Post week 30

Intelligente domheid

René ten Bos verwijt Robert Musil seksisme, in De Groene Amsterdammer van 11 juli. De schrijver van Über die Dummheit zou zich in zijn lezing uit 1937 net zo dom uitspreken als de burgerij die hij wenst te bekritiseren, namelijk vrouwonvriendelijk. Waarschijnlijk heeft Ten Bos zich laten verleiden door het Musil-commentaar van Avital Ronell in Stupidity (2002). Beide denkers demonstreren een vorm van wat Musil ‘intelligente domheid’ noemt: deze gevaarlijkste vorm van domheid berust op verstand dat louter in verhouding tot iets te zwak is. Een vermeend seksistisch citaat over ‘een domme dame’ wordt door beiden vooringenomen uit zijn verband geïsoleerd. De ‘domheid van een damesroman’ is voor Musil echter net zo van toepassing op de egoïst, de onrustige, de melancholicus, de jeugd… Waar het hier om gaat, is dat de domheid voor Musil niet louter of voornamelijk een tekort aan verstand is.

Als íemand zich bewust was van de tragische en vreemde spanning tussen de geslachten en van het androgyne verlangen naar eenwording, dan was het de empathische schrijver van Drei Frauen (Grigia, Die Portugiesin, Tonka), Vereinigungen, Vinzenz en van een reeks intrigerende vrouwengestalten zoals Clarisse, Bonadea, Ermelinda Tuzzi en Agathe (de zus van Ulrich in Der Mann ohne Eigenschaften). Bij Musil roepen de vrouwen een gestalte als Diotima op, zoals zij door Hölderlin (en Plato) werd beschreven.

Wanneer René ten Bos de subtiele lezing Über die Dummheit in zijn geheel recht had gedaan, dan had hij verderop de voor hem troostende woorden van Musil kunnen horen: ‘Sogar die Genialität und die Dummheit hängen unlöslich zusammen.’ Musil staat daarmee in de ironische traditie van Erasmus, die wist dat zonder een zekere mate van domheid de mens niet eens op de wereld zou komen. Was Moria (de Zotheid) niet ook een vrouw?

HONORÉ SCHELFHOUT, Nijmegen