Post week 31

Dieren & wij

In het zomernummer (De Groene,_ 19 juli) schrijven medewerkers van het blad over hun favoriete dierenboeken. Noch in die bijdragen noch in de column van Elsbeth Etty, die is gewijd aan hetzelfde onderwerp, komt de auteur Anton Koolhaas ter sprake. Dat is jammer, omdat zijn werk zich onderscheidt van de traditionele reeks dierfabels van Aesopus tot Toon Tellegen, waarin het gaat om ‘mensen in vermomming’ (om Elsbeth Etty te citeren). Er is een principieel verschil. Bij Koolhaas gaat het niet om het beschrijven van menselijk gedrag in dieren-termen, maar om het beschrijven van dierlijk gedrag in mensen-termen. _Alle dierenverhalen van zijn hand is gelukkig nog verkrijgbaar.

Met vriendelijke groet,

Hubert Fermin, Rotterdam

Dieren & wij (2)

Wat een prachtig, interessant en ook hoogst noodzakelijk, dubbeldik zomernummer _(De Groene,_ 19 juli), Dieren & wij. Ter aanvulling ons verhaal. Wij hebben in 2015 twee honden in Frankrijk vrijgekocht: een labrador en een prachtige beauceron. De labrador zat opgesloten in een schuur met enkele vermagerde koeien en is volgens de oogarts blind door ondervoeding (geen netvlies). Hij kreeg ook geen water en dronk de urine van de koeien. De beauceron zat dag en nacht, zomer en winter buiten, vastgeklonken op beton, niet eens met een halsband, maar zo met de ketting om de nek. Zij zaten daar ter bewaking van een hoop schroot. Nu is bekend dat noch de labrador noch de beauceron een waakhond is. Zij blaften en jankten wel de hele dag. Het hele dorp wist ervan, maar niemand stak een poot uit.

Echte dierenliefhebbers, die Fransen. Zien ze een mooie vogel, zeggen ze ‘lekker, met een snufje dragon’.

Enfin, wij hebben na veel onderhandelen en prijsopdrijving de honden vrijgekocht en thuis in Amsterdam in huis genomen. En in weerwil van alles wat zij hebben meegemaakt zijn beide dol op mensen en superlief.

Kom daar eens om bij de mens!

Rose Marie Schoonenberg, Amsterdam

Dieren & wij (3)

Het Groene-zomernummer van 2018, dubbeldik en exclusief gevuld met propaganda voor het gedachtegoed van Marianne Thieme c.s., is de kritiekloze bevestiging van een ‘wij hebben gelijk’-gevoel. De Groene ontwijkt het debat en loopt achter.

Met meer lef dan De Groene vatte professor Roos Vonk bijna een jaar geleden haar pleidooi voor de gelijkstelling in morele waarde van mens en dier samen in een provocatie: ‘Het is niet zo raar de Bio-industrie te vergelijken met de Holocaust’ (NRC, Opinie, 22 augustus 2017). Wie haar argumentatie door exerceert komt uit bij vragen als: moeten wij ‘schadelijke’ parasieten dezelfde morele waarde toekennen als hun gastheren? Een parasiet is gewoonlijk geen herkenbaar verwant dier. Maar bezien vanuit een abstract filosofisch standpunt: waarom zou een teek minder rechten hebben dan een hond of mens? Gelden onze morele waarden voor het zeehondje? Dan ook voor de rat, de sprinkhaan en de malariamuskiet. Is consumptie van bio-industrievlees moreel onaanvaardbaar? Dan is om gelijke redenen het bestaan van alle carnivore diersoorten onaanvaardbaar, want waarom zou elk roofdier zijn natuur mogen volgen maar alleen de mens niet?

De schepper (dan wel moeder natuur) verwerpt deze bio-ethiek: eten en gegeten worden is een basismechanisme van de evolutie. De morele gelijkstelling van de bio-industrie met de holocaust is vóór alles een perverse criminalisering van de veeteelt (‘het is niet zo raar veeboeren te vergelijken met SS’ers’). Daarnaast stelt het loslaten van een waarde-hiërarchie tussen mens en dier de mens in morele waarde gelijk aan het dier. En daarmee wordt een holocaust iets ‘gewoons’: ongewenste mensen kunnen gelijkgesteld worden met ongedierte en navenant worden verdelgd: de rehabilitatie van Hitlers antisemitisme.

Klaas Maas, Voorschoten