Post week 32

De aarde is niet vol (1)

Ralph Bodelier besluit zijn betoog (De Groene Amsterdammer van 30 juli) over natuurlijke grenzen met de opmerking: ‘Voor ecologen en biologen is bevolkingsgroei per definitie een probleem, of we nu met 190 miljoen, een miljard of tien miljard mensen op aarde zijn. Maar er waren geen natuurlijke grenzen, er zijn geen natuurlijke grenzen en waarschijnlijk zullen er ook nooit natuurlijke grenzen zijn.’ Hoe weet Bodelier dat (wat is zijn expertise eigenlijk)? Wij zijn biologen, wij zijn tientallen jaren verbonden geweest aan de Universiteit van Amsterdam en Wageningen Universiteit, en wij hebben honderden biologen langs zien komen, maar wat Bodelier beweert hebben wij nog nooit gehoord.

Biologen maken zich natuurlijk wel zorgen over de manieren waarop mensen met de natuur en het milieu omgaan en ze hebben daar alle reden voor. Volgens een recent rapport van de European Environment Agency verkeert 47 procent van de leefmilieus van beschermde planten en dieren in Europa in slechte toestand, met als gevolg een zorgwekkende vermindering van biodiversiteit. Als voornaamste oorzaken hiervan worden de intensivering van de landbouw, stikstofdepositie, verzuring, overbemesting, overmatig gebruik van bestrijdingsmiddelen en verdroging gezien. Zaken die direct of indirect met voedselproductie te maken hebben.

Wellicht zijn veel van die problemen met technische middelen te verhelpen, maar op welke termijn en met welke snelheid zal dat gebeuren? Biodiversiteit is niet zomaar een speeltje van biologen en milieuactivisten, verlies van biodiversiteit is een onomkeerbaar proces dat de voedselvoorziening in gevaar kan brengen, en ons uiteindelijk fataal kan worden. Mensen zijn onderdeel van de natuur en zijn daar met huid en haar aan overgeleverd. Echter, ons inzicht in ecologische systemen is op dit moment niet toereikend om te kunnen schatten met welke omvang en hoe wij als menselijke samenlevingen op lange termijn duurzaam met de overige natuur kunnen blijven bestaan.

Behalve het verlies van biodiversiteit baart ook de opwarming van het klimaat grote zorgen: ook dat proces dreigt onomkeerbaar te worden, en ook dat kan ons fataal worden als we niet bijtijds de juiste keuzes maken. Wij hebben dus tijd nodig om meer ecologische kennis te verwerven, en de noodzakelijke investeringen te doen. Bij een snelle groei van de bevolking is die tijd ons niet gegeven. Een ongefundeerd optimisme – ‘er zijn geen natuurlijke grenzen’ – kan wellicht sommigen geruststellen, maar het gaat volledig voorbij aan de grote discrepantie tussen het tempo waarmee het milieu achteruitgaat en het tempo waarin noodzakelijke aanpassingen tot stand komen.

WILLEM VAN RAAMSDONK en CHRISTA HEYTING, biologen

De aarde is niet vol (2)

Merkwaardig artikel van Ralf Bodelier. Aan de hand van een aantal volstrekt niet ter zake doende metaforen (de wereldbevolking is onder te brengen in een paar provincies van Nederland, en het verhaal over het petrischaaltje) en het opvoeren van een wat starre theologiedocent meent hij aan te tonen dat onze planeet geen natuurlijke grenzen kent. Een onzinnige conclusie.

Kijken we eerst eens naar de beroemde formule van Ehrlich, Commoner en Holdren. Volgens hen is de milieubelasting I (Impact) gelijk aan het product van P (Population), A (Affluence, consumptieniveau) en T (Technology). Later is op goede gronden aangetoond dat het eerder zo is dat I = (P.A)/T. Waarschijnlijk is allebei waar, en je kunt dat ook waarnemen. Technologie maakt dingen mogelijk, waardoor we meer mensen kunnen voeden maar tegelijkertijd het consumptieniveau weer toeneemt. Resultaten uit het verleden geven trouwens nooit een garantie voor de toekomst. We weten gewoon niet wat de werkelijke toekomst zal zijn.

Maar nu die grenzen. Natuurlijk heeft de aarde grenzen. Met name landbouwgrond is beperkt beschikbaar. Bovendien putten we op vele plaatsen die grond uit door overbemesting, verkeerde ontginning (erosie, watertekort) en een overmatig gebruik van pesticiden. Ook sommige essentiële grondstoffen zijn beperkt beschikbaar (bijvoorbeeld zink), en het is maar de vraag of we die in voldoende mate uit ons afval kunnen terugwinnen.

Maar de belangrijkste ontwikkeling laat Bodelier in zijn artikel geheel buiten beschouwing. Door Jan Paul van Soest, een echte (klimaat- en energie)deskundige, is overtuigend aangetoond dat de opwarming van de aarde niet tot twee graden beperkt zal blijven (zie bijvoorbeeld zijn artikel in Trouw van 30 juli). De consequenties daarvan zijn zo ingrijpend dat de hele discussie over het al dan niet bestaan van planetaire grenzen gratuit wordt. Misschien zijn er dan geen planetaire grenzen, grenzen aan de groei zijn er zeker, zoals de door Bodelier verguisde Club van Rome al herhaaldelijk heeft aangetoond.

Zoals ik al zei: een merkwaardig artikel.

ERIK VAN PRAAG