Post week 25

Nietzsche en alt-right

In het artikel over Carl Jung (De Groene, 4 juni) viel de naam Nietzsche. Ik citeer even de door Groene-journalist Arthur Eaton aangehaalde, controversiële hoogleraar psychologie Jordan Peterson: ‘Ik ken geen intelligentere schrijver dan Jung. Mogelijk met Nietzsche als enige uitzondering.’ Klinkt complimenteus, zeker, maar of Nietzsche nou gevleid geweest zou zijn met deze pluim op zijn enorme snor? Ik heb zo mijn twijfels, want Jordan Peterson is bepaald niet onbesproken.

Ik ken het werk van Nietzsche goed genoeg om te weten dat hij het niks vertrouwd zou hebben: zo’n professor in de psychologie met bedenkelijke aanbidders achter z’n broek. Bewonderaars zoals Joe Manning, een aanhanger van de alt-right-beweging in Amerika. Manning zegt bijvoorbeeld dit: Jung zou zich prima bij ons hebben thuis gevoeld, want zijn theorieën passen bij ons, ze bieden een uitstekend tegenwicht tegen dat losgeslagen feminisme en dat betreurenswaardige verlies aan echte mannelijkheid. Alt-right heeft namelijk een clubje negentiende-eeuwse denkers herontdekt onder wie Spengler, Jung en Nietzsche. Nietzsche zou zich hebben omgedraaid in zijn graf. Hoewel, misschien was hij ook wel berustend op zijn rug blijven liggen. Want hij wist het en hij zei het voortdurend in zijn boeken: ik zal nog tijden onbegrepen blijven.

Dat was ook wel een beetje eigen schuld dikke bult, want Nietzsche deed niet bepaald zijn best om schoolmeesterachtig helder te zijn. Dat had een tragische, pijnlijke reden: Nietzsche werd zijn hele leven gekweld door ondraaglijke hoofdpijnen, een klacht die hem dwong een heel onfilosofische aanpak te ontwikkelen: je redeneringen opbouwen met behulp van korte briljante aforismen. Vaak niet meer dan een kwart pagina lang, met een stijl die hem de bijnaam de beste stilist van Duitsland opleverde. Alleen zo kreeg hij zijn gedachten op papier. Zijn aforismen zijn in hun opeenvolging fascinerend en prima begrijpbaar, maar je moet wel geschikt zijn voor deze manier van filosoferen.

MARTIN DE KONING

Herstelplan

In het artikel ‘Op de drempel van het ogenblik’ (De Groene, 28 mei) over het Europese corona-herstelfonds geeft Marcel ten Hooven blijk van een grote bewondering voor het leiderschap van Merkel en Macron die met hun herstelplan voor de bestrijding van de coronacrisis de politieke integratie van de EU een grote dienst bewijzen. Zij voelen als ‘tijdkunstenaars’ (term ontleend aan Luuk van Middelaar) de dynamiek van het eenwordingsproces aan. Dit is nodig om het spook van de ‘nationaal-populisten’ te bestrijden, met in hun kielzog het extremisme en andere narigheid. Dit lijkt wel erg op de bekende visie op de Europese integratie van ‘weldenkend’ Nederland, met een blinde vlek als het om de democratie in de EU gaat.

Verwijzingen naar een aantal zwakke punten van het herstelplan hadden in het artikel niet misstaan. Het is namelijk de vraag of Merkel en Macron de dynamiek van de Europese eenwording aanvoelen. Met evenveel recht kun je stellen dat de leiders een enorm risico nemen met hun herstelplan en de kans op uiteenvallen van de EU vergroten.

Verder in het artikel geen woord over het ‘democratisch tekort’ van de EU. Dat zal dan immers worden verdiept. De transferunie zal een volgende stap zijn in de bouw van het ‘monster’ (typering van H.M. Enzensberger) dat het zicht van de burgers op geldstromen en besluitvorming verder belemmert. En, misschien erger nog, ook dat van hun volksvertegenwoordigers.

G. SCHOLTEN, Uithoorn