Een jaar zonder vrijheid?

In het dubbeldikke zomernummer van De Groene van 15 juli probeert hoogleraar Annelien De Dijn de lezer ervan te overtuigen dat de coronawetgeving niet per se een inbreuk op de vrijheid is geweest. Ondanks de helderheid van het argument mist voornamelijk het gedeelte omtrent Isaiah Berlin en Jean-Jacques Rousseau de nodige nuance, waardoor het een uiterst slordig stuk is.

Zo begint De Dijn met te stellen dat Berlin vrijheid enkel als iets negatiefs ziet, waardoor wetten en regels altijd de vrijheid van burgers beperken. Er wordt hier verder niet uitgelegd dat Berlin een duidelijk onderscheid hanteert tussen ‘negatieve’ en ‘positieve’ vrijheid. Het laatstgenoemde is volgens hem niet louter het gebrek aan wetgeving, maar de vrijheid van een individu om zichzelf te ontplooien.

Deze notie van positieve vrijheid komt wel nadrukkelijk aan bod in het recent verschenen boek van De Dijn, maar wordt helaas achterwege gelaten in het artikel. Dit gebrek aan nuance is eveneens aanwezig bij de uitleg over het denken van Rousseau.

Ten eerste maakt De Dijn de fout om Rousseau te introduceren als een Fransman. De naam mag dan wel zeer Frans klinken, maar het is algemeen bekend dat Genève de thuishaven van de Verlichtingsfilosoof was. Vervolgens wordt meerdere malen een vorm van de term democratie aangehaald en ontstaat hierdoor het beeld dat Rousseau een ferme voorstander was van ons huidige politieke bestel.

Onze huidige democratische rechtsstaat is echter onverenigbaar met het gedachtegoed van Rousseau. Wanneer Rousseau over ‘democratie’ spreekt, doelt hij voornamelijk op een directe democratie waarbij de ‘algemene wil’ wordt samengesteld door het volk. Desondanks is hij van mening dat deze wil het beste uitgevoerd kan worden door een aristocratische elite, zoals dat in de toenmalige stadstaat Genève het geval was. Mocht dit onmogelijk zijn, dan verkiest hij zelfs een monarch als staatshoofd en wetgever.

Het presenteren van verlichtingsdenkers als moderne democraten is populair, maar komt helaas vaak niet overeen met het werkelijke elitaire karakter van deze historische personen. Doordat De Dijn deze noodzakelijke historische context niet vermeldt, wordt de lezer intellectueel misleid.

SEAN KERSTGES, Amsterdam

Bolkestein

Bolkestein heeft eigenlijk wel gelijk. De neoliberale ideologie is helemaal niet zo nieuw en ook niet zo ideologisch. In tegendeel eigenlijk. In de woorden van John Kenneth Galbraith: ‘De neoliberaal houdt zich bezig met een van de oudste, best gefinancierde, meest toegejuichte en over het algemeen minst succesvolle oefeningen in moral philosophy: de zoektocht naar een overtuigende morele rechtvaardiging voor zelfzucht.’ Bolkesteins rechtvaardiging? Zelfzucht is zo praktisch.

KO DE RIDDER