Zelfbeeld

In de introductie van het winternummer (De Groene, 22 december) spreekt Xandra Schutte over een ‘deuk in ons zelfbeeld’. Een artikel vol crisissituaties… Helaas: een valse benaming! Nederland zou dat alles niet op kunnen lossen? Mis. Er zit een minister-president die veroorzaakt en niet op wíl lossen. De overheid is niet machteloos, kabinetsleden creëren steeds meer ellende, en de premier doet vervolgens alsof Poetin de hoofdrol speelt.

Den Haag is total loss, en niet per ongeluk. En dan ook nog een koning die de naam Willem van Oranje niet waardig is…

REIN SYBEMSA

Abraham Kuyper

Begin februari 1945 ben ik geboren. Mijn moeder had toen een joodse kraamhulp. Zij en haar man waren de herfst daarvoor bij ons komen inwonen en bleven tot na de bevrijding.

Mijn ouders waren gereformeerd, en arp-lid, de eerste Nederlandse politieke partij opgericht door Abraham Kuyper, en waarvoor mijn vader na de oorlog lange tijd in de gemeenteraad zat.

Niemand heeft groot gelijk, zoals liberalen van zichzelf vonden. Wie geen geld heeft, moet zijn mond houden. Ze voelden zich daarom hinderlijk gevolgd door de ‘kleine luyden’ van Kuyper. Voor hen was democratie het bestek waarbinnen het eigen kleine gelijk een kans kreeg.

Tussen democratie en staat kiert het. Het zit niet potdicht. Er is ruimte voor andersdenkenden. Zij zorgen voor frisse lucht die de samenleving doet herademen.

Te veel, echter, wilde Kuyper die herademing doordacht hebben. Nederland zag hij als een calvinistisch land. Maar theocratie was hem een gruwel. Hij had het daarom aan de stok met zowel conservatieven als liberalen, die volgens hem geseculariseerde theocraten waren. Niet democratie, maar de staat was voor beide groepen het hoogste goed.

Kuypers maatschappelijk inzicht vernauwde echter door neo-calvinistische vooringenomenheid. Zijn houding tegenover joden gaf daar onder meer blijk van. Daar heeft Saskia Pieterse gelijk in (De Groene, 22 december). Als je te veel je partijtje wil meeblazen, kan dat tot gevolg hebben dat je vindt dat anderen een toontje lager moeten gaan zingen. Maar zolang dat geen staatsleer wordt, laat dit ook weer toe dat hun geluid blijft doorklinken. Godsdienstig, maar ook politiek en cultureel.

In 1940 werd het ten onzent wél staatsleer en waren het buiten verhouding gereformeerden die democratie van haar beste kant lieten zien. Met andersdenkenden ga je in discussie: ‘Bekijk het eens van mijn kant.’ Maar als ze geacht worden van de aardbodem te moeten verdwijnen, laat je ze bij je onderduiken.

FOKKE VAN DER HEIDE, Zwolle