Post week 26

Henk Hofland

Wat gevreesd werd, is helaas werkelijkheid geworden. Henk Hofland is overleden. Toen hij een tijdje afwezig was, kreeg ik al een bang voorgevoel. Zijn column in De Groene las ik altijd als eerste. Hij zal enorm gemist worden. Nog nooit heb ik zo’n scherpzinnige journalist gelezen als Hofland. Glashelder wist hij complexe zaken goed uiteen te zetten. Hoe ingewikkeld ook, hij wist altijd een heldere lijn te trekken om de zaak te verklaren. Terecht werd hij uitgeroepen tot de Journalist van de eeuw. Zijn analyse van de Amerikaanse politiek was altijd zeer verhelderend.

Toen ik eens in zijn favoriete tramlijn 3 zat, ging hij op een vrije plaats naast me zitten. Hij keek geïnteresseerd naar buiten. Ik vertelde hem dat ik zijn stukjes altijd als eerste las. Na even gezwegen te hebben, draaide hij zich naar mij om en zei: ‘Mevrouw, dat vind ik een alleraardigst compliment.’

Zo zal ik mij hem altijd herinneren: een bevlogen journalist, die op een zeer scherpzinnige wijze de meest ingewikkelde zaken glashelder uit de doeken wist te doen.

Liesbeth Nieuwenhuijse

Creatie of reproductie (1)

Van jongs af aan wil ik twee dingen: schrijven en moeder worden. Dat laatste is mij gelukt. Je verliest jezelf erin. Als andere motieven ontbreken, is daar altijd die vieze luier of dat kind dat je van school moet halen om je af te leiden.

Uit de documentaire over Halina Reijn kwam duidelijk naar voren dat carrière noch moederschap zaligmakend is. Ze kunnen beide het gat niet opvullen – er blijft altijd iets knagen, je hunkert naar iets wat nooit komt. De bevestiging van anderen dat je ertoe doet. Als je sell by date nadert als vrouw kun je maar beter zorgen dat je de buit binnen hebt. Dat geldt in de liefde, maar ook wat betreft die maatschappelijke loopbaan.

Volgens Franca Treur (in De Groene van 23 juni) ga je het echter als moeder sowieso niet redden als auteur. Dan heb je zogenaamd geen tijd meer om iets anders tot stand te brengen dan een mooie traktatie voor je kind.

Goed moederschap vergt inderdaad veel tijd en geduld en is bij tijd en wijle ontzettend eentonig, maar om dat nou aan te voeren als reden dat ik in tegenstelling tot mevrouw Treur geen gevierd auteur ben? Ik gaf tot dusverre liever de schuld aan het gebrek aan geloof in mijn eigen talent – nu heb ik er weer een excuus bij.

Rachel Postma, Delft

Creatie of reproductie (2)

Mijn essay ‘Moet Halina Reijn een kind krijgen?’ (in De Groene van 23 juni) werd door een redacteur ingeleid met de zin: ‘Schrijfster Franca Treur worstelt met een zelfde dilemma als actrice Halina Reijn’.

Een dergelijke introductie suggereert dat een vrouw zelf een kinderkrijgcrisis moet doormaken om een stuk over een kinderwens te kunnen of te willen schrijven. Het illustreert mijn punt dat ook scheppende vrouwen nog vooral als lichamen worden gezien. Dat er een foto van de schrijver van het essay bij staat, ondersteunt dat.

Persoonlijke ontboezemingen in artikelen zijn zo zeer de norm dat een louter analytisch intellectueel stuk van een vrouw over zo’n ‘vrouwen-onderwerp’ nauwelijks als zodanig herkend wordt. De Amerikaanse cultuurcriticus Richard Sennet schreef in 1977 in The Fall of Public Man al over onze hang naar het persoonlijke, in zijn woorden the tyranny of intimacy, en het wantrouwen tegenover iedereen die daar niet aan meedoet. Met name vrouwen wordt altijd naar het privé-domein gevraagd. Ook doen vrouwen (en mannen) die ontboezemingen uit zichzelf, zoals bijvoorbeeld Halina Reijn. En zelf geef ik, om mijn punt te maken, persoonlijke voorbeelden van momenten waarop ik me met mijn werk manifesteer, maar als lichaam word gepercipieerd.

Daar valt wat er nu rondom dit essay allemaal gebeurt dus ook onder. Tot nu toe kreeg ik vooral reactie op de foto. ;-)

Franca Treur

Dikke Bertha (2)

De correctie van Ruud van Ling (in de ingezonden-brievenrubriek van 23 juni) over Dikke Bertha maakt helaas de verwarring alleen maar groter. Het ‘superkanon waarmee de Duitsers Parijs trachtten te bestoken’ was namelijk niet Dikke Bertha maar het Paris-Geschütz. Daarvan hebben drie exemplaren bestaan, die met een kaliber van 210 mm en een looplengte van 37 m over maximaal 130 km ongeveer vierhonderd granaten op Parijs hebben afgevuurd tussen november 1917 en augustus 1918.

De Dikke Bertha was al veel eerder ontwikkeld en speelde een belangrijke rol bij het uitschakelen van de Belgische fortificaties aan het begin van WOI. Hier ging het om een mortier met een kaliber van 420 mm dat max. 12 km ver kon schieten. Met betrekking tot de Duitse tanks in WO I: ze zijn wel gebouwd maar ze kwamen te laat en waren te zwaar en onhandig. Dát hebben ze inderdaad later ingehaald, al zou tegen het eind van de oorlog blijken dat de qua vuurkracht en bepantsering superieure tanks te gecompliceerd waren om in voldoende aantallen te worden gebouwd en te zwaar waren voor veel wegen en bruggen. En ten slotte geldt het woord van Hofland: ‘Als je het niet weet, zoek je het op.’

Albert Simonis (Ooit kanonnier der laagste klasse 44 AVA, 74-1)