Post week 26

Hoogbouw

Het artikel ‘Heel Holland de hoogte in’ (In De Groene van 5 juni) riep bij mij de pijnlijke herinnering wakker aan mijn vergeefse gevecht tegen de bouw van een torenflat die het silhouet van Nijmegen voorgoed heeft verpest. Eeuwenlang hebben kunstenaars het unieke aanzicht van de stad aan de Waal op schilderslinnen en papier vastgelegd. Natuurlijk bieden Kampen, Deventer, Zutphen, Arnhem en Maastricht van oudsher ook een fraai panorama, maar Nijmegen is uniek doordat de stad als een amfitheater tegen heuvels opkruipt. Boven alles rees de toren van de Stevenskerk uit. Helaas moeten we ‘rees’ schrijven, want sinds 2014 rijst een woontoren die tegen het centrum is gebouwd, erboven uit. Een allerlaatste beroep op gemeenteraad, Heemschut en de lokale historische vereniging Numaga mocht niet baten. De gelatenheid was onthutsend. De Gelderlander had alleen maar jaren tevoren gemeld dat er een plan voor een woontoren bestond – met een tekening van een andere kant dan de rivierzijde! Enkele maanden voor de bouw werd alleen laconiek gemeld dat de gemeenteraad nog even zijn fiat moest geven. Via die krant wilde ik alsnog verzet tegen de aantasting van het silhouet van de stad mobiliseren. Mijn artikel werd geweigerd.

Andere riviersteden gaan zorgvuldiger met hun aanzicht om. Zelfs in de sovjettijd werden het centrum van Riga en Leningrad gespaard voor hoogbouw. Maar de oudste stad van Nederland heeft geen ontzag voor zijn historische schoonheid.

ANTON VAN HOOFF, Nijmegen

Een nieuwe canon

Naar aanleiding van het artikel ‘Wie zijn wij?’ van Joost de Vries (in De Groene van 12 juni) het volgende.

Het valt bijna niemand op dat onder de muurschilderingen in de grote zaal van het Rijksmuseum, die toch belangrijke momenten in de Nederlandse geschiedenis afbeelden, er geen enkele is die Willem van Oranje afbeeldt – zelfs de hele Tachtigjarige Oorlog blijft onvermeld. Waarschijnlijk ging dit Cuypers te ver. Laat Baudet er maar niet achterkomen!

L. VAN NIGTEVEGT, Huissen

Pensioenakkoord

In de rubriek ‘In Den Haag’ over het pensioenakkoord (in De Groene van 12 juni) werd de positie van FNV-leden ter discussie gesteld wat betreft hun invloed op dit akkoord. Met name het individualiseren van pensioenen, naar het type werk dat men heeft gedaan en dergelijke, speelt hierbij een belangrijke rol.

Het is jammer dat dit in dit akkoord niet nader is uitgewerkt. Want zo moeilijk is dat niet. Onze zorgverzekeraars krijgen van iedere verzekerde ‘op maat’ een verevening voor die verzekerden die structureel meer kosten dan ze opleveren. Dit aan de hand van zeer objectieve data.

Hetzelfde kun je doen met het moment dat iemand recht heeft op pensioen. Je kunt dan aan de hand van objectieve criteria zoals ‘leeftijd’, ‘type(n) werk en hoelang gedaan’, ‘ziektegeschiedenis’ tot een systeem ‘op maat’ komen voor iedere Nederlander wat betreft diens pensioneringsmoment. Hoe dat betaald gaat worden en welke criteria welk gewicht krijgen blijft natuurlijk onderwerp van maatschappelijke en politieke discussie. Maar je hebt dan in ieder geval een transparant en hopelijk eerlijk systeem over de criteria van ‘wanneer’.

HANS VAN DER SCHAAF