Post week 27

Van achter naar voor

Nee, het is in zekere zin niet opbeurend (wel zeer herkenbaar), maar wat een prachtige column ‘Verdriet’ heeft Opheffer (met wie ik het lang niet altijd eens ben) geschreven in De Groene Amsterdammer van 27 juni. Daarmee verklap ik een kleine bizarre gewoonte. Omwille van Opheffer en Pruis lees ik De Groene meestal achterstevoor. ‘Het einde’ lees ik dan later, anders wordt de vermeende lichtheid van het bestaan soms te ondraaglijk.

JOHAN KINDT, Deurne Antwerpen

Jeugdzorg

Jos van der Lans (De Groene, 19 juni) schrijft: ‘Jeugdzorg blijft een onsamenhangend geheel, dat steeds meer geld opslokt.’ Dat is duidelijk. Hij schrijft echter ook: ‘Maar tegelijkertijd komen vormen van specialistische zorg in de knel, dreigen instellingen om te vallen, trekken grote zorgaanbieders als de William Schrikker Groep zich terug uit regio’s.’ Waarom komt dat steeds grotere budget dan kennelijk niet bij ‘vormen van specialistische zorg’ terecht en waarom is dat erg? Kunnen kritische burgers (die weinig genoegen beleven aan het steeds terugkerende patroon van ‘falen’, gevolgd door ‘diep door het stof gaan’) nu iets anders doen dan het rapport van de commissie-De Winter in zijn geheel nalezen en vervolgens op oppositiepartijen stemmen die betere ideeën hebben over de organisatie van de jeugdzorg? Dit is een oprechte vraag.

J. LAROS

Vuillard

Joost de Vries beperkt zich in zijn recensie van De orde van de dag van Éric Vuillard alleen tot de buitenste laag van het boek waarin de Tweede Wereldoorlog mijns inziens vooral als decor functioneert. Ik onderschrijf alle op- en aanmerkingen van De Vries over dit onderdeel van het boek, maar ik mis het onderliggende thema in zijn bespreking.

Inderdaad wordt het verhaal in geënsceneerde beelden gepresenteerd en is het waar dat Vuillard nooit kan weten wat al die mensen echt dachten. Mijns inziens is het juist deze bewust opgevoerde spanning tussen ‘vermeende’ feiten en fictie die de kern van het boek vormt. Hierbij wordt niet zonder reden de naam van Walter Benjamin door Vuillard op enkele plaatsen genoemd.

De confrontatie tussen feiten en fictie vindt zijn hoogtepunt in het hoofdstuk ‘Le magasin des accessoires’. Hier krijgen de feiten in de vorm van Duitse uniformen hun plaats binnen de fictie van filmrekwisieten. Günther Anders wordt hier, historisch correct, als winkelbediende bewust opgevoerd. Anders, neef van Walter Benjamin, ex van Hannah Arendt, onderzocht na zijn vlucht naar de VS net als andere leden van de Frankfurter Schule de relatie tussen media en waarheid en het is mijns inziens deze ‘onkenbare’ relatie die de kern van het boek vormt.

HENK DE KORTE, Meppel