Post week 25

De tolk van Java

Als Hella Haasse op basis van haar kennis van de Honderdjarige oorlog een boek schrijft, Het woud der verwachting, wordt die roman geen onderdeel van de historische werkelijkheid. Een roman over de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog zou dat evenmin mogen worden. De tolk van Java van Alfred Birney mag dan een ‘autobiografische mokerslag’ zijn, zoals Mischa de Vreede (De Groene, 8 juni) het omslag van het boek citeert, het gaat hier om literatuur, een roman. Dat had wel even vermeld mogen worden, temeer daar ook het non-fictie artikel van Abram de Swaan, Postkoloniale absenses, aan de orde komt.

De memoires van de vader van Birney bestaan, zij vormen de historische bron waaruit De tolk van Java put. Dat boek zelf is echter een historische roman, fictie dus.

De gewelddadige hoofdpersoon, de vader, heet Nolan. Nolan is geen historische figuur. De echte vader van de auteur is Adolf Birnie (of Birney), evenals Nolan tolk en ondervrager bij de mariniers. Die gebruikten inderdaad ‘de meest gewelddadige methoden om hun gevangenen aan het praten te krijgen’, aldus Ad van Liempt op basis van Birnie’s memoires in De lijkentrein (1997).

In het verhaal is Nolan betrokken bij deze kwestie waarbij 45 krijgsgevangenen het leven lieten omdat hun bewakers ze in de volle zon hadden laten koken in een wagon op een rangeerterrein. Die gebeurtenis is historisch. Mijn vader heeft destijds de mariniers die daarvoor verantwoordelijk waren verdedigd voor de krijgsraad en in eerste instantie voor hen allemaal (op één na) vrijspraak bevochten. Die vrijspraak gold niet Adolf Birnie, want die was überhaupt niet bij deze zaak betrokken. Adolf Birnie was wel betrokken bij een ander, vergelijkbaar transport waarbij vier van de 29 krijgsgevangenen overleden. Dat het er niet méér waren, was te danken aan Birnie. Hij was bijtijds te hulp geschoten waardoor verreweg de meesten het overleefd hebben. Hij is uiteraard wel verhoord, maar hij is niet voor het gerecht gedaagd zoals in de roman met Nolan gebeurt.

WYBREN VERSTEGEN, Amsterdam

De Zesdaagse Oorlog

In uw artikel: ‘De vloek van de Zesdaagse Oorlog’ (De Groene, 1 juni) mis ik een interessant historisch feit. Binnen drie maanden na deze oorlog vond de conferentie van Khartoem plaats, de zogenoemde ‘drie nee’s’-conferentie, waar acht Arabische staten afspraken: geen vrede met Israël, geen erkenning van Israël, geen onderhandelingen met Israël.

Israël had dus eenzijdig als overwinnaar grootmoedig de veroverde gebieden terug moeten geven, dat zou inderdaad uniek geweest zijn in de geschiedenis. Volgens mij werkt het zo niet.

Israël had in 1967 echt niet de bedoeling om deze gebieden voor de eeuwigheid bezet/betwist te houden, men stond open voor ‘land in ruil voor vrede’, maar wat als de andere kant geen respons geeft?

JAN ZWEERS, Haren