Post week 30

Liefde als revolutionaire kracht

In het leesbare en leerzame (behalve Saarloos) zomernummer komt niet de vraag voor (en het antwoord): is liefde, evolutionair gezien, gesublimeerde of ingebeelde voortplantingsdrift? Natuurdoel van alle leven is primair: zich voortplanten. Verliefdheid en liefde zijn dan smeermiddeltjes, gevoelsverleiders naar nóg lekkerder paren. (Tielbeke raakte eraan, maar dwaalde af.)

Ons soort romantische liefde is niet erg oud, hooguit duizend jaar. De vele eeuwen daarvoor werden jongens en meisjes aan elkaar gekoppeld voor nageslacht in casu werkkracht. Het christendom heeft de monogame partnerliefde uitgevonden, allereerst om het gezin als hoeksteen van de christelijke samenleving te beschermen. De romantici hebben de liefde verzelfstandigd tot doel en als norm.

Op datingsites en dancefestivals, op kantoren en in cafés gaat het toch echt om (verleiding tot) neuken, niet om nageslacht laat staan liefde. De mensensoort is een der weinige onder de dieren die altoos wil paren, ook al is de vrouw niet vruchtbaar. Mensenvrouwen laten dat toe, vrouwtjesdieren meestal niet. De mensenman wil zaaien, maar het is meestal verspilling.

Van de andere kant beperkt dit mannetjesgedrag promiscuïteit. De mensenman hoeft niet te jagen op vruchtbare vrouwen, zijn eigen vaak niet vruchtbare vrouw is ook prima. Sterker nog: vrouwen maken zich onvruchtbaar om aan de man te geraken/blijven.

En wij denken dan dat het over liefde gaat? Als er al existentiële liefde (echte hechting) kan bestaan tussen mensenpartners, dan pas na vele, vele jaren en veel lief en leed. Het neuken voorbij.

Evolutionair bestaat liefde niet, het is een ingebeeld hulpmiddeltje dat vaak faalt. Mensen houden trouwens meer van hun nageslacht dan van hun partner.

We weten al dat door veel tv-kijken en computeren en dus te weinig partneromgang de liefde aftakelt en uitdraait op minder seks. Zó weinig stelt het dus allemaal voor.

Dat miste ik in De Groene Amsterdammer van zomer 2017: eerst het begrip liefde nuchter bekijken, en dan verder.

JOS GOOS, cultureel antropoloog, Amersfoort

Duits homohuwelijk

‘Duitsland is er zestien jaar later mee dan Nederland, maar wel eerder dan bijvoorbeeld Frankrijk.’ Aldus Merlijn Schoonenboom (in De Groene Amsterdammer van 6 juli) over het ‘homohuwelijk’ – een verwarrende term die wordt gebruikt voor zowel geregistreerd partnerschap voor gelijkgeslachtelijke paren áls voor de openstelling van het huwelijk voor zulke koppels.

In dit geval gaat het om de openstelling van het huwelijk, maar dan vraag ik me af of Merlijn Schoonenboom de situatie in Frankrijk goed heeft gevolgd. Volgens mij heeft het Franse parlement in februari 2013 het huwelijk voor paren van gelijk geslacht opengesteld.

Na Nederland, Spanje, België, Ierland, Frankrijk, Engeland, om maar wat Europese landen te noemen, liep Duitsland écht achter wat dit betreft.

MICHIEL ODIJK

Don Milani

Van het artikel ‘Wie één naam redt. De paus, de kardinaal en de don’ door Anne Branbergen (in De Groene Amsterdammer van 6 juli) werd ik helemaal stil.

De decadentie van La grande bellezza, de nederige waardigheid van eenvoudige mensen, de verborgen inzet voor vergeten mensen door don Lorenzo Milani in die ergerniswekkende ‘dwaasheid’ van het evangelie. En dit alles als decor voor een bijna hopeloze strijd van paus Franciscus met een weerbarstige curie in een lastig dossier. Ondanks zijn machteloosheid weet de paus toch tekens te stellen, die een boodschap bevatten voor wie ogen heeft om te zien en oren om te horen. Dit is journalistiek van een zeldzaam niveau!

STEFAN WAANDERS, Vught