Post week 29

Drugsbeleid

In De Groene Amsterdammer van 12 juli staat boven het artikel over de drugscriminaliteit in Brabant: ‘Is de overheid nu gekke Henkie of niet?’ Naar mijn mening is zij dat niet, maar wel zijn domme naïeve broertje. Met kromme tenen las ik dat Peter Nordanus, naast veel andere naïviteiten, vindt dat er een moreel debat moet worden gevoerd over drugsbeleid. Alsof daar nooit een moreel debat over is gevoerd! Al sinds de komst van de drugs in de jaren zestig wordt er alleen maar gelamenteerd over dat ‘het’ stout is en dat je er straf voor kunt krijgen als je ‘het’ doet. Morele praatjes van enge huisvaders. ‘De drooglegging’ in Amerika werd een flop omdat iedereen, niet gehinderd door moraalridders, op z’n tijd een glaasje wilde. Zij hielden er hun georganiseerde misdaad aan over. Wij nu ook. Er is maar één antwoord: legaliseer die handel, haal de wind uit de zeilen van de maffia en neem de behoeften van je burgers serieus.

HARRIE HAGEMAN

Federer

Martin Simek mag als tennisser dan wel in het luchtledige slaan – zie zijn stuk over Federer in De Groene van 5 juli. Maar zijn wartaal ook nog eens op te blazen en als blikvanger eruit te lichten – ‘Federer is een witte raaf, een Vermeer onder de Karel Appels die maar wat aan rotzooien’ – kan ik niet anders zien dan als flinke misslag. Sinds wanneer laat nu ook De Groene zijn oren hangen naar dit soort ‘gesundes Volksempfinden’?

HERMAN HERTZBERGER

Marx

In het (mooie!) essay van Merijn Oudenampsen (in De Groene van 5 juli) staat: ‘Engels beschreef geweld eens als de verloskundige van elke oude maatschappijvorm die zwanger is van een nieuwe.’ Mogelijk is de toeschrijving aan Engels per abuis: het was Marx die in het eerste deel van Das Kapital over geweld het volgende schreef: ‘Die Gewalt ist der Geburtshelfer jeder alten Gesellschaft, die mit einer neuen schwanger geht.’

MATTHIJS KOOT, Nijmegen

Marx 2

De bijdrage van Jaap Tielbeke over Karl Marx (in De Groene van 5 juli) is in mijn ogen werkelijk subliem. Niet alleen wijst hij op de enorme veelzijdigheid van deze Duitse wijsgeer wiens denkbeelden in het Westen bezoedeld zijn door ‘marxistische’ apparatsjiks uit het voormalige Oostblok, hij waarschuwt ook terecht voor het gevaar om selectief te shoppen in Marx’ geschriften. Want daarin bevindt zich voor ‘elk wat wils’. Een communist vindt er immers wat van zijn gading, maar hetzelfde geldt voor een liberaal of een voorstander van de milieubeweging. Marx was een kind van zijn tijd en willen we recht doen aan zijn denkbeelden, zullen deze in de context van de negentiende eeuw moeten worden geplaatst.

De belangrijkste vraag die voor mij echter onbeantwoord blijft, is waarom de slachtoffers van het kapitalisme in onze tijd massaal hun stem uitbrengen op politici die juist verantwoordelijk zijn voor de ellende waarin zij verkeren. Of kan ik deze vraag beter voorleggen aan een voormalige mijnwerker in Pennsylvania?

ALBERT KORT, ’s-Heer Hendrikskinderen