Post week 28-29

Pizzalonen

Het is triest gesteld met het overheidsdenken in Nederland. Door Thijs Asselbergs wordt in het artikel ‘Zelf Zwaar Ploeteren’ (in De Groene van 7 juli) keurig aangegeven waar het mis is gegaan. De overheid heeft overigens nooit een goed beeld tentoongespreid van inzicht in de kwaliteit en de betekenis daarvan van uitvoerende kunstenaars. Zij waren voor de overheid nooit meer dan werkers en belastingbetalers. Hun werk overstijgende resultante, bijdrage aan de cultuur van ons land, werd nooit gezien. Grote fout, maar we hebben deze blinde politici zelf gekozen en laten zitten. So far so bad.

Erger is dat beroepsorganisaties, zoals de bna, op momenten dat het erop aankwam om de beroepsgroep als specifieke groep van cultureel uitvoerenden te beschermen, deze heeft laten pruttelen. Nooit heeft de bna bij de overheid overtuigend gepleit voor het afwijzen van regelgeving die de beroepsgroep langzaam maar zeker om zeep zou helpen, en grotendeels heeft geholpen. Dat was zo bij het inleveren van de AR, dat werd nog meer bij het instellen van de dnr. Dat er tussentijds ook nog eens een uitermate vervelende Europese regelgeving met aanbestedingen opdook, die een gedrocht bleek voor het werk van architecten, moeten we daarbij mede in beschouwing nemen. De bna heeft altijd geacteerd vanuit een angstgevoel: we moeten wel oppassen dat we niet helemaal uit het proces worden weggepoetst door de projectontwikkelaars en aannemers – de mensen met het geld en de grootste monden. Daar win je geen strijd mee, en het resultaat van deze halfhartige houding is prachtig verwoord in het artikel van Marie-José Kleef.

Terugvechten is op dit moment niet mogelijk. Het zou al heel wat zijn als de overheid meer empathie zou gaan tonen voor de cultureel uitvoerenden, medewerking zou verlenen aan goede betalingsafspraken en de betekenis van deze beroepsgroep nu eindelijk eens op waarde zou schatten en behandelen. Ons heden en onze toekomst worden niet alleen met geld maar vooral met betekenis gemaakt, beste overheid!

Vic Wendel, architect, Roosendaal

Franca Treur

Franca Treurs opmerking dat vooral de auteursfoto bij haar essay over kunst en moederschap reacties uitlokte (kek truitje trouwens) maakte zo moedeloos dat ik haar bij deze alsnog een zuiver inhoudelijk compliment wil maken.

Grote lof en hulde voor zowel Treur als Halina Reijn, die het hebben aangedurfd om het ingewikkelde vraagstuk dat het moederschap voor veel vrouwen geworden is publiekelijk onder de loep te nemen.

‘Creëren’ als compensatie of zelfs een soort morele verplichting (zoals Reijn het in de tv-documentaire omschrijft) van een kinderloos bestaan lijkt me echter een gevaarlijke en uiteindelijk doodlopende weg. Me dunkt dat elke hard werkende soliste vooral ook de diep-menselijke behoefte aan liefde en zorg in de brede zin des woords in haar leven moet zien te integreren.

Sandra Heerma van Voss, Den Haag

Henk Hofland (4)

Drie schitterende grote en kleinere essays om H.J.A. Hofland te eren. Ze deden me beseffen hoe deze kleine grote man mijn leven heeft begeleid. Zijn visie, zijn taal. Dat begon toen ik als jonge journalist zijn onnavolgbare Tegels lichten las. Precies: zo was het en zo moest het nooit meer. En vooral: zo diende je dat op te schrijven. Plus al die stukken en stukjes daarna, bundelingen en boeken. Altijd weer voortreffelijk en scherp verwoord. De Groene deed me – weemoedig – goed.

Bob Lagaaij, Middelburg