


Ambtenaren

Uitstekend artikel van Diederik Baazil over de positie van ambtenaren achter de minister (De Groene,_ 3 juni). De maatschappij loopt vast en ambtenaren staan in het midden van dat proces. Het probleem is dat ambtenaren geen houvast hebben in hun discussies met minister en Kamer. Ze hebben geen gedeeld referentiekader over hun eigen positie, deskundigheid en verantwoordelijkheid in dit spel. Veel beroepsgroepen hebben een beroepsethiek. Beleidsambtenaren niet. Een stevig verankerde beroepsethiek kan een dam opwerpen tegen overspannen verwachtingen van de mogelijkheden van de overheid. Verwachtingen die leidden tot ‘verruwing’ van het samenspel tussen Kamerleden, kabinet en ambtenaren. Om stevig te staan in deze discussies moeten ambtenaren wel goed zicht hebben op de uitvoerbaarheid van beleid, met hun voeten in de klei staan, goed contact hebben met de uitvoerders. Helaas is dat met de uitwisseling van topambtenaren tussen ministeries niet meer algemeen het geval. Een beroepsethiek lost niet alle uitvoeringsproblemen op. Misschien krijgen we dan een tamelijk immobiele overheid. Voorlopig beter dan een overheid die vatbaar is voor vele maatschappelijke grillen. We hebben behoefte aan een overheid met een zekere verantwoorde immobiliteit.

DIEDERIK VAN DER HOEVEN, Amsterdam