Post week 32

Queer

Misschien ziet Niña Weijers in haar volgende columns ruimte om te delen wat voor praktische wijsheid het begrip queer haar heeft opgeleverd? In een recente column (‘Muts’, De Groene, 2 augustus) stelt ze het namelijk alleen als methode voor die met een beetje passen en meten elke situatie in een ander daglicht kan zetten. Queer wordt vaak ruim gedefinieerd of helemaal niet, omdat het zich tegen een al te rigide definiëring zou verzetten, definities limiterend werken. Maar dat het begrip op veel situaties toegepast lijkt te kunnen worden, betekent niet dat alles onder de parapluterm geschaard kan worden. En moeten we dat willen? Queer is geen filtertje. Zo verliest het begrip zijn kracht.

Als queer iets is, dan is het een kritische positie. Die heeft altijd iets tegendraads. Dus ja, natuurlijk komt het erop aan om onophoudelijk te blijven nadenken, maar daarvoor heb je het begrip queer niet nodig. Dat is common sense. Queer puur en alleen methodisch inzetten laat belangrijke dimensies links liggen. Die luxe kunnen we ons ook in deze tijd niet permitteren, terwijl elders het geweld meer en vaker de kop op lijkt te steken en verworven rechten, bijvoorbeeld in de Verenigde Staten, teruggedraaid lijken te worden.

Laat daarom de subversieve blik, esthetiek en historie van het begrip queer uitgangspunt voor verzet blijven in plaats van het zoveelste middel tot verwondering.

Obe Alkema, Utrecht

Ziel

Logisch dat de laatste reeks Kijken in de ziel gaat over ‘geestelijke leiders’, schrijft Walter van der Kooi in zijn tv-kroniek _(De Groene,_ 2 augustus). Want, na veertien keer over het aardse bestaan, moet het aan het slot gaan ‘over wat erna komt en hoe derhalve geleefd dient’. Dat is blijkbaar het beeld dat de geseculariseerde mens van religie heeft: gelovigen gaat het om het leven na de dood. Het leven voor de dood laten zij over aan de humanisten die daarmee ook reclame maken. Want als je vindt dat de zin van het leven in het leven zelf te vinden is, dan moet je lid worden van het Humanistisch Verbond.

Nu mogen de baptistenpredikant en de bevindelijk gereformeerde dominee aan dit beeld beantwoorden, het is toch niet het hele verhaal. Christenen bidden in het ‘Onze Vader’: uw wil geschiede, zoals in de hemel zo ook op aarde. Niet de hemel is het doel waarnaar wij streven, maar een ‘nieuwe aarde’ (want dat is wat God wil), waar, naar het visioen van het boek Openbaring, ‘alle tranen worden afgewist, de dood niet meer is, noch rouw, noch geschreeuw, noch moeite’. Dat mag de buitenstaander bevreemden en qua eindverwachting over de top zijn, maar met hemelzucht heeft het niets van doen.

Dat is ook mijn bezwaar tegen de opzet van deze reeks, dat dit geloof niet aan de orde komt. De christenen die erin aan het woord komen, zijn toch min of meer exoten met soms verbijsterende opvattingen over het ontstaan van het heelal en de tweedeling van de mensheid in gelovigen die het gaan redden en ongelovigen die reddeloos verloren gaan. Vooral het laatste is huiveringwekkend, hoezeer ook de dominee ervan wakker ligt dat Coen Verbraak die hij als een goed mens heeft leren kennen naar de hel gaat. Zou hij niet eerder wakker moeten liggen bij de gedachte aan de tweedeling van nu, in haves en have-nots? En gesterkt worden door het zicht op de nieuwe aarde waarin aan die tweedeling een einde gekomen is?

Dick Boer,theoloog

Toerisme en reizen

Pracht-filosofische beschouwing over reizen en toerisme van Ruud Welten _(De Groene,_ 12 juli). Het mooiste is zijn scherpe kenschets van het beduidend toenemende maar paradoxale ‘niet-als-toerist’ willen reizen. Confronteert ons juist dat niet met hoezeer we uiteindelijk wél kuddedieren zijn? Een inderdaad allerinteressantste vraag aan de reiziger is niet waarheen de reis ging, maar wat men met de reis trachtte te ontvluchten.

F.M. Boon


Rectificatie

In het artikel ‘De waarnemer’ over het interregnum van Jozias van Aartsen in Amsterdam in De Groene van vorige week werd vermeld dat onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Leiden rapporteerden over de directie Openbare Orde en Veiligheid. De rapporten over het radicaliseringsbeleid waren echter afkomstig van onderzoekers van de Universiteit Utrecht en de Universiteit Leiden, respectievelijk Beatrice de Graaf en Mirko Noordegraaf (UU) en Daan Weggemans (UL).